Alles achterlaten en opnieuw beginnen

In de Folkingestraat in Groningen vind je een winkel met Syrische, Egyptische en Turkse producten en brocante. Het heet simpelweg: J & Z , dat staat voor Jahoud en Zafer, een Syrisch echtpaar. Aanleiding voor een gesprek is de tentoonstelling over Syrië die in de zomer van 2019 te zien is in museum Wierdenland in Ezinge, waar dan ook wat kleine Syrische producten worden verkocht.

We worden bijzonder hartelijk ontvangen in de knusse en smalle winkel, waarin alles overzichtelijk is uitgestald, en we mogen op de met mozaïek ingelegde stoeltjes uit Egypte gaan zitten. Zelf zijn ze er nog wat onzeker over, maar Zafer en Jahoud  redden zich  prima in het Nederlands.

Veilig opgroeien
“Bijna drie jaar zitten we hier met de winkel, we hebben geluk gehad met deze plek. Wel zouden we graag verhuizen, want we  wonen in Bakkeveen en het reizen van en naar Groningen kost veel tijd en geld. We hebben drie jongens, die naar school gaan in Waskemeer. Thuis spreken we Arabisch, maar we vragen de kinderen wel eens wat iets in het Nederlands betekent.
We zijn vijf jaar in Nederland en het is een erg moeilijke taal, veel nieuwe woorden. Twee jaar geleden waren we eigenlijk beter in Nederlands, toen we nog les hadden en veel oefenden. In de winkel kun je elke dag dezelfde woorden gebruiken. We zouden wel meer met mensen willen praten, maar tijd voor contacten hebben we niet echt. Hier in de winkelstraat hebben we fijne buren, we kennen elkaar en we helpen elkaar.”

Ze komen uit Idlib en studeerden allebei in Damascus, “daar zijn we ook verliefd geworden”. In Syrië gaf Jahoud les aan de universiteit en  Zafer had een eigen bedrijf: “Een groothandel in medicijnen, dus ik had veel contact met apothekers en ziekenhuizen. We hadden goede banen. Alles achterlaten... dat was niet onze keuze.
We vinden het belangrijk voor onze kinderen dat zij veilig kunnen opgroeien. We zijn alles kwijt, maar andere mensen hebben het nog moeilijker. Wij hadden tenminste de kans om te reizen en om iets nieuws op te bouwen. Met ons diploma kunnen wij hier niet hetzelfde werk krijgen. Dat duurt heel lang, je moet de taal goed spreken en verstaan. Ook Nederlanders vinden niet altijd werk, hebben we begrepen. Dus bedachten we direct wat anders toen we hier gingen leven.”
Jahoud maakte grafische kunst en gaf daar les in: ets, houtdruk, litho. “Nu heb ik helemaal geen tijd om dat soort dingen te doen, en ik heb er grote persen voor nodig. Een paar van mijn werken zijn gelukkig teruggevonden door mijn zus, daar heb ik nu wat foto's van. Ik had een tentoonstelling in Damascus, die ging over de 'Natuur in Idlib' zoals je het daar kunt zien. Natuurlijk, ook het kunst maken mis ik!”

