95 jarige vrijwilliger bij VluchtelingenWerk Noord-Nederland

95 jarige vrijwilliger

Dat veel vrijwilligers bij VluchtelingenWerk Noord Nederland de pensioengerechtigde leeftijd zijn gepasseerd is algemeen bekend. Maar dat iemand zich blijft inzetten tot in zijn 'negentiger' jaren, is uitzonderlijk. Directeur Martin van Iperen noemde hem dan ook even tijdens de medewerkersbijeenkomst in november: aanwezige Sietse Dijkstra, met 95 jaar de oudste actieve vrijwilliger. Dat de bijeenkomst in zijn woonplaats Drachten was, kwam mooi uit, want “dan kan ik er op de fiets naartoe”.

Sietse Dijkstra werd geboren in Sint Annaparochie (Friesland) op 30 oktober 1924. “Al op de lagere school wist ik dat ik onderwijzer wilde worden. Ik kon goed leren en was samen met Klaas Baltjes 'de beste van de klas'. In de zesde hadden wij meester Koster en dat was mijn rolpatroon: hij was jong, opgewekt en modern in zijn aanpak. Klaas en ik kregen een aparte behandeling, wij mochten voorlezen en deden extra rekenwerk. Mijn ouders hadden er nooit aan gedacht dat ik naar de HBS kon, zoals Klaas. Dus ik ging in Sint Anna naar de ULO en daarna naar de Kweekschool in Leeuwarden. Dat was in de oorlogstijd. In 1945 heb ik – zonder examen - mijn diploma gekregen, het waren bijzondere tijden.
Toen de oorlog voorbij was, was ik 20 jaar. Na een paar kleine baantjes werd ik onderwijzer aan de lagere school in Oudehorne. Je opleiding ging nog door; wij waren wel onderwijzer, maar we moesten de hoofdaktes nog halen. Dan was je pas echt bevoegd en kreeg je meer salaris!

In Oudehorne ontmoette ik mijn vrouw. Januari 1946, ik was er net benoemd en het was een strenge winter. Een schaatswedstrijd bij de ijsclub leek mij een goede manier om wat contacten op te doen, dus ik nam mijn schaatsen mee. Er waren wedstrijden van 'een heer en een vrouw aan de stok'. De jongedame die de eerste prijs won, leek mij een leuke vrouw. Dus heb ik haar gevraagd om een paar baantjes met mij te schaatsen en later heb ik haar thuisgebracht. Zij is mijn vrouw geworden.

Een boeiend leven
In 1951 werd ik leraar aan de ULO in Grouw. Engels, Duits en ook Nederlands; ik heb doorgeleerd en altijd talen gegeven. In Grouw zijn de kinderen geboren. Ik werd er voorzitter van het jeugdwerk en als zodanig lid van het bestuur van de combinatie Jeugdherberg/dorpshuis. Toen ondervond ik dat er in het maatschappelijk leven veel te leren valt. In dat bestuur zaten mensen zoals een dokter, een tandarts, iemand uit het bedrijfsleven, zodat ik zag hoe je bijvoorbeeld een bedrijf moet runnen. Dergelijke kennis kwam van pas toen ik zelf in 1962 een school ging besturen, als hoofd van de ULO in Kollum. De Mammoetwet werd aangenomen in 1965 en onze ULO werd een Mavo; een grote omwenteling.

Een uitwisselingsprogramma van het Ministerie van Onderwijs bracht mij in de zomervakanties van '65 en '66 naar Hannover, met intensieve cursussen door de beste Duitse docenten. Ook kregen we de kans om concentratiekamp Bergen-Belsen te bezoeken en rond te kijken in Duitse scholen met modern taalonderwijs op hoog niveau. Daar zag ik hoe je een grote school moet runnen en hoe belangrijk het is dat het voor de leerlingen geen labyrint is. In 1970 ben ik benoemd in Drachten, daar werkten ze nog op ULO-basis. Deze school heb ik omgebouwd zoals ik dat in Duitsland had gezien; met vaksecties, toetsensysteem en vakkenpakketten. In vijf jaar werd het een Mavo.

