Nieuws, 21 januari 2015

Teeven betaalt gemeenten voor tijdelijke noodopvang uitgeprocedeerde asielzoekers

Gisteren liet staatssecretaris Teeven in een brief aan de Tweede Kamer weten toch tijdelijk mee te gaan betalen aan de noodopvang van uitgeprocedeerde asielzoekers in verschillende gemeenten in Nederland. Dit maakt het voor gemeenten mogelijk om in elk geval de komende maanden 'bed, bad en brood' te bieden aan asielzoekers die niet mogen blijven, maar ook niet terug kunnen, durven of willen. “Het is goed dat er nu in elk geval tijdelijk onderdak kan worden geboden aan mensen tussen wal en schip vallen. Meerdere gezaghebbende internationale organisaties hebben stevige kritiek op het uitblijven van een oplossing. Maar dit is nog geen permanente regeling, en die moet er volgens ons wel komen.” zegt Jasper Kuipers, adjunct-directeur van VluchtelingenWerk Nederland.

Stevige kritiek

Nederland kreeg de afgelopen twee jaar stevige kritiek op het ontbreken van eerste levensbehoeften voor asielzoekers die hier niet mogen blijven, maar ook niet terug kunnen, durven of willen. Het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR) stelde dat Nederland deze mensen “bed, bad en brood” niet langer mag onthouden. Ook VN-mensenrechtenrapporteurs hadden kritiek op de starre houding van de staatssecretaris. Gesterkt door de uitspraak van het ECSR dwongen enkele uitgeprocedeerde asielzoekers deze voorzieningen met succes af bij de Nederlandse rechter. Verschillende gemeenten bieden nu een vorm van onderdak aan uitgeprocedeerde asielzoekers. Teeven zegt voorlopig een deel van de kosten te vergoeden, in elk geval tot twee maanden na het oordeel van het Comité van Ministers van de Raad van Europa. Het is nog onbekend wanneer dit comité zich hierover buigt.

Op straat

VluchtelingenWerk Nederland is blij met deze verbetering, hoewel nog steeds onzeker is of er ook op lange termijn onderdak zal blijven voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Als iemand asiel aanvraagt en dit wordt afgewezen, is terugkeer aan de orde. Asielzoekers krijgen 12 weken de tijd om hun terugkeer voor te bereiden en kunnen dit doen vanuit een zogenoemde 'vrijheidsbeperkende locatie' (VBL) onder voorwaarde dat zij meewerken aan je terugkeer. Een deel van de uitgeprocedeerden durft niet terug, omdat het (volgens hen) nog niet veilig genoeg is. Anderen willen misschien wel terug, maar treffen een ambassade van hun thuisland die niet meewerkt. Deze mensen vallen nu tussen wal en schip: zij kunnen niet terug, maar mogen ook niet blijven en belanden vervolgens vaak op straat.

Probleem is groter dan nodig is

Als dakloze is het lastig om te werken aan een toekomst. Of die nu hier is, of in het land van herkomst. Het enige waar je mee bezig bent is overleven. Terwijl het juist belangrijk is om na te denken over terugkeer, of om te werken aan perspectief in Nederland. De huidige 28 dagen waarin asielzoekers nog in de centrale opvang mogen blijven als hun asielaanvraag is afgewezen blijkt in de praktijk te kort om die knop om te zetten. Jasper Kuipers: “Als er meer tijd wordt uitgetrokken om vanuit de rijksopvang aan een toekomst te werken, zou de groep die op straat komt te staan veel kleiner zijn. Het probleem is dus groter dan het zou kunnen zijn.”