Op de vlucht
Jahoud vertelt: “We konden echt niet meer blijven, elke dag kwamen er soldaten van Assad bij mijn huis, die wilden weten waar Zafer was. Op een gegeven moment was het klaar: 'we gaan weg'. Ik ging eerst naar Turkije met de kinderen, daar zaten we bijna een week in een hotel en toen gingen we door naar Egypte. We hoopten daar veilig te kunnen blijven, maar dat was niet mogelijk. Het was echt een moeilijke tijd, soms hadden we geen contact met Zafer en de kinderen waren nog klein...”
Zafer: “In maart 2013 ging Jahoud naar Egypte. Ik bleef nog in Syrië, tot augustus. Ik bleef werken, medicijnen en melkpoeder waren hard nodig. Maar het werd heel gevaarlijk voor mij, ik kon niet langer blijven. Via Turkije ging ik met een grote boot naar Italië, en uiteindelijk naar Nederland. Mijn paspoort was verlopen. Ik heb daarom heel veel geld moeten betalen aan iemand die ik niet kende. Misschien was die man wel een oplichter, dat wist ik niet. Ik moest drie dagen wachten in Istanbul. We werden naar een plek gestuurd en daar moesten we 'onder' de vrachtwagen die naar het schip ging! Dat is niet gewoon, dat was niet waarvoor ik dacht dat ik betaald had. De reis duurde twaalf uur; jezelf vasthouden onder de vrachtwagen. Toen op de boot. Het was 's morgens vroeg, we mochten naar boven en daarna moesten we in de container van de vrachtwagen blijven. Ik had niets anders bij me dan wat noten om te eten.
In Nederland verbleef ik eerst in het AZC Ter Apel. Na een of twee maanden kreeg ik een verblijfsvergunning, en toen kon ik starten met de procedure voor gezinshereniging. Ondertussen ging ik nog een paar maanden naar Drachten – hij kijkt naar Jahoud –  en toen kwam jij...”
Jahoud kwam in april 2014 vanuit Egypte naar Nederland met het vliegtuig: “Ik zou nooit mijn kinderen met de boot laten gaan. Niet iedereen heeft die keuze, ze hebben geen geld of ze willen in één keer met elkaar gaan. Maar ik denk daarover: als je moet overlijden, dan liever in mijn eigen land.”

We missen veel te veel...
“We hebben een verblijfsvergunning gekregen, maar als het in Syrië goed gaat willen we graag terug. Het was niet onze keuze. Voor jongere mensen is het anders.  Zafer: In mijn dromen ga ik bijna elke dag naar Syrië.
Wij missen vooral de familie! We missen ons huis, alles. We missen Damascus ook, wij hebben een mooie tijd gehad toen wij studeerden.  Het is heel gevaarlijk in Idlib, elke dag zijn er nog bombardementen. Alles is veranderd, kapot, weg... Het is een moeilijk verhaal in Syrië, we worden gecontroleerd. Je kunt niet openlijk tegen het regime zijn. Voor iedereen is het gevaarlijk in Syrië.

Door mijn werk heb ik veel gezien”, zegt Zafer. “In Idlib zijn strijdgroepen, zogenaamd tegen Assad, maar 'onder de tafel' zijn ze bevriend met hem. Mijn bedrijf was het enige met melkpoeder voor baby's. Je hebt in het gebied dorpjes met Christelijke mensen en wijken in Idlib waar een mix is van Christenen en Shiieten. Aan die mensen mocht ik van de Islamitische groepen en van Assad geen medicijnen geven. Het was heel gevaarlijk. Een collega van mij bleef niet rustig, hij riep: we moeten medicijnen geven! Ze stonden met hun voet op zijn hals en trapten hem dood. Ik vergeet het nooit, het is ook nu nog in mijn dromen.“

Jahoud: “Zafer is een keer meegenomen door die mannen, ik wist niets, en na tien dagen kwam hij terug, helemaal bont en blauw... Je moest ook steeds betalen om hem vrij te krijgen. Wat is er gebeurd met onze stad... ze zijn tegen het volk, ze doen niet normaal! Mijn moeder en broer en zus zijn daar nog, een broer is overleden door een Russisch bombardement. Het is voor gewone mensen niet te begrijpen, hoe je daar nog kunt leven. Wij hadden een heel goed leven, we konden alles doen wat we wilden. In één keer is alles weg.”
Zafer: “Onze familieboerderij, waar ook ons zomerhuis was, met veel grond en olijfbomen, is door Assad afgepakt. Het is als kamp voor zijn mannen gebruikt en toen die weggingen kwamen anderen die het hebben overgenomen. Vorig jaar ging mijn moeder naar die plek, maar ze mocht niet eens foto's maken. Mijn moeder is nu in Turkije.” Verdrietig zegt Jahoud: “Het contact met de familie in Syrië is moeizaam, vaak is er geen internetverbinding, of helemaal geen stroom.” Door de winkel klinkt weemoedige Franstalige muziek. “Ja, zegt Zafer, ik houd van Charles Aznavour.”

