“Een nieuwe start vanuit een moeilijke situatie”

Een klein jaar werkt Allert van der Hoeven nu als ‘consulent Landen van Herkomst’ vanuit VluchtelingenWerk Noord Nederland, voor het project Met Opgeheven Hoofd 2 (MOH2).

Hij begeleidt asielzoekers die teruggaan naar hun land van herkomst, met hulp van de partnerorganisatie ter plaatse. ΅Het voelt goed als je mensen kunt helpen om vanuit een moeilijke situatie een nieuwe start te maken.”

Perspectief

Allert ervaart terugkeer als een lastig onderwerp binnen VluchtelingenWerk: “We zijn erop gericht om mensen te helpen tijdens de asielprocedure en erna, bij het opbouwen van een nieuw bestaan. Met terugkeer zijn we eigenlijk liever niet bezig. Maar waarom eigenlijk niet? We kunnen mensen toch ook helpen door ze perspectief te bieden bij vertrek? Zelfs binnen de organisatie lijkt er geen automatisme te bestaan om mensen naar ons te verwijzen.”
In Nederland bestaat een landelijke regeling voor vluchtelingen die kiezen voor zelfstandige terugkeer naar hun land van herkomst. Er is een budget om de eerste kosten van re-integratie te dekken, voor bijvoorbeeld huisvesting, werk, scholing en medische ondersteuning. “Met MOH2 kunnen we mensen de mogelijkheid geven om een goede nieuwe start te maken, zodat ze met opgeheven hoofd terug kunnen gaan.”

“Met MOH2 begeleiden we vluchtelingen bij terugkeer naar een veilig land. VluchtelingenWerk maakt daarin wel een eigen afweging; we werken niet mee als we denken dat een land niet echt veilig is. Grote toegevoegde waarde binnen het project is dat VluchtelingenWerk onderdeel is van ERSO (European Reintegration Support Organisations). Dit netwerk van onafhankelijke organisaties heeft partnerorganisaties in veel landen van herkomst. Deze partners zijn onafhankelijke NGO’s (NietGouvernementele Organisaties red.). De lokale partnerorganisaties worden altijd gescreend door ons of door een van onze ERSO-partners.”

Duidelijk verhaal

Een MOH2-traject bestaat uit twee fasen: toekomstoriëntatie en re-integratie. Zo’n traject wordt in gang gezet als een asielaanvraag is afgewezen of als hij of zij om andere redenen overweegt terug te keren naar het land van herkomst. Een pre-departure-counselor van VWN kijkt bij de toekomstoriëntatie naar de opties die een cliënt nog heeft. VluchtelingenWerk heeft hierbij geen oordeel, het belang van de cliënt staat centraal. “Het is best onoverzichtelijk voor vluchtelingen, als je kijkt naar alle organisaties die betrokken zijn geweest bij de asielprocedure. Wij maken dan ook altijd duidelijk: we zijn er voor jou.”
In de toekomstoriëntatie wordt gekeken of er nog juridische mogelijkheden over zijn. Dat is vaak niet het geval. Daarna zijn de enige opties nog: kiezen voor terugkeer of uit de opvang vertrekken, de illegaliteit in. “Wij proberen dan aan te geven wat dat betekent. Het is geen aantrekkelijk perspectief!”

Als iemand besluit om terug te gaan, dan volgt de re-integratiefase. “Met de cliënt en de counselor van de partnerorganisatie maken we een re-integratieplan. Daarbij kijk je naar zaken als huisvesting, werk, medische voorzieningen, het nog bestaande netwerk, waar is deze persoon goed in, wat wil hij of zij, wat zijn mogelijke belemmeringen?”

