Skip to content

Huisvesting
Huisvesting_fmVan opvangcentrum naar woning

Asielzoekers in Nederland wonen tijdens hun asielprocedure in een opvangcentrum. Pas wanneer ze een verblijfsvergunning krijgen en in Nederland mogen blijven, komen ze in aanmerking voor een woning in een gemeente. Maar er moet dan wel een woning zijn. 

Taakstelling
De Nederlandse overheid wil dat gemeenten voorrang geven aan de huisvesting van vluchtelingen. Elk halfjaar publiceert het ministerie van Binnenlandse Zaken – voor de installatie van het nieuwe Kabinet in oktober 2010 was dat Justitie – daarom een taakstellingscirculaire, waarin staat hoeveel vluchtelingen iedere gemeente het komende halfjaar moet huisvesten. Het aantal vluchtelingen dat moet worden gehuisvest is afhankelijk van het aantal inwoners van een gemeente. Op dit moment wonen er 5100 mensen met een verblijfsvergunning in een asielzoekerscentrum.

Op 1 juli 2010 is de Taskforce Thuisgeven in het leven geroepen door de ministeries van Justitie en Wonen, Werken & Integratie. Doelstelling is om binnen een jaar de wachtlijsten in de asielzoekerscentra weg te werken en het bestaande proces rond het aanbod van woningen te verbeteren. Alle vergunninghouders zullen dan binnen drie maanden gestart zijn met hun inburgeringstraject en draaien binnen zes maanden mee met de Nederlandse samenleving.

In 2007 is de pardonregeling ingegaan. 27.700 mensen – meestal woonachtig in een opvangcentrum – kregen een verblijfsvergunning. Een groot deel van hen moest nog worden gehuisvest. Om dit snel te realiseren werd de Taskforce Huisvesting Statushouders in het leven geroepen en kregen de gemeenten een aparte taakstelling voor deze groep. Inmiddels zijn bijna alle 'pardonners' onder dak. De Taskforce is opgeheven.

Het COA bemiddelt
De gemeente geeft door aan het COA of en wat voor huizen er in de gemeente beschikbaar zijn. Het COA zoekt daar dan geschikte kandidaten voor en draagt iemand voor. Het COA bemiddelt dus bij het vinden van een huis.

Bijzondere omstandigheden worden gehonoreerd
Het COA houdt geen rekening met persoonlijke wensen. Wel met bijzondere omstandigheden. Werk, onderwijs, doktersbezoek of familieleden in de eerstegraad kunnen geldige argumenten zijn om een vluchteling in of in de buurt van een bepaalde gemeente te plaatsen. De vluchteling moet dit aantonen met bijvoorbeeld het contract van zijn werk, een doktersverklaring of de inschrijving bij een studie. Het COA doet dan haar best om binnen een straal van 50 km van die gemeente een woning voor de vluchteling te zoeken. Heeft iemand geen bijzondere woonwensen aangegeven, dan kan hij in het hele land geplaatst worden.

Digitaal aanbod
Vluchtelingen kunnen ook zelf op de website van het COA kijken welke huizen beschikbaar zijn. Zij kunnen zich daar via de website op inschrijven.

In de gemeente
Krijgt een vluchteling de woning aangeboden, dan krijgt hij de gelegenheid deze eerst te bezichtigen. Mocht de woning volgens de vluchteling niet passend zijn, dan kan de vluchteling dit in het gesprek met het COA aangeven. De vluchteling moet hiervoor wel goede argumenten hebben. Meent het COA dat de woning wel passend is, dan zal de vluchteling de woning toch moeten accepteren. Hij kan namelijk niet meer blijven wonen in het centrum.

Wat doet VluchtelingenWerk bij huisvesting?
VluchtelingenWerk heeft geen rol bij de plaatsing of bemiddeling van vluchtelingen in de gemeente. Medewerkers van VluchtelingenWerk gaan eventueel wel mee bij de bezichtiging van de woning en helpen bij het opknappen en inrichten. De vluchteling krijgt van de gemeente een inrichtingskrediet. Dit is een lening. De vluchteling kan met dit geld de meest basale benodigdheden voor het nieuwe huis aanschaffen, zoals bijvoorbeeld een bed, bank, tafel, koelkast en stoelen. Maar ook verf, terpentine en kwasten.


| Afdrukken |  E-mail
     
  • Lees het verhaal van Babaak op Leveninveiligheid.nl
  • Lees het verhaal van Abdi op Leveninveiligheid.nl
  • Lees het verhaal van Tahmina op Leveninveiligheid.nl