Vooruit, voer die Spreidingswet uit
De Spreidingswet is een van de belangrijkste oplossingen voor de huidige opvangchaos in Nederland. Er zijn structureel voldoende en fatsoenlijke plekken nodig om asielzoekers op te vangen. Toch blijft de discussie over de wet voortduren. We delen vier overtuigende redenen vóór deze wet.
1. Een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheden
Op dit moment vangen zo’n 100 gemeenten heel veel mensen op, zo’n 140 gemeenten doen te weinig en 100 gemeenten doen helemaal niks,’ vertelt Myrthe Wijnkoop, teamleider beleidsbeïnvloeding bij VluchtelingenWerk. ‘De Spreidingswet zorgt ervoor dat alle gemeenten gaan bijdragen, zoals dat bij de huisvesting van statushouders al het geval is. Zo’n gemeentelijke verplichting is heel gewoon bij maatschappelijke opgaven.’
Hoeveel een gemeente moet doen, bepaalt de overheid. Daarbij kijkt zij onder meer naar het aantal inwoners en de financiële draagkracht van een gemeente. Myrthe: ‘Daarna gaan de gemeenten regionaal met elkaar in overleg. Ze mogen onderling taken uitruilen. Bijvoorbeeld: doe jij de opvang, dan regel ik woningen voor statushouders. Zolang er per provincie maar voldoende plekken komen.’
Op dit moment vangen zo’n 100 gemeenten heel veel mensen op, zo’n 140 gemeenten doen te weinig en 100 gemeenten doen helemaal niks
Myrthe Wijnkoop, teamleider beleidsbeïnvloeding VluchtelingenWerk
Verkeerd beleid
De wet was hard nodig, vindt Peter Scholten, hoogleraar bestuurskunde op het gebied van migratie- en diversiteitsbeleid en schrijver van het boek De migratie-obsessie. Hij beschrijft daarin hoe de feiten over migratie uit beeld zijn geraakt. Daardoor ontstond het waanbeeld dat alle problemen uit migratie voortkomen.
Peter: ‘Door die obsessie durven overheden geen rationele beslissingen meer te nemen, dan zouden ze de zorgen van burgers niet serieus nemen. Maar je neemt de burger juist niet serieus door mee te gaan in het verkeerde frame. De woningnood is bijvoorbeeld niet veroorzaakt door migranten, maar doordat er te weinig betaalbare woningen zijn gebouwd.’
Ook de opvangcrisis is ontstaan door verkeerd beleid, zegt Peter. ‘De nationale overheid liet steeds meer gaten vallen. Bij een lager aantal asielzoekers werd de capaciteit in de opvangcentra en bij de IND bruut teruggeschroefd, terwijl migratie altijd fluctueert. Als de vraag weer aantrok, waren sommige gemeenten voortvarender dan anderen in het vullen van de gaten. Meestal met kortlopende contracten, waardoor een constante crisissfeer rond de opvang ontstond.’
Onrust
Voeg daarbij de woningnood, waardoor mensen na het krijgen van een verblijfsvergunning niet kunnen doorstromen, en het recept voor overvolle opvanglocaties is compleet. Voor vluchtelingen is dat heel zwaar. Maar het kan ook de omgeving onevenredig belasten, zoals in Ter Apel.
Peter: ‘Mensen horen al 25 jaar dat er sprake is van een asielcrisis. Dus als mensen een overvol azc zien, denken ze dat er steeds meer asielzoekers komen. Dat kun je ze niet kwalijk nemen. En als een azc opengaat, staat De Telegraaf voor de deur, terwijl sluitingen geen nieuws zijn. Het leidt tot onrust, waardoor het nog moeilijker wordt om opvang te realiseren, waardoor bestaande locaties nog meer overbelast raken: een vicieuze cirkel.’
De Spreidingswet is volgens Scholten een mooi instrument om de taken eerlijk te verdelen. ‘Ik heb wel een máár: de landelijke overheid zou meer verantwoordelijkheid moeten nemen. Door dat sterke asielcrisis-frame durven zij niet voor het eigen beleid te gaan staan. Het is echt ongekend dat niet alle regeringspartijen de Spreidingswet voluit steunen, terwijl we daartoe met zijn allen hebben besloten. Dat ondergraaft onze democratie.’
De woningnood is niet veroorzaakt door migranten, maar doordat er te weinig betaalbare woningen zijn gebouwd.
Peter Scholten, hoogleraar bestuurskunde
2. De opvang verbetert (en is nog goedkoper ook)
Het haperende opvang- en huisvestingsbeleid heeft ertoe geleid dat inmiddels 35.000 mensen in (crisis)noodopvanglocaties verblijven. In tenten, sporthallen en evenementenhallen, waarbij ze telkens moeten verhuizen. Het gebrek aan privacy, schoon sanitair en goed eten is schadelijk voor hun lichamelijke en mentale gezondheid. Dat heeft ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg vastgesteld.
Funest voor kinderen
Voor de meer dan 7.000 kinderen die er verblijven, is de situatie funest. Ze gaan soms maanden niet naar school, hun veiligheid is niet gewaarborgd en de gezondheidszorg schiet tekort.
