| maandag, 09 februari 2009 | |||||
|
Nederland geen voortrekkersrol ‘Minister Hirsch Ballin bezoekt Keniaas opvangkamp waarvan enkele bewoners zich in Nederland mogen vestigen', was de kop van het artikel in de Volkskrant van 4 februari 2009. Het is goed te zien dat de minister van Justitie met zijn bezoek aan een Keniaas opvangkamp oprechte interesse toont in vluchtelingenproblematiek. Maar er valt wel het een en ander af te dingen op de ruimhartigheid die Nederland wordt toegedicht bij het uitnodigen van vluchtelingen die nergens anders terechtkunnen. Met een quotum van maximaal 500 personen per jaar bevindt ons land zich zeker niet in de kopgroep, zoals in het Volkskrant-artikel wordt verondersteld. Europese landen als Zweden, Noorwegen en Denemarken hebben de afgelopen jaren méér vluchtelingen uitgenodigd en opgenomen dan Nederland. De UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, stelt dat er dit jaar ongeveer 560.000 vestigingsplaatsen nodig zijn voor vluchtelingen. Dat is ruim vijf keer zoveel als het totaal aantal beschikbare plaatsen. Voor talloze mensen die geen kant meer opkunnen omdat hun leven ernstig in gevaar is door oorlog, geweld of vervolging, is dus geen duurzame oplossing voorhanden. Enige bescheidenheid over de vermeende koppositie van Nederland, dat al twintig jaar het maximum van 500 plekken handhaaft, is dus op zijn plaats. Gezien de sterke stijging van de omvang van het probleem roept VluchtelingenWerk Nederland het kabinet op tot een ruimhartiger opnamebeleid. Andere landen stimuleren om ook vluchtelingen te hervestigen is niet genoeg. Nederland moet haar quotum aanzienlijk verhogen naar minimaal 2500 vluchtelingen per jaar. Alleen daarmee kan ze haar rol als voortrekker waarmaken. Edwin Huizing, directeur VluchtelingenWerk Nederland Bovenstaande tekst is als ingezonden brief gestuurd naar de Volkskrant. |
|||||
|
|||||
| Actueel |
| Vluchtelingen en asielzoekers |
| Asiel |
| Integratie |
| Wat wij doen |
| Internationaal |
| Standpunten |
| Publicaties |
| Weblinks |