“We hebben bijvoorbeeld een man uit Ghana begeleid, die hiv-positief was. De partnerorganisatie heeft gezocht naar de benodigde medicijnen; zijn die beschikbaar en betaalbaar? En zijn ze vergelijkbaar met de medicijnen die hij hier gewend was? Hij was al vijftien jaar ongedocumenteerd in Nederland, maar wilde terug om voor zijn moeder te kunnen zorgen. Met hulp van het reintegratiebudget heeft hij een klein boerenbedrijfje kunnen opzetten, in combinatie met een vervoersdienst.”
Als de basisvoorwaarden voor een verantwoorde, duurzame terugkeer op orde zijn, kun je een vlucht laten boeken. Bij aankomst in het land wordt de terugkeerder opgevangen door de partnerorganisatie of door iemand uit het eigen netwerk. 

“Tijdens een reis naar Irak waar ik teruggekeerde asielzoekers opzocht, zag ik dat een netwerk ter plaatse, iets van houvast, superbelangrijk is. Wie je kent, die kan je helpen, bijvoorbeeld familie, of mensen vanuit de kerk of de moskee. Overigens vond ik het ook fijn om daar te zien dat we echt nog wat kunnen betekenen voor mensen die uitgeprocedeerd zijn. En iemand die is teruggekeerd, volgen we na aankomst nog minimaal een jaar. We willen graag bewaken hoe het de terugkeerder vergaat, ook op de wat langere termijn.”

Drijfveer

“Mijn motivatie voor dit werk komt voort uit een grote interesse voor andere culturen. De mens is een veelzijdig wezen. En verschillen zijn vooral cultureel bepaald: genetisch is er heel weinig onderscheid tussen mensen.” “Een studie bij religiewetenschappen leerde me hoe ontzettend belangrijk religie is, over de hele wereld, soms niet eens zo uitgesproken, maar vervlochten met de cultuur. In Nederland kijken we vooral met een seculiere bril. Voor Nederlanders kan het moeilijk zijn om begrip op te brengen voor de betekenis van religie in andere culturen. Hier worden mensen er nogal eens op aangesproken dat ze moslim zijn. Je ziet dat jongeren zich daardoor buitengesloten gaan voelen en ervoor kiezen om dat geloof juist meer uit te dragen. Zo werkt dat, het leidt tot wij-zij-denken.” 

“Dat is voor mij ook de uitdaging: vanuit een acceptatie van de mens op zoek gaan naar de zijn of haar drijfveer in het leven. Ieder mens heeft zijn verhaal en die verhalen, daar geniet ik van. En het voelt goed als je hen dan ook nog kan helpen om vanuit een moeilijke situatie een nieuwe start te maken. Hoewel je altijd moet beseffen dat het meestal geen echt vrije keuze is om terug te keren.” 

Bij de begeleiding zijn er grote verschillen tussen cliënten: sommigen zijn veeleisend, boos of emotioneel. Anderen maken actief plannen of zijn juist passief. En het lukt ook niet met alle cliënten; er vertrekt ook wel eens iemand ‘MOB’: met onbekende bestemming. “Bij terugkeer moet je ook niet te lang ‘pappen en nathouden’, je moet altijd scherp blijven en peilen wat iemands doel is, wat de verwachtingen zijn. Maar ook het uitzoeken van motieven kost tijd; alles kost tijd en door het lange wachten zijn mensen passief geworden. Het is goed om mensen te activeren, zodat ze het initiatief in hun leven weer op kunnen pakken. Dat is ook de kracht van het project. Het is tijdsintensief, maar dat is niet voor niets.”

“Wij kunnen zoveel meer doen voor onze cliënten. In twee jaar zijn er in MOH2 rond de 250 mensen begeleid naar hun land van herkomst. Per jaar gaan er vanuit Nederland ruwweg drieduizend mensen terug naar hun land van herkomst. Daarvan zien we dus maar een heel klein percentage. Ook daarom vind ik dat alle teamleiders binnen VluchtelingenWerk zich bewust moeten zijn van MOH2 als goede optie voor asielzoekers die kiezen voor zelfstandige terugkeer. Vooral voor kwetsbare cliënten kunnen wij vaak veel meer bieden dan andere organisaties.”

Tekst: Margriet Oostra Foto: Simone Bouwstra