Verhaal, 14 maart 2022

Firas uit Oekraïne: een samengesteld gezin op de vlucht

Eigenlijk zou hij maar een paar jaar in Oekraïne blijven. Toen Firas in 2004 vanuit Syrië naar Charkov emigreerde, was dat om werk te vinden. Hij zou sparen en weer teruggaan. Maar zo ver is het nooit gekomen, want als de oorlog uitbreekt in Syrië kan hij niet meer terug. In Oekraïne bouwt hij een succesvol leven op als restauranthouder. Maar dit keer blijven de gruwelen van de oorlog hem niet bespaard.
placeholder

Bommen in Charkov

Drie dagen lang schuilt hij met zijn gezin - zijn vrouw en twee kleine kinderen - voor de bommen en beschietingen in zijn woonplaats Charkov. Eerst in de badkamer en uiteindelijk in de schuilkelder. Tot het niet langer gaat. Tegen zijn ex-vrouw, met wie hij een zoon van zestien heeft, zegt hij: 'Ik wil hier weg, het is niet langer veilig.' Maar omdat hij niet weg wil zonder zijn oudste zoon, biedt hij aan hen allebei mee te nemen. Zijn huidige vrouw begrijpt heel goed dat hij niet zonder zijn zoon weg wil. Zodoende vertrekken ze met zijn allen.

De vlucht duurt bijna vier dagen. De rit naar Slowakije, normaal een ritje van een paar uur, duurt drie dagen omdat Firas de beschietingen moet ontwijken. Firas: 'Het was ontzettend gevaarlijk.' Met de auto rijden ze daarna via Slowakije, Polen en Duitsland naar Nederland. 'Ik geloof gewoon niet wat we hebben meegemaakt, kan nog steeds niet geloven dat we hier zijn', vertelt hij.

Vier dagen woont hij nu in noodopvanglocatie Harskamp, met zijn ex, huidige vrouw èn hun kinderen in één ruimte. De situatie is voor iedereen een uitdaging. Op de vraag of zijn ex en huidige vrouw het met elkaar kunnen vinden, zegt hij: 'Het zal wel moeten, het is nu niet anders.'

De boel overnemen

Het is zo’n man die al iedereen in het kamp kent, met iedereen een praatje maakt. Hij wil zich nuttig voelen, mist zijn werk. Thuis runde hij een populair restaurant. Daarvoor was hij de hele dag op de been. Firas: 'Ik heb mijn kinderen nog nooit zo vaak gezien als nu. Ik was altijd aan het werk. Vroeger had ik nergens tijd voor. Nu weet ik niet wat ik met alle tijd aan moet.'

Firas zou Firas niet zijn als hij niet al met de organisatie in Harskamp had gepraat. Want zijn handen jeuken, hij wil bezig zijn, helpen. Als je het aan hem vraagt, neemt hij morgen de keuken over in de voormalige legerplaats. Ondertussen maakt hij zich grote zorgen over zijn restaurant. Elke dag belt hij met twee vrienden in Charkov om te vragen of zijn zaak nog overeind staat. En elke dag maakt hij zich zorgen of hij ze nog wel aan de lijn krijgt.

Firas wil graag terug naar Oekraïne, maar denkt dat dat niet eerder kan dan pas over vijf à tien jaar. Stilzitten is echter niets voor hem. Zelfs nu is hij in zijn hoofd al bezig met een plan. Hij hoopt dat ze in Nederland mogen blijven. Dan wil hij opnieuw een restaurant openen. Misschien kunnen vrienden hem helpen met wat startkapitaal. Of hij zet een crowdfunding op. Voor nu wil hij niets liever dan gewoon zijn gezin kunnen onderhouden, en rust. De onzekerheid over de toekomst vreet enorm aan hem. 'Hoe lang blijf ik hier in Harskamp wonen? Ik wou dat ze het ons vertelden. Is het een maand? Een half jaar? Dan kan ik me ergens op instellen.'

Bied Oekraïense vluchtelingen bescherming

Moeten vluchten voor oorlog en geweld is onvoorstelbaar. Toch overkomt het momenteel miljoenen Oekraïners. Een deel van hen zoekt bescherming en veiligheid in Nederland. Laat je hart spreken voor deze en andere vluchtelingen die alles hebben moeten achterlaten.
Doneer nu