Toen onderwijsminister Van Kemenade in 1975 de Middenschool wilde invoeren, werd ik opgenomen in een groep mensen uit de inspectie en schooldirecteuren. Wij bezochten Engeland, waar ze al eerder begonnen waren met 'Comprehensive Classes', om scholen te bekijken en kennis op te doen. Ook daar ben ik met veel plezier geweest. Naast mijn werk was ik actief in de vakbeweging (toen nog ABOP). De omwenteling van ULO naar Mavo werd begeleid en aangestuurd door de Stuurgroep Mavo-project. Deze was samengesteld uit vertegenwoordigers van de drie Pedagogische Centra en vakbondsbestuurders. Als vakbondsman was ik van 1979 tot 1983 lid van deze Stuurgroep en gaf voorlichting overal in het land. Later ben ik voor Nieuw Zicht, een tijdschrift van de ABOP, afgereisd naar België om op scholen te kijken. De verhouding leerling – leerkracht was er volkomen anders: leerlingen gingen nog naast de banken staan als de leerkracht binnenkwam. Ik schreef er artikelen over. Kortom: ik heb in Duitsland, Engeland en België het onderwijs van binnenuit kunnen bekijken. Zowel voor onze school als voor het belang van scholen in het hele land heb ik me altijd ingezet.” Sietse Dijkstra is voor zijn werk onderscheiden met een lintje: Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

VluchtelingenWerk
“In het grote geheel van mijn leven, waarin ik veel heb gedaan en meegemaakt, is VluchtelingenWerk in wezen maar een zijspoor. Mijn werk met vluchtelingen beslaat twee periodes. De eerste periode begon toen ik 70 jaar was. In Joegoslavië laaiden na de dood van leider Tito oude twisten op, het land viel uiteen en de Balkan-oorlog brak uit. Als gevolg daarvan kwamen er in 1994 veel vluchtelingen en die waren niet bij iedereen welkom.

Die vluchtelingen gingen mij aan het hart, dus toen heb ik me aangemeld. Er was een kantoordienst in Drachten, VluchtelingenWerk was nog lang niet zo georganiseerd als nu. Twee betaalde mensen deden dat werk samen met vrijwilligers. Vluchtelingen kwamen hier, kregen een status, een  huis en... vaak een serie problemen. Daar konden wij bij helpen. Het was heel divers wat je moest doen; veel financiële problemen, ze konden niet heel goed met geld omgaan. Wij hielpen ze de boel op orde te krijgen en verwezen bij schulden door naar de Kredietbank. Chinezen waren er ook veel en dat was moeilijk praten. Dan waren er tolken, zoals de eigenaar van een Chinees restaurant hier. Het was interessant werk, je kwam de vreemdste problemen tegen. Toen ik dat werk vijf jaar had gedaan, vond ik mezelf zó oud – 75 – dat ik dacht: nu houd ik er maar eens mee op.” Dijkstra glimlacht er twintig jaar later om.

“De tweede periode begon in 2015/16, toen er weer een enorme stroom vluchtelingen kwam. VluchtelingenWerk in Drachten deed een oproep voor hulp, vooral bij het leren van de taal. Ik had altijd talen gegeven en was directeur geweest van de MAVO... En toen werd ik 'klassenassistent' bij Nelleke Bottenbley, de taaldocent bij de officiële cursus van VluchtelingenWerk in Drachten, een middag in de week. We begonnen klassikaal en werkten daarna in groepen, dan kon ik zelfstandig lesgeven. Op het hogere niveau kon je een gesprek hebben en dingen uitleggen. Niveau 2 was heel moeilijk, dat waren soms praktisch analfabeten, dat was heel anders werken. Begin 2016 kwamen er vooral mensen uit Eritrea en Syrië. Onderling konden die alleen in het Nederlands praten, dat was eigenlijk wel mooi. En bij echtparen uit Syrië, bij ons op de cursus, bleek meer dan eens de vrouw intelligenter dan de man, maar dat mocht je natuurlijk nooit laten blijken. Ik vond het werk heel plezierig.”

