maandag 21 januari 2019

Het diner | Column wijkvrijwilliger Trudeke Sillevis Smitt

Trudeke Sillevis Smitt vertelt in een serie columns over haar ervaringen als wijkvrijwilliger bij VluchtelingenWerk Amsterdam. Wat houdt het werk precies in? Wat zijn de leuke kanten? En wat leert ze zelf van haar bezoeken aan de Iraanse Giti?

'Wat leuk dat je zoons meegaan naar dit soort dingen,'zegt Giti’s dochter. We zitten met zijn twaalven bij Giti thuis, in die mooie nieuwe tuinkamer die ze hebben laten bouwen. Al heel lang wilden Giti en ik de families eens bij elkaar brengen, en nu is het gelukt.

'Nou,' antwoord ik de dochter, 'het komt niet vaak voor dat ze meegaan, hoor. Maar dit wilden ze niet missen.' Ik voel trots opkomen voor die mannen van 23 en 24 jaar, die meteen ja zeiden tegen een diner met een Iraanse familie die ze niet kenden. Omdat ze gehoord hadden hoe aardig die mensen waren. Omdat ze benieuwd waren naar mensen uit een andere cultuur.

Giti is druk in de weer met hapjes en schalen. De jongste kleindochter zie ik niet meer. Die heeft zich ergens verstopt met een telefoonspelletje, weet de rest van haar familie. De mannen beginnen een gesprek over games. De moeders over gameverslaving. Giti’s zoon slaat aan het dollen met zijn kleine neefje.

Giti’s man Omar kijkt rond. Als enige kan hij de gesprekken niet volgen. Dat moet hem wel frustreren, maar hij weet het goed te verbergen.

Als we aan tafel gaan, blijken er te weinig stoelen te zijn. Gelukkig, denk ik. Ze hebben niet alles tot in detail van tevoren uitgedacht. Hoe het zich oplost weet ik niet, maar uiteindelijk zitten we allemaal. Er is veel lekker eten, in het midden een prachtige schaal saffraanrijst. 'Deze gerechten zijn allemaal zonder vlees,' wijst Giti mijn oudste zoon, de vegetariër.

We prijzen het eten de hemel in. 'O, maar dit is heel gewoon voor mijn moeder hoor,' zegt de dochter. 'Ja, zo kookt ze altijd,' zegt de zoon. Wij knikken een beetje ongelovig. 'In Iran hadden mijn ouders een heel rijk sociaal leven hè,' zegt de dochter. 'Ze hadden altijd gasten. Mensen die bleven eten, logés… altijd. Ik had daar wel last van, van die drukte, jij?'vraagt ze aan haar broer. Die had er niet zo’n moeite mee. 'Maar daarom zijn we heel blij dat mijn moeder nu dit organiseert,' zegt de dochter.

Die kant van Giti en Omar kende ik nog niet. Elke avond feest! Ik kijk nog eens naar ze, en zie ze opeens een beetje anders. Dít past bij ze, dus. Geen teruggetrokken, ouder echtpaar in een krap woonkamertje, maar een gastvrij stel aan een lange tafel, middelpunt van een gezelschap van vrienden en familie.

Bij het weggaan zeg ik: 'Volgende keer bij ons!'

Ook vrijwilliger worden?