Tell Mardikh
In de tentoonstelling in Ezinge staan opgravingen uit de omgeving van Raqqa centraal. In Raqqa is Zafer nog nooit geweest en Yahoud één keer, in haar jeugd. “Dat is heel ver weg, wel acht uur rijden! Uit het museum in Idlib is ook alles gestolen... Bij ons had je de Tell Mardikh, met Ebla: een van de vroegste koninkrijken in Syrië. Een Italiaanse archeoloog heeft daar heel veel blootgelegd: gebouwen, beelden, gebruiksvoorwerpen, het was prachtig! Er zijn daar ook duizenden kleitabletten gevonden.
De opgravingsplek was zo'n 10-12 km van ons huis. Jahoud: Het was echt heel mooi! Ik verwonderde me, 'hoe kan dat! Hoe ze dat vroeger al hadden bedacht en gemaakt: een eigen bank, van steen, in de woonkamer. Het was een open museum, iedereen kon gewoon gaan kijken, het was niet in een gebouw. En er is prachtige natuur daar op de berg. Het is zó jammer van de dingen die verloren zijn gegaan... “

Langzaam opbouwen
“Onze kinderen zijn sterke jongens. De eerste periode was vooral voor de oudste moeilijk, maar nu gaat het goed. Hij kan met alle mensen goed overweg en hij praat netjes. Het is een sterke persoonlijkheid. Met kinderen gaat het anders, voor ons is het moeilijker. Soms ben je net een machine, maar als er geen electriciteit is dan kun je even niks.” We merken op dat we Jahoud en Zafer ook sterke persoonlijkheden vinden. Jahoud lacht: “Dat vind ik zelf ook...
Toen we in Bakkeveen kwamen wonen hadden we een contactpersoon vanuit Vluchtelingenwerk. Die heeft ons een jaar lang heel goed geholpen. Dit  – de winkel – hebben we allemaal zelf gedaan. Het was moeilijk, maar wij moeten gewoon goed nadenken. Het is onze weg... het maakt niet uit, we hebben alles achtergelaten. Als we het niet proberen gebeurt er ook niets. We zijn met een klein bedrag begonnen en zijn langzaam aan het opbouwen. We verkopen vanaf april ook Oosterse spullen op de Bazar in Beverwijk, dat is een goede plek. Oosterse hal 31, twee dagen per week: zaterdag en zondag.

Soms komen hier wel eens Syrische klanten, maar veel Syriërs in Nederland hebben nog geen werk. Zij willen alleen basisproducten, geen luxe. Onze eigen lievelingsproducten zijn de doosjes met Syrisch mozaïek en zeep. De Aleppo-zeep is gemaakt van olijfolie met laurierolie. Dat is de beste olijfolie! In onze stad Idlib!“ Ze moeten lachen om hun eigen enthousiasme, maar, zegt Jahoud: “Het is echt waar, Idlib is er beroemd om en wordt met 3 á 4 miljoen olijfbomen 'de Groene Stad' genoemd. De olijfolie uit onze kleine stad, dichtbij Aleppo, wordt gebruikt voor de beroemde zeep.

De Syrische dozen van walnotenhout en rozenhout zijn handgemaakt. Het inlegwerk kan verschillende patronen hebben; plant- of diermotieven, of geometrisch. Ze zijn van binnen bekleed met rood fluweel. Je gebruikt ze bijvoorbeeld voor het presenteren van baklava – dan moet er wel iets in tegen het vlekken! – en in de grote achthoekige dozen kan chocola, zoals per stuk verpakte bonbons. In rechthoekige kleinere dozen past precies een stuk Aleppo-zeep – een mooi cadeau - en de kleinste doosjes worden wel voor sieraden gebruikt.

We hebben geen idee of het goed zal gaan, maar voor nu is het oké. We hebben vaste klanten, het groeit langzaam.  Onze klanten zijn vooral Nederlanders en toeristen. Ook veel Duitsers. Jahoud: Ik versta wel Duits, het lijkt erg op Nederlands, maar om te verkopen hoef je nauwelijks te praten. Op zaterdag is het altijd heel druk, dan zijn de mensen vrij. Ze komen voor van alles, de lampen uit Turkije lopen goed. Die zijn allemaal verschillend, we bieden veel keuze! Mensen vinden het hier gezellig en zeggen: we kunnen hier altijd iets moois vinden, voor een eerlijke prijs.”

Margriet Oostra (tekst) en Simone Bouwstra (foto's)