woensdag 15 mei 2019

Trots op Nederland | Column wijkvrijwilliger Trudeke Sillevis Smitt

Trudeke Sillevis Smitt vertelt in een serie columns over haar ervaringen als wijkvrijwilliger bij VluchtelingenWerk Amsterdam. Wat houdt het werk precies in? Wat zijn de leuke kanten? En wat leert ze zelf van haar bezoeken aan de Iraanse Giti?

Vroeger keken Iraniërs neer op Afghanen, vertelde Giti me, maar tegenwoordig niet meer. ‘Afghanistan was altijd al “kapot”, maar nu is Iran dat ook’, legde ze uit. Ze doelt op de onderdrukking door de islamitische regering in Iran, de corruptie, het economisch verval. Hoeveel respect je in de wereld krijgt hangt voor een deel af van het aanzien dat je vaderland geniet, ook al heb je daar als individu bar weinig invloed op.

In de tachtiger jaren kreeg de rechtse populist Jörg Haider in Oostenrijk voet aan de grond – en daalde Oostenrijk diep in mijn achting. Met mijn Nederlanderschap was ik in die jaren wel tevreden. Maar toen kwam de LPF, toen kwam Rita Verdonk. Haar ‘Trots Op Nederland’ gaf mijn vaderlandsliefde een flinke knauw.

Inmiddels scoren de twee grootste partijen in de Tweede Kamer (VVD en PVV) en de grootste winnaar van de provinciale verkiezingen (FVD) het laagste op ‘vluchtelingvriendelijkheid’, volgens de Europese Verkiezingswijzer van VluchtelingenWerk. Hoe kijken ze in het buitenland nu aan tegen ons land, dat bekend stond als tolerant en vooruitstrevend?

Als ik Giti mag geloven, is er met het imago van Nederland helemaal niks mis. Nederland is een héél goed land, vindt zij. Kijk eens hoe vluchtelingen in Turkije aan hun lot worden overgelaten – geen onderwijs, geen woning, geen rechten… Terwijl Nederland je een huis geeft, een talencursus, scholing voor je kinderen en zo nodig een uitkering tot je werk hebt gevonden. Nee, geen kwaad woord over Nederland.

Waar ik vroeger zo’n compliment aan mijn land gracieus namens allen in ontvangst zou nemen, heb ik nu de neiging om er tegenin te gaan, en ik kan wel wat argumenten verzinnen. Maar is het nodig? Is wat Giti zegt niet óók waar? Is het debat zo gepolariseerd dat ik de verworvenheden die we hebben niet eens meer kan onderkennen?

Nederland is niet de hemel op aarde. Een deel van de bevolking is onnodig bang voor ‘de ander’ en politici maken daar misbruik van. Maar de basiswaarden van onze samenleving zijn niet zomaar stuk te krijgen. De wetten en verdragen die een vluchteling een veilig heenkomen bieden en een plek in de samenleving, hebben in Giti’s geval gewerkt, en zij is niet de enige. 

‘In Turkije moeten ze wel veel meer vluchtelingen opvangen dan wij, miljóenen,’ sputter ik nog. Maar daarna ben ik stil. Voor Giti heeft mijn land het goed gedaan. En een gekaapt gevoel is even terug: ik ben trots op Nederland.

Ook vrijwilliger worden?

Deel dit met anderen