Veertig jaar hart voor vluchtelingen

Ruim een eeuw geleden ving Nederland één miljoen Belgen op tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hoewel dat aantal nooit meer geëvenaard zou worden, zouden er in de jaren die volgden altijd mensen zijn die noodgedwongen op zoek moesten naar veiligere oorden. En waren er óók altijd mensen die zich met hart en ziel voor hen zouden inzetten. Een artikel over de Nederlandse vluchtelingengeschiedenis en veertig jaar VluchtelingenWerk Nederland.

Wij tegen zij

Na de Tweede Wereldoorlog vluchten veel mensen uit het communistische Oost-Europa naar het Westen. Het is de tijd van de Koude Oorlog. In West-Europa heerst een ‘wij tegen zij’-mentaliteit tegenover de communisten en de politieke vluchtelingen worden als helden verwelkomd. Zo vangt Nederland –  na de bloedige Hongaarse opstand in de jaren vijftig – duizenden Hongaren op. Oud staatssecretaris Dzsingisz Gabor, destijds vijftien jaar, was één van hen: 'Het conflict in Hongarije was, na de Tweede Wereldoorlog, de eerste confrontatie met een militaire macht in Europa. Het medeleven met de Hongaarse vluchtelingen was onbeschrijfelijk groot. Overal in Nederland vormden zich kerkelijke en lokale comités die zich ervan wilde verzekeren dat het goed zou gaan met de vluchtelingen.'

Grote fusie

In de jaren zeventig zoeken – op de vlucht voor dictatoriale regimes en burgeroorlogen –  steeds meer mensen van buiten het continent bescherming in Europa. Zo komen, op uitnodiging van de overheid, duizenden Chileense en Vietnamese vluchtelingen naar Nederland. Met hun komst neemt ook het aantal vluchtelingorganisaties in Nederland in rap tempo toe. Op aandringen van de overheid, die één gesprekspartner wenst, bundelen alle organisaties hun krachten. Maar er zijn veel principiële verschillen tussen de onderlinge organisaties –  de een met een religieuze, de ander met een politieke signatuur – en de fusie verloopt niet zonder slag of stoot. Toch gaan in 1979 alle partijen samen verder onder de naam VluchtelingenWerk: vanaf dat moment dé belangenbehartiger voor vluchtelingen in Nederland.

Het hart van VluchtelingenWerk

Het idealisme van de VluchtelingenWerkers is groot, het draagvlak in de samenleving ook. De werving van vrijwilligers en medewerkers verloopt soepel en begin jaren tachtig maakt VluchtelingenWerk een enorme groei door. Toenmalige directeur Jacques Stuijt blikt terug: 'Tropenjaren waren het! Maar tegelijkertijd ook een prachtige tijd: de bereidheid van Nederlanders om vluchtelingen op te vangen was enorm.' De persoonlijke begeleiding van de vrijwilligers vormt de basis van de hulpverlening. Het persoonlijke contact zorgt voor een belangrijke vertrouwensband tussen vrijwilliger en vluchteling. Ook vormen de vrijwilligers een brug tussen vluchtelingen en de maatschappij en spelen zij een belangrijke rol in het lokale en nationale draagvlak. Deze aanpak, kenmerkend voor VluchtelingenWerk, is tot de dag van vandaag ongewijzigd gebleven en het bestaansrecht van onze organisatie.

Kantelpunt in opinie

Naast de uitgenodigde vluchtelingen, komen er in de jaren na de fusie steeds meer vluchtelingen zelfstandig naar Europa. Zoals de Tamils uit Sri Lanka, op de vlucht voor de burgeroorlog in hun land. Voelde iedereen in Nederland veel sympathie voor de Vietnamese 'boot'-vluchtelingen en de 'intellectuele' vluchtelingen uit Chili, de overwegend lager opgeleide, mannelijke Tamils kunnen op veel minder steun rekenen. Voor het eerst krijgt het woord 'vluchteling' een negatieve lading. Oud-directeur Eduard Nazarski zegt in 2004: 'In de jaren zeventig en tachtig waren vluchtelingen nog te duiden. De Tamils waren de eerste groep die in grote aantallen en op eigen initiatief kwamen. De reden waarvoor ze vluchtten was voor het grote publiek niet duidelijk te plaatsen en dat gold ook voor het land waar ze vandaan kwamen, Sri Lanka. Dat is sindsdien alleen maar doorgegaan, met Somaliërs, Irakezen, Iraniërs en Afghanen. Er bestaat met hen weinig identificatie.'

