Van re-integratie of uitkering naar baan vaak lastig
Van de vluchtelingen die een uitkering hebben of een re-integratietraject volgen, ziet maar een klein deel kans om binnen drie jaar een baan te vinden. De beste garantie op een baan is het hébben van een baan.
Dat blijkt uit stroomdiagrammen die het CBS heeft ontwikkeld met het doel inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de arbeidsmarktsituatie van vluchtelingen. In de schema’s is te zien wat de voorgeschiedenis is van bijvoorbeeld vluchtelingen die in 2011 een baan hadden. Welk deel had ook in 2009 een baan? En hoe zat het in 2008? Wie was eerder afhankelijk van een uitkering of zat in een re-integratietraject? Hier proberen we de belangrijkste stromen op de arbeidsmarkt in kaart te brengen.
Stroomschema's (klik voor vergroting)
Dit stroomschema laat zien wat het voortraject was van vluchtelingen die op 1 januari 2011 een baan hadden. Hoe was hun situatie in 2008 en half 2009?
|
Stroomschema waarin te zien is hoe het vluchtelingen verging die op 1 januari 2008 een baan hadden. Wat was hun situatie half 2009 en op 1 januari 2011?
|
Dit stroomschema laat zien hoe het vluchtelingen verging die in 2008 een re-integratietraject volgden. Wat was hun situatie half 2009 en begin 2011?
|
Dit stroomschema laat zien hoe het vluchtelingen verging die in 2008 een uitkering ontvingen. Wat was hun situatie half 2009 en begin 2011?
|
Een baan biedt de meeste kans op een baan Van de vluchtelingen tussen de 15 en 65 jaar had begin 2011 38% een baan, 18% nam deel aan een re-integratietraject en 16% had een uitkering.
Van de 23.380 vluchtelingen die op 1 januari 2011 een baan hadden, hadden er 13.560 (58%) op ook de andere twee meetmomenten een baan. Bijna 80% had óf in 2008, óf in 2009 een baan. Wat voor autochtonen geldt, geldt ook voor vluchtelingen: de grootste kans op een baan is het hebben van een baan.
Ook voor de andere drie opties – re-integratie, uitkering, overig – zijn de grootste stromen die waarin de vluchteling op alle drie de meetmomenten in dezelfde categorie valt. Van de vluchtelingen die in 2011 een re-integratietraject volgden, zat 31% ook op de andere momenten in zo'n traject. Voor de categorie uitkeringen is dat percentage 32%, voor de categorie overig 46%.
Naar een baan vanuit re-integratie of uitkering is moeilijk Van de vluchtelingen die een uitkering hebben of een re-integratietraject volgen, ziet maar een klein deel kans om in drie jaar een baan te vinden.
- Van de 10.570 vluchtelingen die op 1 januari 2008 deelnamen aan een re-integratietraject zat een derde drie jaar later nog steeds in zo’n traject;
- 13% van de vluchtelingen die in 2008 of 2009 een re-integratietraject volgden, had begin 2011 een baan.
Voor vluchtelingen met een uitkering is de weg naar de arbeidsmarkt nog moeilijker. Slechts 10% van de vluchtelingen met een uitkering in 2008 of 2009, had begin 2011 een baan. Van de vluchtelingen met een baan in 2008 had 17% begin 2011 een uitkering. Baanzekerheid is voor vluchtelingen dus zeker geen vanzelfsprekendheid.
'Overig': 20% is student of scholier Om een baan te krijgen is het belangrijk een baan te hebben. Meer nog dan een re-integratietraject helpt het behoren tot de restcategorie 'Overig' bij het vinden van een baan. Bijna een kwart van de vluchtelingen die begin 2011 een baan hadden, vielen ofwel in 2008, ofwel 2009 of beide jaren in de categorie 'Overig'. Maar waaruit bestaat deze categorie nu eigenlijk? Het kan gaat bijvoorbeeld om de volgende groepen:
- 20% studeert of gaat naar school en ontvangt geen uitkering, werkt niet en neemt ook niet deel aan een re-integratietraject. Bij de vluchtelingen die vanuit de categorie 'Overig' een baan vinden, gaat het waarschijnlijk in veel gevallen om vluchtelingen die een opleiding hebben afgerond en daarna dus een baan vinden.
- Personen die onderdeel uitmaken van een gezin maar geen uitkering ontvangen, geen werk hebben en niet deelnemen aan een re-integratietraject.
|
 |
|
|
|
|
|