Wil je onze nieuwsbrief ontvangen?

Wij betrekken je graag bij ons werk. Wil je onze maandelijkse update met nieuws, persoonlijke verhalen en bijzondere acties niet missen? Hieronder schrijf je je in voor onze digitale nieuwsbrief. Nieuwsgierig? Bekijk een voorbeeld.

?VluchtelingenWerk Nederland gaat zorgvuldig om met je privacy
donderdag 19 november 2015

Gaat dit goed komen? | Column taalcoach Edith Tulp

Edith Tulp vertelt in een serie columns over haar ervaringen als taalcoach. Wat houdt het werk precies in? Wat zijn de leuke kanten? En wat leer je er zelf van? In deze column: Edith treft een sombere Firas.

Column van taalcoach Edith TulpZeven en een half

De dag is grijs en het miezert. Typisch novemberweer. Het is de vooravond van de aanslagen in Parijs. Firas is somber. ‘Het is altijd winter in dit land,’ moppert hij. Hij heeft de pest in. Het leren van onze taal gaat hem niet snel genoeg. Terwijl zijn cursusgenoten negens en tienen halen, blijft hij steken op een zeven en een half en een acht. Mijn tegenwerping dat dit toch ook goede cijfers zijn, hoort hij niet. Hij moppert over zijn docente, over wie hij eerst zo positief was. Sinds hij twee maanden geleden met Nederlandse lessen begon, gaat hij echt vooruit en grijpen we steeds minder terug op het Engels. Maar niet vandaag. Wat is er aan de hand?

‘Op de tafel’

In het Engels uit hij zijn frustraties over zijn docente. Zij schijnt geen Engels te praten en begrijpt hem niet. Misschien expres, dat weet hij niet. Ze heeft gezegd dat ‘tegenover’ en ‘tegen’ hetzelfde betekenen, maar dat is toch niet zo? En volgens haar is er ook geen verschil tussen ‘op de tafel’ en ‘naast de tafel’. Ik weet niet wat er speelt en hoe ik hem, behalve met de taal, moet helpen. Hij is bang dat hij dom is. ‘Natuurlijk ben je niet dom’, protesteer ik. ‘Je hebt alleen geen talenknobbel, want je bent accountant.’
‘Ik schrijf anders wel gedichten,’ zegt hij.

Erbij horen

Het leren van de taal is een wezenlijk onderdeel van de integratie. Daarom doet Firas ook verschrikkelijk zijn best om Nederlands te praten zoals wij dat doen. Om erbij te horen. Dat pakt niet altijd even goed uit. Op een terras, laatst, vroeg een meisje of ze een stoel van ons kon pakken. ‘Ja hoer’, hoorde ik hem zeggen. Dat was even schrikken en tegelijkertijd erg grappig. Vonden we allebei. Zo komen die verhalen over testosteronbommen de wereld in.

Na Parijs

Maar nu kan hij niet lachen. ‘Ik probeer een praatje te maken met mensen en dan vragen ze me waar ik vandaan kom. Als ik Syrië zeg, willen ze niet meer met me praten. Dat is me nu al meer dan tien keer gebeurd’, zegt hij. ‘Gebeurde dat ook voordat die stroom vluchtelingen hier naar toe kwam?’ vraag ik. Hij schudt zijn hoofd. ‘Het is erger geworden.’ We rekenen de koffie af en als we weggaan, zegt hij beleefd tegen de serveerster: ‘Heb een fijne dag.’ Vriendelijker dan menig Nederlander dat doet. Ik wil Firas moed inpraten. Hem zeggen dat het wel goed komt met die integratie. Na Parijs weet ik dat niet zo zeker meer.

Ook vrijwilliger worden?

Zoek hier naar vrijwilligersvacatures bij jou in de buurt.

Deel dit met anderen