An hielp in de jaren '90 Bosnische vluchtelingen.

An (85): 'Als ik denk aan hun verhalen, word ik weer stil'

Het was het jaar 1991 en de oorlog in voormalig Joegoslavië dreef miljoenen mensen op de vlucht. Tienduizenden vluchtelingen bereikten Nederland. Tijdelijke opvanglocaties werden geopend en vrijwilligers boden hun hulp aan. Zo ook de nu 85-jarige An en haar echtgenoot.

‘Als ik terugdenk aan de verhalen die de vluchtelingen ons vertelden, word ik er weer stil van. Zoeken naar het lichaam van je overleden broer, van je man en kind gescheiden worden en er pas na zes weken achterkomen dat ze nog in leven zijn: daar kun je je geen voorstelling van maken.’

‘Je hoorde er weinig over in de krant’

‘De, veelal Bosnische, vluchtelingen kwamen meer dan twintig jaar geleden naar Nederland. Je hoorde er maar weinig over in het nieuws of in de kranten. Via de kerk hoorden mijn man en ik dat er ruim tweehonderd vluchtelingen werden opgevangen in een oude kazerne in de buurt. Mijn man haalde me over er eens een kijkje te nemen.’

Paardendekens

‘De bewoners van de kazerne stonden al op ons te wachten. Ze sliepen in oude barrakken: de naamplaatjes van de soldaten die er ooit verbleven, hingen nog aan de kastjes. Naast een paar dikke paardendekens was er amper iets. Daarom nodigden we elk weekend een gezin uit om te komen eten. Ik maakte soep met gevuld brood: daar werden ze zo blij van. En daar werd ik dan weer blij van.’

Een dienblad voor heerlijkheden

‘Na verloop van tijd kregen de vluchtelingen eigen woningen toegewezen. Toen konden wij bij hén op bezoek komen. Ze hadden niets, toch maakten ze er het beste van. Zo had iemand geen servies, maar wél een dienblad. Dan werd dat dienblad helemaal gevuld met de heerlijkste gerechten. De gastvrijheid en de gulheid: zo bijzonder! Met een aantal van hen heb ik nu nog steeds contact.’

Een gezellig kletspraatje

‘Het debat dat nu wordt gevoerd, was er toen niet. Je hielp, of je hielp niet: beide was goed. De hardheid van nu verbaast me. Ik weet niet waar het vandaan komt. Is het angst? Dat gaat weg zodra je iemand leert kennen. Neem de Eritrese jongeman die schoonmaakt in mijn wooncomplex. Ik merk dat hij heel vrolijk wordt als ik hem aanspreek. Daarom roep ik hem soms als ik hem zie: voor een praatje, of om te vragen of hij mijn vuilnisbak buiten wil zetten. Hij weet dat het zwaar is voor me en hij doet het heel graag!’

Gerelateerde berichten

Deel dit met anderen

Meer persoonlijke verhalen

  • Sanne Vogel ‘In plaats van je opwinden, kun je ook iets doen'
  • Arjen (63)'Die zomer waren onze gedachten bij de overkant'
  • Sanne (40)'Onuitwisbare ontmoeting met vluchtelingen'
  • Bart (50)‘Een gesprekje met een onbekende, kan ogen openen'

Ben je vrijwilliger, vluchteling of sympathisant en heb je ook een interessant verhaal? Laat het ons weten!