Al moet ik de gang dweilen, ik ga iets doen!

Herman van Lier (tweede van rechts) met mensen die hij begeleidde

Hij wil zéker geen betweter zijn. Toch weet Herman van Lier veel, en daar hebben zijn collega’s bij VluchtelingenWerk baat bij. ‘Als ik iets moet regelen rondom opleidingen vraag ik de stagiaire om hulp hoor, daar weet ik dan weer weinig van.’

Liever geen politie
Als mislukte onderwijzer moest Herman van zijn vader aan het werk. Dus solliciteerde hij bij de vreemdelingendienst; een vaste baan als ambtenaar met een aantrekkelijk salaris leek hem wel wat. Zijn functie viel onder de politie. ‘Later is dat gelukkig veranderd, uniformen en pistolen zijn helemaal niets voor mij.’ De vreemdelingendienst was eigenlijk een kleine IND. ‘We deden alles, zoals asielverzoeken, verblijfsvergunningen uitdelen en afwijzen, gezinshereniging en uitzettingen. Uiteindelijk werd alles opgesplitst en bleven grensoverschrijdingen, mensensmokkel en asiel over. In Enschede was ik bijna twaalf jaar plaatsvervangend chef.’

Het dilemma van uitzettingsgesprekken
Door allerlei verschuivingen werkte Herman op verschillende locaties in Twente. ‘Toen er een opvolger voor asielzaken moest komen werd ik aangekeken. Daar zat ik niet om te springen. In Enschede had ik veel te maken gehad met uitzettingen van Turkse christenen, dat was me niet in de koude kleren gaan zitten.’ Toch pakte hij de functie op, en kreeg opnieuw te maken met uitzettingen. ‘De beslissing was niet aan mij, de uitvoering wel. Door mijn aanwezigheid op het AZC leerde ik de mensen kennen. Sommigen moest ik terugsturen naar een land dat volgens de overheid veilig was, terwijl ik andere verhalen hoorde van mensen die terug waren gegaan. Dat was moeilijk. Mijn gezin stelde ook vragen, na beelden op het journaal. “Een bombardement in Irak, en jij hebt vandaag iemand gezegd dat hij terug moet?” In mijn laatste terugkeergesprek stak de cliënt een mes in zijn hals. Gelukkig overleefde hij het en heeft hij zelfs sorry gezegd. Maar het was tekenend voor de complexiteit van mijn functie.’

Meer voldoening
‘Na mijn pensioen hoorde ik tegenstanders van een AZC in Enschede. Verontwaardigd zei ik: “Ik ga íets doen in dat AZC, al moet ik de gang dweilen.’ Het werd maatschappelijke begeleiding: huurcontracten tekenen, verzekeringen regelen, studiebeurzen aanvragen. ‘Ook help ik ze bij hun inburgering. Als ik zie hoe trots ze zijn op wat ze zelf hebben geregeld en bereikt, dan word ik blij.’
Dit werk geeft Herman meer voldoening. Al is het ook niet altijd gemakkelijk. ‘Kennis over hun cultuur en verschillende religieuze groeperingen is echt belangrijk om ze te kunnen begrijpen. Ook is geduld nodig, moet je streng zijn en moeilijke gesprekken kunnen voeren. Cliënten moeten het zelf doen, ik kan niet alles voor hen oplossen. Wel kan ik ze een luisterend oor bieden. Ze hebben zoveel meegemaakt. Het is mooi om te zien dat ze soms ook even onbezorgd kunnen lachen. Daar doe ik het voor.’

vrijdag 18 januari 2019