Onderlinge spanning

Met de komst van de Tamils loopt ook de wachttijd tijdens de procedures op en raken de opvangplekken – verzorgd door VluchtelingenWerk – vol. De relatie met de overheid komt onder druk te staan. De overheid geeft VluchtelingenWerk geld voor de begeleiding van erkende vluchtelingen, niet voor asielzoekers, en wil dat VluchtelingenWerk daarom onder hun gezag komt. Maar VluchtelingenWerk wil onder geen beding een verlengstuk zijn van de overheid. De spanning loopt op. Besloten wordt dat VluchtelingenWerk voortaan de maatschappelijke en juridische begeleiding voor haar rekening neemt, maar dat de opvang een taak van de overheid wordt. Na een periode van onstuimige groei, maakt VluchtelingenWerk een resolute krimp door.

Landelijke verspreiding

Als oplossing voor het tekort aan opvangplaatsen, introduceert de overheid in de tweede helft van de jaren tachtig de zogeheten ROA-huizen (Regeling Opvang Asielzoekers) in de Nederlandse gemeenten. Deze ROA-huizen zorgen ervoor dat asielzoekers door heel Nederland verspreid worden en verzekerd zijn van redelijke huisvesting in pensions, hotels en lege vakantiedorpen. De regeling zorgde er óók voor dat VluchtelingenWerk in bijna iedere gemeente kantoor houdt om de gemeenten en vluchtelingen te ondersteunen. Voor de tweede keer in haar korte bestaan maakt VluchtelingenWerk een enorme groei door.

Funest voor de integratie

Helaas blijkt de ROA-regeling al snel niet voldoende opvangplekken te bieden en uit nood openen eind jaren tachtig de eerste asielzoekerscentra (azc's). De veelal somber stemmende, grootschalige centra zijn bedoeld als tijdelijke noodmaatregel, maar al snel wonen asielzoekers er jarenlang. VluchtelingenWerk is tegen deze opvangvorm, maar voelt zich genoodzaakt om kantoor te houden op ieder azc om ook daar de broodnodige ondersteuning te bieden. Het is een terugkerend spanningsveld binnen VluchtelingenWerk: werken we mee aan de uitvoering van het overheidsbeleid zodat vluchtelingen zo breed mogelijk gesteund worden, of beperken we ons uitsluitend tot landelijke belangenbehartiging?

De komst van asielzoekerscentra, vaak gelegen op afgelegen plekken, is volgens veel mensen funest geweest voor de integratie van vluchtelingen in de Nederlandse samenleving. Frits Florin, medeoprichter van VluchtelingenWerk. 'Deze mensen verblijven te lang in te kleine ruimtes, te dicht op elkaar. Samen met zeer veel onbekende lotgenoten, zonder enige zinvolle activiteit én in voortdurende spanning over de uitkomst van hun procedure. Zij verliezen op een gegeven moment de kracht zich daarna nog aan te passen.'

Gestokte asielwereld

Als gevolg van de oorlog in Joegoslavië, zoeken begin jaren negentig veel Bosnische, Kroatische en Servische vluchtelingen bescherming in Europa. Het aantal asielaanvragen in Nederland stijgt, de asieldossiers stapelen zich op en de opvang raakt verstopt. Vanwege het gebrek aan opvangplaatsen en onder druk van de overheid, start VluchtelingenWerk een jaar lang het gastgezinnenproject: vluchtelingen worden tijdelijk ondergebracht bij Nederlandse families. Gastgezin-coördinator Guus Gerolt: 'De schrijnende beelden op de televisie misten hun uitwerking niet. Sommige mensen lieten voor veel geld hun garage verbouwen en isoleren. Natuurlijk kwam het hier en daar tot een voortijdige beëindiging, door het gebrek aan privacy of door cultuurverschillen, maar in veel gevallen gingen het prima en hebben gastgezin en gast de hele rit uitgezeten. De warmte en welwillendheid van de Nederlanders die gastgezin wilden zijn zal ik nooit vergeten.'

Niet lang daarna gaat een nieuwe organisatie namens de overheid het opvangbeleid uitvoeren: het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). De ROA-regeling wordt afgeschaft, de asielzoekerscentra zijn nu de standaard. Ondanks het verzet van VluchtelingenWerk, wonen mensen soms wel tien jaar in de azc’s. 

