Salah, gevlucht uit Jemen, kan eindelijk zijn zoon in de armen nemen

Salah kon herenigen dankzij ons Noodfonds: 'Ik ben weer een gelukkig man'

'Ha, meneer Salah, daar ben je weer!' Op het kantoor van VluchtelingenWerk in het asielzoekerscentrum in Rotterdam is Salah een goede bekende. Bijna dagelijks komt hij langs om te informeren of zijn gezin al naar Nederland mag komen. Hij maakt zich grote zorgen om zijn gezin. Op de grote dag van hun hereniging reizen we met hem mee naar Schiphol en volgen het gezin in de weken die daarna volgen.

Zwaar autistisch

'De bagage ligt nu op de band! Ja, het is écht zo!' roept Salah (38) uit. Hij tuurt al twee uur naar de informatieborden en ziet nu dat zijn vrouw, dochter en zoon eindelijk in aantocht zijn. Met grote passen loopt hij naar de deuren van de aankomsthal. Om de minuut checkt hij zenuwachtig op zijn mobieltje of zijn vrouw misschien een bericht heeft gestuurd. Salah is doodsbang dat zijn zoon een aanval heeft gekregen in het vliegtuig. 'Mijn zoon is zwaar autistisch. Als hij in paniek raakt, bijt hij mijn vrouw. Ik maak me zorgen over de bagage: lukt het haar wel om de koffers te pakken én mijn zoon in de gaten te houden? Hij kan plotseling hard wegrennen.'

Eindelijk ontspannen

'Baba, babaaaa!' klinkt het als de deuren van de aankomsthal opengaan. Sawsan (7) roept haar vader in het Arabisch. Salah sprint naar de deuren en tilt zijn dochter de lucht in. Daarachter verschijnt zijn vrouw Mona (33) met haar zoon Awadh (11) tegen zich aan gedrukt. Dan ziet de jongen zijn vader en zijn blik ontspant. 'Mijn vrouw vertelt dat Awadh de hele reis geslapen heeft. Ik ben een gelukkig man: alles is goed gegaan onderweg en mijn gezin is nu eindelijk veilig bij mij.'

Tassen vol voedsel

Awadh laat zijn moeder los en pakt nu zijn vader stevig vast om zijn middel. Hij oogt rustig, ondanks de felle lichten en geluiden op het vliegveld. Juridisch begeleider Faleha van VluchtelingenWerk bracht Salah vanmorgen naar Schiphol: 'We hebben tassen vol eten met ons meegenomen. Salah is bang dat ze in het Groningse asielzoekerscentrum (azc) Ter Apel, waar het gezin de komende dagen moet verblijven, niet de juiste voeding hebben voor zijn zoon. Hij is allergisch voor bepaalde voedingsstoffen.'

Betrokken vader

Voor de vlucht naar Nederland zat het gezin vast in Saudi-Arabië, waar ze werden behandeld als tweederangsburgers. Salah kon er geen geld verdienen, alle banen gingen naar Saudiërs. Terug naar geboorteland Jemen, waar een burgeroorlog woedt, was geen optie. 'Bovendien zouden we direct vermoord worden als ze erachter komen dat wij getrouwd zijn', vertelt Mona. Zij komt namelijk uit het noorden van Jemen en Salah uit het zuiden: een huwelijk tussen mensen van twee verschillende stammen is een halsmisdaad.

Aan huis gekluisterd

Bijna een jaar moest Mona alleen zien te overleven in Saudi-Arabië, gekluisterd aan huis met Awadh. Juridisch begeleider Faleha stond Salah bij tijdens zijn gezinsherenigingsprocedure in het asielzoekerscentrum. 'Ik doe mijn werk graag', vertelt ze. 'Zelf ben ik als vijftienjarige gevlucht uit Irak, dus ik begrijp waar mensen doorheen gaan. Salah heeft een plekje in mijn hart, hij is zo’n betrokken vader. Het is fantastisch om hem nu eindelijk met zijn kinderen te zien. De afgelopen maanden kampeerde hij praktisch voor de deur van ons kantoor. Hij kon niet wachten om zijn gezin weer te zien en maakte zich grote zorgen over zijn zoon en hoe zijn vrouw zich staande moest houden.'

Bied jij vluchtelingen een vangnet?

Salah kon dankzij ons Noodfonds herenigen met zijn gezin. Vluchtelingen die in Nederland een nieuwe en veilige toekomst willen opbouwen, komen soms voor hoge kosten te staan. Het Noodfonds kan bijspringen als mensen noodzakelijke kosten niet zelf kunnen betalen. Help jij mee?

