Je draagt de opvoedingstaak niet alleen

Raafat Monther is sleutelpersoon bij Preventieve Ouderschaps- ondersteuningsbijeenkomsten. Zelf komt hij uit Syrië, is hij inmiddels drie jaar in Nederland en heeft hij een dochter van tien jaar. Als sleutelpersoon is hij veel meer dan alleen een tolk. ‘Ik ken de cultuur heel goed, zowel de Nederlandse als de Syrische cultuur. Ik weet precies wat het probleem is van vluchtelingen.’

Tijdens de ouderschapsondersteuningsbijeenkomsten komen verschillende thema’s aan bod over kwesties rondom opvoeden en cultuurverschillen. Raafat legt uit: ‘We openen een onderwerp over ouderschap. Zo hadden we een rijk gesprek over opvoeden in Syrië. Een ouder vertelde dat ze in Syrië veel te zeggen hebben over hun kinderen tot ze trouwen, dat geeft macht. Hier in Nederland is het anders: rond je achttiende verjaardag ga je uit huis. Het zorgt gemakkelijk voor een conflict thuis. Ouders hebben hetzelfde gevoel van verantwoordelijkheid voor hun kinderen hier maar in Nederland heeft die verantwoordelijkheid een andere vorm. Daar spreken we over.’

De opvoeddriehoek

Ook onderwijs is een thema dat terugkomt. ‘De bijeenkomsten over onderwijs zijn heel nuttig. Het is heel belangrijk voor ouders om te weten hoe de verhoudingen hier in Nederland zijn. Opvoeden gaat samen in een soort driehoek: de ouders, docent en de GGD. De reactie van vluchtelingen als ze daar achter komen is vaak heftig. In eerste instantie vragen ze zich af waarom bijvoorbeeld docenten zich met het welzijn van hun kinderen bemoeien. In Syrië gebeurt dat nooit. Docenten daar bouwen geen relatie op met leerlingen, ze zijn streng en alleen kennisoverdracht is hun taak. In de bijeenkomsten leren we dat je in Nederland de opvoedingstaak niet alleen draagt. Uiteindelijk begrijpen de vluchtelingen dat toch beter.’

Eigen ervaringen delen

Niet alleen de trainer en sleutelpersoon delen hun ervaringen tijdens de bijeenkomsten, maar juist ook de statushouders zelf. ‘Iedere persoon praat over zijn eigen ervaring. Zo kunnen alle deelnemers profiteren van elkaar. Een ouder bracht een voorbeeld in, hij stelde dat zijn dochter niet mocht zwemmen met een jongen. Een ander zei vervolgens: “In Syrië zou ik je gelijk geven, maar nu hier is het anders. Ik heb gezien hoe het hier in Nederland gaat, mensen zijn hier anders.”’

Doorverwijzen

De rol van deze bijeenkomsten is ook: statushouders verwijzen naar waar ze hulp kunnen halen. ‘Er zijn hier in Nederland heel veel hulporganisaties. Elke organisatie heeft een foldertje, maar alle informatie staat in het Nederlands. Dat werkt niet, het kost te veel moeite om zo’n foldertje te lezen. We geven antwoord op de vraag: wat moet ik doen als mijn kinderen een probleem hebben?’

Maandelijks bij elkaar komen

Tijdens de bijeenkomsten is er echt een mooie sfeer, vertelt Raafat. ‘Je krijgt alle tijd om te vertellen waar je tegenaan loopt en je kan alles zeggen.’ De deelnemers van een van de groepen waar Raafat sleutelpersoon was, vonden de vijf bijeenkomsten zo nuttig dat ze graag maandelijks bij elkaar wilden komen om door te spreken over opvoedingskwesties. Raafat wil graag veel gezinnen nog helpen. ‘We zoeken samen naar hoe ouders hier in Nederland kunnen handelen maar wel hun eigen tradities in stand houden.’

woensdag 9 januari 2019