donderdag 29 maart 2018

Lente | Column wijkvrijwilliger Trudeke Sillevis Smitt

Trudeke Sillevis Smitt

Trudeke Sillevis Smitt vertelt in een serie columns over haar ervaringen als wijkvrijwilliger bij VluchtelingenWerk Amsterdam. Wat houdt het werk precies in? Wat zijn de leuke kanten? En wat leert ze er zelf van?

‘Zij zit nu in de gevangenis,’ zegt Giti. We kijken op haar laptop naar een filmpje van een vrouw met lang, krullend haar bij een druk kruispunt in Teheran. Ze staat op een verhoging en zwaait met een lange stok waaraan een doek is gebonden. Haar misdaad is dat ze die doek laat wapperen als een vlag, in plaats van dat ze er haar hoofd mee bedekt.

Deze vrouw is niet de enige. Dagelijks riskeren Iraanse vrouwen gevangenschap door zich in het openbaar te laten zien zonder de verplichte hijab. De filmpjes ervan worden op sociale media gedeeld. ‘We are not fighting against a piece of cloth, we are fighting for our identity, for our dignity,’ zegt journaliste en activiste Masih Alinejad in het filmpje. ‘From the age of seven the government forces you to carry a fake identity, to be someone else.’

Als Giti en ik een beetje verder surfen, komen we foto’s tegen van de familie van de Shah, die tot 1979  de scepter zwaaide in Iran. Dat regime was bij mijn weten ook niet je dat, maar Giti kijkt met tederheid naar de prachtige vrouwen in glitterjurken, naar de mannen strak in het pak. ‘Wij hielden heel veel van de Shah,’ zegt ze. ‘Hij was modern.’ Ik voel aandrang een kritische vraag te stellen, maar ik slik hem in. Wat zou dat hier en nu voor goed doen?

Giti was twintig jaar toen Iran zich stortte in de islamitische revolutie. Aanvankelijk veranderde er weinig, vertelt ze. Maar op een gegeven moment mocht je geen korte rokken meer dragen. Later kwam de verplichte hoofddoek erbij. En inmiddels moet je je hele lichaam bedekken met kleding die je vormen verhult. Zingen in het openbaar is voor vrouwen verboden, om van dansen maar niet te spreken.

Voor Iraniërs is het begin van de lente ook het begin van het nieuwe jaar. Een feest vol tradities, dat twee weken duurt. Sommige van die tradities zijn heel origineel, andere lijken opvallend veel op die van ons. Je koopt een goudvis in een kom. Je dekt een siertafel met zeven voorwerpen waarvan de namen beginnen met een S; ze staan symbool voor nieuw leven en geluk. Je gaat eieren beschilderen. Er is vuurwerk, er zijn cadeautjes, ze hebben zelfs een soort Sint en Piet. Op de laatste dag van het feest laat je de goudvis vrij in de rivier. ‘Symbool voor de loop van het leven,’ zegt Giti, terwijl ze haar hand beweegt als een zwemmende vis.

In al die gewoonten valt geen greintje islam te ontdekken, en toch mag dat dan blijkbaar allemaal wel van het regime. Maar het is natuurlijk ook onmogelijk die ‘heidense’ tradities uit te roeien. In Nederland doen we nu al tien jaar enkel over een ander kleurtje voor Zwarte Piet.

Vandaag is de laatste dag van het Iraanse nieuwjaarsfeest. De goudvissen gaan de rivier in, de vrijheid tegemoet. Zwem, vissen, waarheen je maar wilt. Ooit mogen de vrouwen van Iran hun haar weer laten wapperen in de wind.

Ook vrijwilliger worden?