maandag 5 maart 2018

De cadeautjescarrousel | Column wijkvrijwilliger Trudeke Sillevis Smitt

Trudeke Sillevis Smitt vertelt in een serie columns over haar ervaringen als wijkvrijwilliger bij VluchtelingenWerk Amsterdam. Wat houdt het werk precies in? Wat zijn de leuke kanten? En wat leert ze er zelf van?

'Ik ben niet van de taxi’s en de bloemen, hoor', zei mijn man toen we elkaar net hadden leren kennen. Het droeg bij aan zijn aantrekkingskracht, want elkaar overladen met attenties en cadeautjes – daar ben ik óók niet zo van. Misschien is dat wel een beetje Nederlands, want in contact met mensen van andere culturen valt me vaak op dat men graag en gemakkelijk geeft.

Zo ook Giti. Vaak drukt ze me bij het weggaan snel iets in handen. Een zak Iraanse pistachenootjes bijvoorbeeld: 'voor je zoon'. Een pot gezichtscrème: 'ik heb er zoveel, ik krijg ze van mijn dochter'. Een fles olijfolie en een doos chocolaatjes, 'voor Kerst'. Verdorie, denk ik dan. Waarom heb ik er niet aan gedacht een kerstcadeautje voor Giti mee te nemen? Met een schuldgevoel neem ik de attenties aan, en op weg naar huis pieker ik erover: een kerstcadeautje kun je niet weigeren natuurlijk, maar hoe 'betaal' je terug? Dat zal dan ook wel weer heel Hollands zijn, om zo te denken.

Hoewel? Giti geeft graag, maar ook zij vindt het niet gemakkelijk te ontvangen. Als ik  tijdens een koud rondje winkelcentrum voorstel ergens te gaan lunchen zegt Giti: 'Ja, als ik betaal.' Dat is voor mij onbespreekbaar. 'Ik eet al zo vaak bij jou', is mijn ijzersterke argument. 'Jij helpt mij', is het hare. We komen er simpelweg niet uit, en enigzins teleurgesteld – het was koud, en ik had best honger – loop ik met Giti terug naar haar huis.

Als leuke dingen niet doorgaan omdat iedereen wil geven en niemand wil ontvangen, loopt er iets niet helemaal goed. Hoe voorkom ik de botheid van de weigering, zonder mee te moeten draaien in een eindeloze cadeautjescaroussel?

Ook vrijwilliger worden?