Mohamed vindt werk belangrijk. Hij is nu schoonmaker van sportvereniging Brakkestein in Nijmegen.

Mohamed (49), Libanon: 'Werk is belangrijk. Van niets, komt niets'

Mohamed groeide op in een Libanees vluchtelingenkamp. In 1994 vluchtte hij naar Nederland. Hij doorliep een slopende en stressvolle asielprocedure, maar vindt nu rust in zijn werk als schoonmaker: 'Eerst maak ik koffie en zet ik een muziekje op'.

Vroeg op, voordat de sporters komen

'Van maandag tot en met vrijdag open ik om 5.30 uur de kantine van sportvereniging Brakkestein in Nijmegen. Ik maak daar schoon. De kleedkamers, de wc’s, de fitnessruimte, het kantoortje en de ramen. Om 9.00 uur moet alles klaar zijn want dan komen de sporters.'

'Om 7.30 uur drink ik koffie met collega's'

'Eerst maak ik koffie en zet ik een muziekje op. Om 7.30 uur komen een paar collega’s van de buitendienst koffie drinken. Dat vind ik gezellig. Het zijn aardige mensen, we praten en we maken grapjes, gewoon. Als ze weg zijn, is het weer stil. Maar ik vind het fijn om alleen te werken. Het is lekker rustig en er zit niemand achter mij aan om te controleren. Ik weet wat ik moet doen en ik doe mijn werk netjes.'

'Ik ging niet naar school, net als kinderen in Syrië nu'

'Als jongetje van acht wist ik al wat werken was. In vluchtelingenkamp Sabra et Shatila, bij Beiroet, werkte ik in de metaalbewerking. Iedere dag van 8.00 tot 17.00 uur. Als je een foutje maakte, werd je geslagen. Ik ging niet naar school, net als de kinderen in Syrië nu. Op mijn veertiende maakte ik een massaslachting mee. Nog steeds zie ik soms de beelden van de mannen, vrouwen, kinderen. Daarna ging ik werken op een ambulance, ik wilde mensen helpen.'

'Mijn verblijfsvergunning werd niet verlengd'

'In 1998 kreeg ik een verblijfsvergunning op medische gronden. Ik werd een jaar behandeld in Centrum '45 (centrum voor behandeling van mensen met  psychotraumaklachten als gevolg van vervolging, oorlog en geweld, red.) voor mijn oorlogstrauma. Op een dag kwam het nieuws dat mijn verblijfsvergunning niet werd verlengd: ik werd illegaal.'

'Werk is belangrijk. Van niets, komt niets'

'Opeens mocht ik niets meer. Toch werkte ik dagelijks als vrijwilliger in de kantine van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Ik werkte niet voor het geld. Ik werkte voor mezelf, voor de ervaring. Ik moet altijd bezig zijn. Als ik thuis blijf, ga ik teveel denken. Pas in 2012 kreeg ik een definitieve verblijfsvergunning. Centrum '45 heeft me geholpen, maar ik help ook mezelf, door te werken. Werk is belangrijk. Van niets, komt niets. Als je geen werk hebt, heb je geen geld, geen huis, geen gezondheid. Je moet werken, God stuurt je geen geld en geen huis.'

 

Vluchtelingen willen graag zo snel mogelijk aan het werk: zelfstandig worden en een 'normaal' leven opbouwen. Daar komt ontzettend veel motivatie en doorzettingsvermogen bij kijken, want een baan vinden is niet altijd makkelijk wanneer je de taal nog niet spreekt of de cultuur nog niet kent. Dit verhaal is onderdeel van reeks waarin vluchtelingen vertellen over hun werk. Over hoe ze hun plekje vonden op de Nederlandse arbeidsmarkt en wat dat voor hen betekent. Lees ook de andere verhalen! Zoek op Ahmed, Vigen, Helley, Ghulam, Mina en Saman.

Deel dit met anderen

Meer persoonlijke verhalen

Ben je vrijwilliger, vluchteling of sympathisant en heb je ook een interessant verhaal? Laat het ons weten!