Individuele begeleiding
Dijkstra is blij dat met de wet Koolmees het inburgeringstraject gaat veranderen. De gemeente wordt verantwoordelijk en financieel krijgen ze andere begeleiding. Ook moeten vluchtelingen op veel kortere termijn aan hun loopbaan kunnen beginnen. “Naar mijn mening deugt het huidige systeem niet. Als je een status krijgt, kun je 10.000 euro lenen voor inburgering. De cursus kost 1250 euro per kwartaal, dus in twee jaar is je geld op... maar dan ben je misschien nog niet klaar met de vijf inburgeringsexamens. Die mensen vallen 'uit de cursus', en dan? Als je gezakt bent, kun je ontheffing krijgen. Dan mag je wel blijven, maar wat gebeurt er? Nu valt een groot deel buiten de boot; dat wordt de onderlaag van onze maatschappij... dat moet niet!

In 2017 kwam er een vluchteling met de vraag: Sietse, kun je mij extra les geven, mijn geld is op maar ik wil examen doen. Ik gaf haar drie extra lessen en ze slaagde in één keer. Kortgeleden heb ik opnieuw kennis met haar gemaakt toen ze vanuit haar opleiding een bejaarde zocht om als 'maatje' te begeleiden.

Na die eerste extra lessen kwam de volgende. Zij had een kleintje van nog geen jaar, zodat ze niet 's avonds naar mij toe kon komen en ze was overdag op school. Dus heb ik haar thuis opgezocht en bijles gegeven. Eerst lezen, dan schrijven, dan spreken. In een jaar, met twee extra lessen in de week, is ze voor alle examens geslaagd! Vaak was het lastig, omdat haar kindje 's avonds nog niet in bed lag. Dat was soms een enorme stoorzender, maar ik ben gewoon doorgegaan. Ik help haar nog altijd, er zit een heel verhaal achter. Ze vluchtte op haar vijftiende uit Eritrea, via Ethiopië naar Soedan. Ondertussen werd ze 16, 17... en toen ze 18 was kreeg ze een relatie met een twee jaar oudere Eritrese man, waar ze mee trouwde. Met een jongere broer kwam ze in 2014  over de Middellandse zee via Italië in Nederland terecht, in AZC Drachten, en kreeg hier een huis. Ze is nog een keer terug naar Soedan gegaan om haar man op te zoeken, wat heel uitzonderlijk is. Hun baby is hier geboren. Haar man was een jaar lang onbereikbaar, maar heeft zich uiteindelijk gemeld vanuit een kamp in Libië.  Inmiddels hebben ze dagelijks contact en vanuit VluchtelingenWerk Drachten zijn we bezig met gezinshereniging. Dit speelt naast de gewone opleiding en inburgering, ik help haar nu op elk terrein. Ze bereidt zich momenteel voor op een vakopleiding in de zorg.

Zo ben ik gaandeweg meer tijd gaan besteden aan individuele begeleiding van vluchtelingen dan aan de reguliere cursus. Een Eritrese jongen bijvoorbeeld, een pientere knaap die de cursus te langzaam vond gaan en een meisje uit Eritrea met dyslexie. Dat leek onoverkomelijk en het ging heel moeizaam, maar ze is wel geslaagd voor lezen.

Reizen
Mijn vrouw en ik hebben altijd veel gereisd. Met de caravan  doorkruisten we half Europa, van Lapland tot aan Gibraltar. Ook gingen we bijna veertig jaar achter elkaar naar de wintersport, skiën is geweldig! Toen ik 78 was ben ik aangereden door een andere skiër. Dat is goed afgelopen, maar daarna durfde ik niet meer, ook omdat mijn vrouw inmiddels afhankelijk van mij was.” Emotie klinkt door in zijn stem als Dijkstra vertelt over de reizen met zijn vrouw, die in 2012 is overleden. “Onze laatste reizen waren de mooiste, met een groep naar Afrika. We hebben dat drie jaar gedaan, het was fantastisch! Zuid-Afrika is het mooiste land dat er is: de ruimte, de vriendelijkheid en de prachtige taal, het landschap en de wildparken. Maar we hebben ook de problemen en de angst bij mensen wel gevoeld.
Het reizen heeft zeker onze kijk op vluchtelingen verruimd. In 1968 waren we in Joegoslavië. Later tijdens de Balkan-oorlog zag je beelden uit Split en Sarajevo, mensen omringd door vijandelijke troepen, sluipschutters op de rotsen. Daar hadden wij ook gestaan! Dat zijn dingen... als je dat hoort en weet hoe het daar is... dat brengt het heel dichtbij.”

Tekst: Margriet Oostra

Foto: Simone Bouwstra

donderdag 16 januari 2020