Essentiële samenwerking

Mede door de financiële steun van de Nationale Postcode Loterij, de Rijksoverheid en  donateurs groeit VluchtelingenWerk in de jaren negentig uit tot een sterke organisatie. Eind jaren negentig is VluchtelingenWerk actief in bijna alle Nederlandse gemeenten en opvanglocaties. Met name de samenwerking met de Postcode Loterij is een belangrijke ontwikkeling geweest in onze geschiedenis en tot op de dag van vandaag van groot belang. Vanaf dag één zijn de Postcode Loterij en VluchtelingenWerk partners, een gedurfde samenwerking in die tijd, en is VluchtelingenWerk een van de hoofdbeneficianten van de loterij. Door deze steun neemt de afhankelijkheid van de overheid af, en wordt de rol van VluchtelingenWerk als landelijke belangenbehartiger groter.

Een golf van angst

In de jaren na het millennium raakt Nederland haar imago van tolerantie steeds meer kwijt. De gebeurtenissen op 'elf september' en de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh zorgen voor een verharding in de samenleving. De angst voor vreemdelingen grijpt steeds meer om zich heen, vluchtelingen worden over één kam geschoren met illegalen en 'allochtonen'. Ook het politieke klimaat verhardt. In 2001 komt er een nieuwe Vreemdelingenwet die de rechten van asielzoekers en vluchtelingen beperkt. De maatregelen van de overheid veranderen meer en meer in afschrikbeleid en zorgen voor een drastische daling in het aantal asielverzoeken. Deze verharding beperkt zich niet alleen tot Nederland, overal in Europa worden de grenzen opgetrokken. Het wordt voor vluchtelingen steeds moeilijker om bescherming te vinden in 'Fort Europa'.

Tijd voor actie!

In Nederland is de asielprocedure inmiddels al jaren dichtgeslibd. Nog steeds wachten duizenden asielzoekers op een besluit van de Nederlandse overheid. VluchtelingenWerk luidt de noodklok en voert jarenlang actie voor een ruimhartige pardonregeling. Trees Wijn, oud-manager Asiel: 'Het was de grootste en taaiste klus in mijn loopbaan bij VluchtelingenWerk. Een klus waar we ons sinds 1998 voor ingezet hadden. Het was frustrerend om te zien hoe onze wensen al die jaren onderdeel waren van politieke onderhandelingen. De toekomst van zoveel mensen bleek wisselgeld in de handen van politici.' Maar in 2007 is het Generaal Pardon eindelijk een feit: 27.000 asielzoekers die nog onder de 'oude' Vreemdelingenwet asiel aanvroegen, krijgen alsnog een verblijfsvergunning.

Snoeihard geweerd

De aanhoudende oorlog in Syrië en levensgevaarlijke regimes zoals in Eritrea, zorgen in 2015 opnieuw voor een enorme toename in het aantal vluchtelingen. Hun komst roept in Europa en in Nederland luid verzet op. Tegelijkertijd schieten de initiatieven en acties voor vluchtelingen als paddenstoelen uit de grond en ziet VluchtelingenWerk haar  vrijwilligersaantal verdubbelen. Nooit eerder leek de samenleving zo verdeeld in voor- en tegenstanders. Wereldwijd zijn er meer dan 70 miljoen mensen op de vlucht, het merendeel van hen woont onder erbarmelijke omstandigheden in de buurlanden rond de brandhaarden, zonder een menswaardige en veilige toekomst in het verschiet. Ondertussen worden vluchtelingen vanuit alle hoeken in Europa geweerd door potdichte havens, hermetisch gesloten landen en migratiedeals met landen als Turkije en Libië. De verantwoordelijkheid voor vluchtelingen wordt steeds meer afgeschoven en een solidair en gemeenschappelijk asielbeleid lijkt verder weg dan ooit.

Eén vereniging, één stem

Intern maakt VluchtelingenWerk grote veranderingen door. 2016 en 2017 zijn de jaren van grote fusies waarin de inmiddels twaalf stichtingen verder fuseren naar vijf regionale stichtingen. Er ontstaat een robuuste organisatie, die met één stem de belangen van asielzoekers en vluchtelingen behartigt. Met 15.000 vrijwilligers en 65.000 donateurs is VluchtelingenWerk steviger dan ooit verankerd in de Nederlandse samenleving en – in deze grimmige, politieke tijden – ook meer dan ooit nodig.