dinsdag 11 juni 2019

Zevenblad | Column wijkvrijwilliger Trudeke Sillevis Smitt

Trudeke Sillevis Smitt vertelt in een serie columns over haar ervaringen als wijkvrijwilliger bij VluchtelingenWerk Amsterdam. Wat houdt het werk precies in? Wat zijn de leuke kanten? En wat leert ze zelf van haar bezoeken aan de Iraanse Giti?

Kurkuma en knoflook

Giti vertelt mij regelmatig dat ik knoflook in mijn oren moet stoppen tegen hardhorendheid, of kurkuma moet eten tegen dik bloed. Dus toen een vriendin uit de Eilandspolder vroeg of ik meeging naar een workshop over kruiden bij haar in de buurt, leek mij dat een ideaal uitje om met Giti te gaan doen. Zo reden Giti en ik dus op een zomerse namiddag door het Noord-Hollandse landschap. Eerst naar mijn vriendin, die de lasagne al in de oven had staan. Giti had een fles wijn meegenomen, en ook nog chocola. Mijn vriendin stelde belangstellende vragen en sprak in een rustig tempo. De dames bekeken elkaars familiefoto’s. Toen ik even naar de wc was geweest ging het al over de liefde.

Viooltjes, kamille en rozemarijn

We waren wat vroeg bij de kruidenboerderij, maakten een praatje met de gastvrouw. Ze zou een introductie geven en daarna zouden we gaan plukken en pesto gaan maken. De vrouw vertelde welk (on)kruid lekker was in stamppot of hielp tegen wratten en koorts. Af en toe zag ik Giti afkeurend haar hoofd schudden, als de informatie niet strookte met de hare. Ik hoopte maar dat niemand erop lette, maar dacht ook: yes, dat verstaat ze toch maar mooi. Toen gingen we met de groep de grote kruidentuin in, een emmertje aan onze arm. Giti zette het meteen op een plukken. Een paar viooltjes (mooi in de sla), kamille, rozemarijn. 'We moeten denk ik nog even wachten', zei ik, want niemand anders plukte al. Maar het leek niet tot Giti door te dringen. De gastvrouw liet de groep nog het een en ander zien en nodigde iedereen toen uit om zevenblad te plukken, voor die pesto.

O. Ahum. Alleen zévenblad?

Salie en Oost-Indische kers

We gingen aan de slag, maar voordat we Giti’s mooie kruidenbouquet hadden bedekt met een laag van dat hardnekkige onkruid had de mevrouw ons in de smiezen. Luid riep ze, met de hele groep eromheen: 'Wat zijn jullie nou aan het doen? Waarom heb je salie geplukt, en Oost-Indische kers? Dát is niet de bedoeling! Ik zei toch zevenblad?' Ik kon niet naar Giti kijken, de plaatsvervangende schaamte was te groot. Deze vrouw had met Giti gesproken, wist dat de taal nog moeilijk was. Ze kon ook begrijpen dat de hele situatie voor haar nieuw was. Hoe bot kun je zijn.

Napiekeren

Ik geloof overigens niet dat Giti er heel erg mee zat. Misschien is het gênante haar zelfs wel helemaal ontgaan. Ze hielp mee met pesto maken en haalde aan het eind spontaan een bezem over de keukenvloer. Op weg naar huis sprak ze vooral enthousiast over mijn vriendin, die nu ook de hare was. Ikzelf piekerde nog even na over die sociale hobbel. Had ik Giti duidelijker moeten instrueren? In mijn kringetje verplaatsen de mensen zich wel in degene die zijn weg nog een beetje moet vinden. Maar vanzelfsprekend is dat dus niet.

Ook vrijwilliger worden?