‘Als iedereen doet wat hij moet doen, komen we met de Spreidingswet van de noodopvang af,’ zegt Myrthe Wijnkoop. ‘De wet is gericht op stabiele, langdurige opvang, bij voorkeur kleinschalig. Je weet als gemeente wat je taak is en je kan gaan nadenken over hoe je dat gaat doen, in overleg met je inwoners. De wet begint nu al te werken: een jaar na de invoering hadden gemeenten 75.000 van de benodigde 96.000 plekken toegezegd.’
Daarmee kan de kwaliteit van de opvang op een acceptabel niveau worden gebracht. Er komt meer rust voor de bewoners. Voorzieningen worden beter doordat alles voor de langere duur wordt geregeld. Zelf koken zal weer meer mogelijk zijn. Volwassenen kunnen makkelijker werk vinden en behouden en kinderen kunnen naar school.
Gewone opvang is goedkoper
Noodopvang is bovendien twee keer zo duur als gewone opvang. De Spreidingswet kan dus veel geld besparen. Maar wat als er tijdelijk minder asielzoekers komen? Myrthe: ‘Dan kun je die capaciteit gebruiken voor tijdelijke huisvesting van andere groepen, zoals studenten of arbeidsmigranten.’
3. Sneller thuis in Nederland
Vaste opvanglocaties, het liefst binnen of dicht bij woonkernen, zorgen ook voor betere integratie. ‘Als mensen mentale rust krijgen, kunnen ze zich naar buiten keren,’ zegt Myrthe. ‘Ze kunnen een netwerk opbouwen, de kinderen kunnen naar school. Het wordt veel makkelijker om te gaan werken, en dat willen vluchtelingen graag.’
Dat is niet alleen goed voor de vluchtelingen zelf. De samenleving heeft de arbeidskrachten nodig. En als vluchtelingen zich goed voelen en snel op eigen benen staan, hoeven ze minder een beroep te doen op zorg en op sociale voorzieningen.
Als ik kan werken, kan ik sneller de taal leren en integreren in de samenleving. In het azc kan ik alleen maar wachten in een stressvolle omgeving. Ik ben opgeleid tot verpleegkundige en ik wil me nuttig voelen.
Abbas (43)
Ook omwonenden raken aan vaste opvanglocaties gewend. Peter: ‘De paniek is er altijd in de aanloopfase, maar verstomt bijna net zo snel als de locatie eenmaal geopend is. De locatie integreert in de buurt. Er is contact via de sportvereniging, vrijwilligers komen helpen op de locatie, er ontstaat van alles omheen. Je hoort dan: déze opvanglocatie draait wel goed. Maar dit is hoe het meestal gaat.’
4. Rust in de tent
De Spreidingswet brengt ook rust voor gemeenten, die weten waar ze aan toe zijn. Myrthe: ‘Ze hoeven niet meer in gesprek over het óf, alleen over het hóé.’
Er is al een meerderheid voor het opvangen van asielzoekers in de eigen buurt. De Spreidingswet kan dat draagvlak verder versterken. Daarvoor is wel goede communicatie nodig, zegt Myrthe. ‘Uit onderzoek blijkt dat het echt werkt om burgers tijdig te informeren en met sleutelfiguren in gesprek te gaan. In IJsselstein ging het bijvoorbeeld mis, daar was de voetbalclub niet geïnformeerd dat het azc op het tweede veld zou komen. In Gouda liep het goed, daar ging de gemeente huis aan huis langs bij omwonenden om te bespreken wat er nodig was om zorgen weg te nemen. Het is heel goed dat premier Jetten heeft aangekondigd dat er teams komen die gemeenten op dit punt gaan ondersteunen.’
Geen asielcrisis maar beleidschaos
Ook Peter Scholten ziet in de Spreidingswet de weg uit de vicieuze cirkel. ‘Het gaat niet alleen verschil maken voor asielzoekers, maar ook voor de hijgerigheid van: waarom hier en niet daar? Het beleid wordt beter uitlegbaar: we hebben het democratisch besloten, en nu is het basta. De oplossing ligt voor onze neus.’
Dan moet de nationale politiek dat wel uitdragen. Peter: ‘Bij de opening van een azc zul je nooit een minister zien. Ze willen niet in verband worden gebracht met hun eigen beleid. De burgemeesters worden naar voren gestuurd om als frontsoldaten de hete kolen uit het vuur te halen. Er is moed nodig om mensen te vertellen dat we geen asielcrisis hebben, maar een beleidschaos. Als we die oplossen, kunnen we zeggen: het is misschien moeilijk, maar we hebben het zo goed mogelijk georganiseerd. Dat helpt mensen om los te komen van het gevoel van crisis dat zij ervaren.’
De echte cijfers
Het aantal asielaanvragen fluctueert, maar nam de afgelopen jaren af. Tegelijk loopt het tekort aan opvangplekken alleen maar verder op.
- In 2023 vroegen 38.377 mensen voor het eerst asiel aan in Nederland, in 2025 waren dat er 24.073.
- Door bezuinigingen wachten asielzoekers vaak langer dan vijftien maanden op een beslissing van de IND, soms zelfs langer dan twee jaar.
- Door de woningnood verblijven mensen ook veel langer in de opvang: één op de vier bewoners heeft al een verblijfsvergunning.
Geef voor vluchtelingen in Nederland
Mensen op de vlucht laten álles achter op zoek naar veiligheid. Met jouw steun komen we op voor de belangen van vluchtelingen en begeleiden hen van aankomst naar toekomst. Zodat ze vanaf dag één meedoen in de samenleving. Geef vandaag nog en maak het verschil.

