maandag 19 november 2018

'4000 ontzettend goede redenen om te stoppen met afschuiven' | Column Sander Schaap

Het kamp Vathy op het Griekse eiland Samos. Afgelopen vrijdag. Omstandigheden zijn er slechter dan ooit. Alle voorzieningen zijn geënt op de officiële capaciteit van 650 mensen, inmiddels zitten er al 6 keer zoveel, dik 4000 mensen. Waaronder de helft vrouwen en kinderen. We zijn hier met een delegatie van VluchtelingenWerk Nederland in het kader van onze samenwerking met de Greek Council for Refugees. Zeg maar het Griekse VluchtelingenWerk.

Een overschot aan ellende en verder een gebrek aan alles. Veel te weinig barakken, tenten, artsen, bewaking, tolken, beslismedewerkers, kantoorruimte. Overal geïmproviseerde ‘tenten’, van plastic, afgebroken deuren, hout, zeil, en karton. Het riool stroomt er over je tenen. De ratten schuifelen tussen de geïmproviseerde tenten door. Een collega merkt op dat de omstandigheden in het vluchtelingenkamp in Rwanda waar ze werkte stukken beter waren.

Een meisje van een jaar of twee scharrelt tussen de tenten door. Ogenschijnlijk in haar eigen wereld. Ik hoop het maar voor haar. De wanhoop, het eindeloze wachten, het gebrek aan hygiëne en voorzieningen zorgen voor spanning en agressie. Een Afrikaanse jongen spreekt me aan, de woede in z’n ogen. Hij klaagt in gebrekkig Frans over het wachten, de ontberingen. Ik stamel in evenzo gebrekkig Frans beschaamd wat terug.

Vluchtelingen die aankomen krijgen allang geen plek meer in het kamp zelf. Om het kamp heen staan overal door vluchtelingen zelf gekochte of gebouwde tenten en onderkomens. Als je het al zo mag noemen. Er heerst een totale wetteloosheid in en rondom het kamp, bendes vullen het gat. Zij verkopen de ‘beste’ plekken om je tent op te slaan. In afwezigheid van politie die optreedt wordt het heft in eigen hand genomen. En dat gaat er niet zachtzinnig aan toe.

Er zijn 20 wc’s voor 4000 mensen. Het gros doet hun behoefte in de bosjes. Mensen staan uren in de rij voor slecht eten. Drie keer per dag. De stank is niet te harden. Moeder’s met baby’s liggen op de koude grond. Het wemelt er van de kleine kinderen. M’n ogen prikken. Van de sterke lucht van urine, schaamte en boosheid.

De winter staat voor de deur. Er worden precies 0 voorbereidingen getroffen om de 4000 vluchtelingen tegen de komende kou en neerslag te beschermen. ‘What can I do? What can I do?’ herhaalt de directrice van het kamp onkundig en onwillig. In de vertrekken voor kinderen zonder ouders of begeleiding slapen opgeschoten en verveelde pubers zij aan zij op een dunne deken. Her en der een vergaan matras.

De slaapvertrekken van de jongens, barakken vaak zonder ramen en deuren, vallen van ellende uit elkaar. ‘We zijn bezig de vertrekken op te knappen’, zegt de directrice voor de tweede keer dit jaar. Tja. Moedeloosheid, desinteresse en het vingerwijzen vechten bij haar om voorrang. De bureaucratie is dodelijk. Een gebroken raam of deur lijkt me toch te repareren zonder al teveel gedoe. Toch in ieder geval voordat de winter komt. Ik zal er wel te makkelijk over denken.

Vluchtelingen zonder ernstig trauma of psychische problemen zijn schaars. Vervolging of oorlog ontvlucht. Een gruwelijke reis, in de handen van drugs -en wapendealende mensensmokkelaars achter de rug. De prijs van de overtocht over zee afhankelijk van de staat van de boot en de hoeveelheid mensen en het weer. Een onstuimige zee met hoge golven drukt de prijs en de kans dat je heelhuids overkomt.

En wie bij aankomst op het eiland nog geen trauma had, loopt die van de stress en beestachtige omstandigheden van het kamp binnen no time op. Vluchtelingen wachten maanden, vaak jaren op een beslissing op hun asielaanvraag. In de tussentijd zitten ze vast op het eiland. Omdat er nog steeds substantiële aantallen vluchtelingen aankomen, onlangs nog meer dan 800 in een week, is er met acht gehoren per dagen door de lokale asieldienst niet tegen op te werken.

Een lokale NGO zorgt voor wat vermaak in het geïmproviseerde deel van het kamp. Het kamp zelf mogen ze niet in. ‘Waarom niet?’ vragen we. ‘Omdat dat van mij niet mag’ is het verhelderende antwoord. De vraag of het waar is dat het kamp verplaatst gaat worden naar een plek met meer ruimte: ‘geen commentaar’ is haar veelzeggende reactie.

Griekenland is een soeverein land. Zij moeten het oplossen.
Ze hebben 1,6 miljard aan EU geld gekregen.
Het is de schuld van Europa, ze laten ons in de steek.
We kunnen er echt niet aan beginnen om vluchtelingen over te nemen.
We bieden ze hulp aan maar ze zeggen het niet nodig te hebben.
Er is geen probleem, de kampen zijn klaar voor de winter.
Het is niet onze verantwoordelijkheid.
De Griekse economie is zo slecht. De werkeloosheid zo hoog.

“What can I do.”

Ik wil het allemaal even niet horen. Stuk voor stuk ontzettend goede redenen om niks te doen. Maar er zijn ook 4000 ontzettend goede redenen om te stoppen met afschuiven. Te stoppen met vingerwijzen. Want wat ook waar is, het is echt mogelijk er iets aan te doen. Het is een kwestie van willen.

Op Europees grondgebied worden duizenden mensen als beesten behandeld.

De dag na ons vertrek begon de regen.

 
Sander Schaap is manager Beleid, Pers en Internationaal bij VluchtelingenWerk Nederland

 

Deel dit met anderen