Standpunt: oorlogsmisdadigers

Geef hen geen bescherming in Nederland.
  • Waar gaat het over?

    Soms vragen mensen asiel aan in Nederland terwijl zij in hun land van herkomst mogelijk ernstige misdaden hebben begaan. Als er een gerechtvaardigd vermoeden bestaat dat een asielzoeker oorlogsmisdaden heeft begaan, dan kan de overheid hem artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag tegenwerpen. Dit artikel is een uitsluitingsgrond in het Vluchtelingenverdrag: deze mensen krijgen geen bescherming in Nederland en moeten het land verlaten.

  • Wat vindt VluchtelingenWerk?

    Mensen die zich schuldig hebben gemaakt aan ernstige misdaden mogen geen bescherming krijgen in Nederland. VluchtelingenWerk sluit hen uit van dienstverlening en verwijst hen door naar een advocaat.

    VluchtelingenWerk vindt dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag individueel, in een zorgvuldige procedure en op basis van gedegen informatie moet worden beoordeeld. Omdat het uitsluiten van bescherming een vergaande maatregel is, moet artikel 1F op een restrictieve en terughoudende manier worden toegepast. De overheid moet inzetten op strafvervolging, berechting en terugkeer, mits dat mogelijk is. Wij sluiten ons hierbij aan bij het standpunt van de UNHCR over artikel 1F.

  • Wat moet er gebeuren?
    • Artikel 1F moet terughoudend worden toegepast omdat het vergaande consequenties heeft: uitsluiting van bescherming zoals bepaald in het Vluchtelingenverdrag.
    • De Nederlandse overheid moet meer inzetten op strafvervolging en berechting van mensen met een 1F-tegenwerping.

Deel dit met anderen