Shogofa (32) uit Afghanistan: 'Nederland moet verantwoordelijkheid nemen'

Als 12-jarige vluchtte Shogofa zonder ouders naar Nederland, op de vlucht voor de Taliban. Nu de Taliban Afghanistan in handen heeft, komen pijnlijke herinneringen weer boven. Ze vreest voor haar achtergebleven familieleden. 'De afgelopen weken voelen alsof ik alleen lichamelijk in Nederland ben. Mijn hart en ziel zijn in Afghanistan. Dag en nacht bel ik met familie en vrienden.' 

Niet op tijd weg

'Twintig jaar geleden vluchtte ik met mijn broer en zus naar Nederland, als minderjarige vluchtelingen. De verhalen van mijn achtergebleven landgenoten raken me. Afghanen die voor het westen hebben gewerkt voor de heropbouw van Afghanistan en nog altijd vastzitten omdat ze niet op tijd weg konden komen.'

Verontrustende verhalen

'Van familie en vrienden in Afghanistan hoor ik verontrustende verhalen over onverwachte huisbezoeken van de Taliban. Ze worden gedwongen om zich te registreren. Als blijkt dat zij Tajik of Hazara zijn en/of aanhanger van de pro-resistance movement, dan worden ze meegenomen naar een onbekende plek, gemarteld en doodgeschoten.'

Krachtige vrouwen

'Die verhalen brengen nare herinneringen naar boven. In Afghanistan woonde ik in het noorden, samen met mijn familie. In de jaren voor de oorlog hadden we het goed. We hadden moderne opvattingen, waren vrij om te studeren en werden als vrouw niet beperkt in onze rechten. De meeste vrouwen die ik kende waren hoogopgeleid en werkten bijvoorbeeld bij de overheid, ngo's of in de medische sector. Een vrouw met een carrière en gezin was niet makkelijk, maar toch waren er vrouwen die beide hadden gerealiseerd voordat de Taliban aan de macht kwamen.'

Dreiging neemt toe

'Ons vrije leven kwam onder druk te staan toen de Taliban steeds meer terrein won. We liepen gevaar: door onze manier van leven, maar ook omdat mijn broer chirurg en directeur was van het centrale ziekenhuis in het noorden. Hij behandelde ook veel vredesstrijders onder leiding van verzetsleider Ahmad Shah Massoud. Daardoor kreeg hij problemen met de Taliban. We vreesden voor ons leven.'

Kapotte herinneringen

'Op een dag stonden er Talibanleden voor onze deur. Ik was twaalf jaar. Drie jaar daarvoor was mijn moeder overleden. Mijn vader was in een andere stad aan het werk. Ze kwamen binnen en vernielden alles. Meubelstukken, apparatuur, maar het ergste van al: de persoonlijke herinneringen aan mijn moeder. Foto's, geluidsbestanden met mijn moeders stem, video’s: alles werd kapotgemaakt. Ik herinner me nog dat de Talibanleden het tapelint van de video’s in de perenboom in onze tuin hingen. Hoe wreed kunnen mensen zijn?'

Steun Afghaanse vluchtelingen

Met jouw financiële bijdrage kunnen wij de Nederlandse en Europese politiek intensief en blijvend aansporen tot een humaner vluchtelingenbeleid. Jouw steun is daarbij onmisbaar. Hartelijk bedankt voor je steun!

Doneer nu!

Geslagen op straat

'Ook andere herinneringen komen weer naar boven. Zoals die keer dat ik als 12-jarig meisje voor een boodschap naar buiten ging, ik moest aardappelen en tomaten halen. Onderweg naar huis zag ik een vrouw die door de Taliban met een knuppel hard op haar benen werd geslagen, omdat ze zonder man op straat liep. Uit angst rende ik naar huis en verloor onderweg bijna alle tomaten en aardappelen. Later hoorde ik dat de vrouw die werd geslagen weduwe was en geen andere mannelijke familieleden had die haar op straat konden vergezellen. Sinds die gebeurtenis bleef ik rennen, iedere keer als ik de straat op moest.'

Verlaten straten

'Na de inval van de Taliban bij ons thuis werd de situatie dreigender. De Taliban rukten op tot onze stad. Dag en nacht hoorden we schoten. Ik kwam het huis niet meer uit. Toen de noordelijke alliantie steeds meer terrein verloor werd het voor ons te gevaarlijk. Op een dag kwam mijn broer thuis en vertelde dat we meteen weg moesten. Tijd om ons voor te bereiden hadden we niet. Ik nam snel nog wat sieraden van mijn moeder mee, maar de rest van mijn spullen moest ik achterlaten.  Ik schrok toen ik buiten kwam. De straat was verlaten, winkels waren gesloten. De stoep lag bezaaid met afval. Ontroostbaar stapte ik in de auto, ik wist dat ik mijn huis nooit meer terug zou zien. Ik zag ook tranen bij mijn broer. Het was de eerste keer dat ik hem zag huilen.'

Afscheid van vader

'Die eerste vlucht leidde naar een stad die nog niet veroverd was door de Taliban. Toen het ook daar te gevaarlijk werd, was vluchten naar het buitenland de enige optie. Mijn vader moest de moeilijkste beslissing uit zijn leven maken door achter te blijven. Hij bezat veel landgoed en huizen en wist dat dat allemaal in de handen van de Taliban zou vallen als hij zou vertrekken. Bovendien was hij te trots om te vluchten: hij hield van zijn land en landgenoten en zou zich nooit ergens anders thuis kunnen voelen.'

Op de rit

'In 2001 werd ik samen met mijn broer en zus opgevangen in een azc in Groningen. Ik had veel steun aan mijn broer en zus en kreeg als minderjarige een voogd toegewezen. Het heeft het gemis van een vader en moeder niet weg kunnen nemen. Desondanks heb ik mijn leven goed op de rit kunnen krijgen. Ik heb rechten gestudeerd, heb een baan, een huis en een gezin.'

Geen gelukszoekers

'Ik vind het jammer dat sommige Nederlanders ons als gelukszoekers zien. Zonder oorlog in ons land waren we nooit gevlucht. We hadden het goed daar. Iedereen had een goede baan, ik had veel vriendinnen. Alleen als het echt niet anders kan neem je daar afscheid van. Ik zie dat veel Afghaanse vluchtelingen net als ik een bijdrage willen leveren aan de Nederlandse samenleving. Ze studeren, vinden werk.'

Verantwoordelijkheid nemen

'De Nederlandse overheid, alle EU-landen en de rest van de wereld moeten verantwoordelijkheid nemen voor het onvoorbereide en overhaaste vertrek van de troepen in Afghanistan en over de manier waarop de evacuaties mis zijn gegaan. Ook hoop ik dat de Nederlandse overheid de terroristische Taliban niet erkennen als staat. Tegen de rest van Nederland zeg ik: geef Afghanen een warm welkom, help ze met integreren, toon empathie. Elke vluchteling heeft zijn eigen verhaal. Dat van mij is niet uniek.'


"Human beings are members of a whole
In creation of one essence and soul
If one member is afflicted with pain
Other members uneasy will remain
If you have no sympathy for human pain
The name of human you cannot retain"

Saadi, perzische dichter

Meer persoonlijke verhalen

Ben je vrijwilliger, vluchteling of sympathisant en heb je ook een interessant verhaal? Laat het ons weten!

Wil je onze nieuwsbrief ontvangen?

Volg ons via: