Ik zet er een punt achter

‘Wat Ton, nu al? Je bent nog maar net begonnen!’
Nee… natuurlijk zet ik er geen punt achter. Kom pas net een beetje op stoom. En misschien wel het belangrijkste: ik merk dat Yasin vooruitgaat. En ik ook: wij gaan samen vooruit. Dat samen vooruitgaan zit niet alleen in de taal, maar ook in de relatie. Ik had me van tevoren niet gerealiseerd (ik ben een man van de wereld natuurlijk, maar soms zo naïef…, soms hè) dat je elkaar ook een beetje leert kennen, als mens.

Dat zijn taal vooruitgaat merk ik aan het samen spelen met de tegenwoordige en verleden tijd. Om te forceren dat hij in de verleden tijd zou gaan spreken, vroeg ik hem naar hoe zijn reis naar Nederland was verlopen. We pakten Google Maps erbij en ik vroeg: ‘waar ben je de grens overgegaan?’ Hij wees de plaatsnaam aan. ‘Vertel eens, hoe kwam je daar?’ ‘Hoe was het afscheid van je familie?’ Met dit soort vragen forceer ik het gebruik van de verleden tijd. Daar waar hij terugvalt op de tegenwoordige tijd, kan ik hem steeds kort corrigeren (Hij: Toen, ik ga naar bus – Ik: Toen ging ik naar de bus). Zo heeft Yasin het graag, merk ik. Zo leert hij spelenderwijs.

Maar waar het leren van de taal op de voorgrond lijkt te staan, ontvouwt zich op de achtergrond het verhaal van zijn reis. En hoewel het verhaal niet was doorspekt met pijnlijke details, kreeg ik er wel een beeld bij. En het beeld van zijn reis naar Nederland was een totaal andere dan het beeld van mijn reis naar India, afgelopen zomer. ‘Ik was bij een station en het was nacht en ik had al twee nachten niet geslapen’. Da’s duidelijk een andere sfeer dan die ik ervoer bij de acht uur durende stop-over op het vliegveld van Mumbai voordat we door konden naar Kerala. Ieder zo zijn problemen, zullen we maar zeggen.

Het corrigeren naar de verleden tijd gaat zo makkelijk dat mijn aandacht gaat zitten in zijn verhaal, zijn reis en ik realiseer me meer en meer dat dit een persoonlijk en bijna intiem gesprek is. Ik probeer dit ook aan Yasin duidelijk te maken, dat ik het fijn vind dat hij dit met mij wil delen. Om ook iets van mezelf te delen, nodig ik hem uit een keertje taalcoaching bij mij thuis te doen, wat hij leuk lijkt te vinden (maar het blijft gissen).

Dan sluit ik af zoals ik dat elke keer doe. Ik zeg: ‘Yasin, ik zet er een punt achter’. Op deze manier had ik een paar maanden geleden de tweede ontmoeting met hem afgesloten, waar hij uiteraard niets van begreep. Maar gelukkig was deze beeldspraak aan de hand van taal (de punt aan het einde van een zin) relatief eenvoudig uit te leggen. En nu zetten we er, aan het einde van deze bijeenkomst, weer samen ‘een punt achter’. Met een dikke grijns op ons gezicht. We hebben een persoonlijk gesprek gehad en we hebben samen ook een beetje plezier, als we ‘er een punt achter zetten’. Maar we stoppen er niet mee (ègnie…).

 

Column van taalcoach Ton

 

 

dinsdag 2 april 2019

AddToAny

Delen Tweet Delen Delen Mail