 

Ja, ik doe een gift >>

 

Gefrustreerde laatste loodjes

Na de hereniging op Schiphol verblijven Mona en haar kinderen twee weken in Ter Apel, waar ze zich moeten registreren. Salah probeert zo vaak mogelijk bij hen te zijn, maar mag daar niet slapen. 'Ik raak er behoorlijk gefrustreerd van', vertelt hij. 'Eindelijk kan ik mijn vrouw helpen met Awadh, maar nu mág het niet.' De twee zijn door schade en schande inventief geworden in de zorg voor hun zoon. Mona: 'We hebben geen gasfornuis in de kamer in Ter Apel, omdat alle nieuwkomers daar standaardmaaltijden krijgen. Gelukkig hebben we een ander Jemenitisch gezin gevonden in een gedeelte waar wel gekookt mag worden. Van hen mogen we daar ons eten voor Awadh klaarmaken.'

Veilige omslagpunt

Na deze weken kan het gezin eindelijk bij Salah in het azc in Rotterdam terecht. We spreken het gezin weer in een van de grijswitte blokkendozen van de gedeelde woonunits. De Jemenitische koffie pruttelt op het gaspitje in de woonunit die Salah en Mona delen met een Syrisch gezin. Koffie gemaakt met verse, speciale 'blonde' koffiebonen – onovertroffen volgens Salah. 'Maar niet volgens mij hoor', grapt Mona. 'Dit is echt koffie uit het zuiden van Jemen, het is niet mijn smaak.'

Geen stokslagen

De grootste zorgen liggen nu achter hen. Mona weet nog goed wanneer ze zich dat voor het eerst realiseerde: 'De reis naar Nederland, de dagen in Ter Apel: het leek allemaal een film die aan mij voorbijtrok. Maar toen Sawsan van de week voor het eerst naar school ging en ze vrolijk op het schoolplein liep, dát was voor mij het omslagpunt. Sawsan was stomverbaasd dat de directeur en de lerares meteen naar haar toe kwamen en zich vriendelijk voorstelden. "Mama, niemand heeft hier een stok in zijn hand. Niemand bedreigt me!" zei ze tegen me.' Buiten schreeuwt het meisje het uit omdat ze per se op een stepfiets wil rijden. 'Ja, een pittige meid', lacht vrijwilliger Faleha. 'Een doorzetter, die komt er wel!'

'Zus dit, zus dat'

In de maanden voor de hereniging, hoorde Faleha Salah vaak praten tegen Mona aan de telefoon. 'Hij zei steeds "zus Faleha dit, zus Faleha dat". Zus, zo noem je een vriendin in het Arabisch. Uiteindelijk heb ik zijn telefoon gepakt en mezelf via Skype voorgesteld aan Mona. Ik kon me namelijk voorstellen dat zij weleens wilde weten wie die vrouw in het azc nou was. Ze heeft me toen ook haar huis in Saudi-Arabië laten zien, hoe ze het voor Awadh helemaal aangepast had. Er mocht niets liggen wat hij kon grijpen en kapotmaken, alles moest uit de weg geruimd zijn.'

Cadeau van God

De omstandigheden in het azc zijn daarom nu niet ideaal voor Awadh. De ouders moeten vaak met hem in de slaapkamer blijven, waar hij eindeloos op het bed springt omdat hij anders de gedeelde woonkamer overhoop haalt. 'Die jongen heeft zoveel energie, hij kan het nu niet kwijt', verzucht Salah. 'Ik hoop dat ik ooit een trampoline voor hem kan kopen zodat hij naar hartenlust kan springen in de buitenlucht.' Mona meent dat ze in haar handen mag knijpen met zo’n zorgzame vader als Salah. 'Sommige mannen geven de vrouw de schuld van een kind met een beperking, alsof zij iets fout gedaan heeft tijdens de zwangerschap. Salah niet. "Awadh is een cadeau van God, daar moeten we voor zorgen", zei hij.' Mona is nog steeds moe van het afgelopen jaar. 'Gewoon in alle rust een kopje koffie kunnen drinken, daar droom ik nu van. Nu moet ik altijd alert zijn. Ik wil later werken met kinderen met autisme, omdat ik weet hoe ze in elkaar steken. Dát is de grootste droom voor mijn toekomst in Nederland: andere ouders helpen zoals ik.'

- Dit artikel verscheen eerder in VluchtelingenWerk Magazine. Lees het magazine online >> -


 

 


Meer persoonlijke verhalen

Ben je vrijwilliger, vluchteling of sympathisant en heb je ook een interessant verhaal? Laat het ons weten!

Wil je onze nieuwsbrief ontvangen?

Volg ons via: