maandag 28 mei 2018

Giti op reis | Column wijkvrijwilliger Trudeke Sillevis Smitt

Wijkvrijwilliger Trudeke Sillevis Smitt

Trudeke Sillevis Smitt vertelt in een serie columns over haar ervaringen als wijkvrijwilliger bij VluchtelingenWerk Amsterdam. Wat houdt het werk precies in? Wat zijn de leuke kanten? En wat leert ze er zelf van?

Vandaag komt Giti bij míj thuis, voor het eerst. Ik doe vroeg boodschappen, maak alvast de lunch en ruim het huis op. Dan moet ik racen, maar het lukt net – precies om tien uur sta ik op het station. 

Pas als ik bij de tramhalte op Giti sta te wachten zie ik haar appje van kwart over negen: ze komt om 10.5 uur. 10.5 uur? Wat is dat? Vijf over? Vijftig over? Met een paar appjes kom ik er niet achter – bellen dan maar. Tien punt vijf, dat is dus half elf. Logisch, toch?

Van Giti naar mij is een eenvoudig reisje: ze moet vlak bij haar huis opstappen op tramlijn 2, blijven zitten tot het eindpunt (ritje uit de Top 10 Trolley Rides van National Geographic!), even kijken waar Trudeke staat en dan samen nog tien minuten lopen door de stad.

Maar tot voor kort durfde Giti die reis niet te ondernemen. Dat soort dingen deed ze alleen in bijzijn van haar dochter of haar zoon. Je ontvlucht je vaderland, je belandt vijfduizend kilometer verderop, maar vanuit dat nieuwe speldenknopje is een tochtje van tien kilometer al eng. Een vreemde in een vreemd land.

Giti’s man biedt wat dat betreft weinig steun. Hij heeft als ‘nareiziger’ sinds enige tijd ook permanent verblijf in Nederland, maar zijn hoofd is nog in Iran. Voor de Nederlandse taal heeft hij nauwelijks belangstelling. Hij kijkt het liefst Iraanse televisie. Het is hem niet aan te zien, maar volgens Giti is hij vooral ‘boos, boos, boos’ op de regering in Iran.

Maar nu heeft Giti het dus in haar eentje gefikst. Om kwart voor elf stapt ze uit de tram. Ze heeft fresia’s bij zich – de lievelingsbloemen van mijn moeder vroeger.

Bij mij thuis laat ik haar een foto van mijn ouders zien. Volgens Giti lijk ik op mijn vader. We drinken koffie, we lopen over de Westermarkt. We eten samen met mijn man soep en quiche. Als mijn man vraagt of Giti iets in het Farsi wil zeggen, vind ik dat een beetje gênant. Maar Giti niet, zo te zien. Er rollen een paar volzinnen van haar lippen. Wat het betekent? ‘Jij bent een mooie man, en een lieve man.’

‘s Avonds – de fresia’s staan op tafel, mijn huis ruikt naar mijn jeugd – krijg ik een berichtje van Giti, om te bedanken. ‘Vandaag was een goede dag voor mij’.

Jij bent een mooie man. Vandaag was een goede dag voor mij. Pure, prachtige taal.

Giti komt er wel, al kan het even duren.

Ook vrijwilliger worden?

Zoek vrijwilligersvacatures bij jou in de buurt >>

Deel dit met anderen