Themadossier Wet inburgering 2021 en uitvoering gemeenten
De Wet Inburgering 2021
Op 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 ingevoerd. VluchtelingenWerk heeft jarenlang aandacht gevraagd voor de problemen die vluchtelingen ondervonden op hun weg naar het verplichte inburgeringsexamen. Onder de vorige inburgeringswet (Wet inburgering 2013) liet de overheid hen te veel aan hun lot over, en velen kwamen hierdoor in de problemen. Ook uit de evaluatie van deze wet bleek dat de inburgering voor veel vluchtelingen te ingewikkeld was, de eigen verantwoordelijkheid voor inburgering niet realistisch en dat malafide aanbieders misbruik maakten van hun kwetsbare positie. Vandaar de nieuwe wet.
NB. Afhankelijk van de datum waarop vluchtelingen inburgeringsplichtig zijn (ge)worden kunnen zij onder de vorige Wet inburgering 2013 of onder de huidige Wet inburgering 2021 vallen.
- Tip: Maak gebruik van het extra budget voor nieuwkomers die nog onder de Wet inburgering 2013 moeten inburgeren. Voorkom dat zij onnodig in de problemen komen door de inburgering van deze zogenaamde ‘ondertussengroep’ zoveel mogelijk te ondersteunen en hierbij gebruik te maken van de speciale aanpak voor de groep die op korte termijn in de problemen dreigt te komen: ‘de ELIP- groep’.
- Tip: Bekijk de handreiking ‘Werken in de geest van de nieuwe wet’.
Onder de huidige Wet inburgering 2021 hebben de landelijke overheid en DUO een aantal van hun eerdere taken behouden. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijft verantwoordelijk voor het functioneren van het inburgeringsstelsel en DUO voor de handhaving van de inburgeringsplicht en -termijn. DUO houdt onder meer in de gaten of de inburgeraar op tijd slaagt, verleent verlenging of ontheffing en kan bij het verstrijken van termijnen boetes uitdelen. Daarnaast zorgt DUO voor het afnemen van een aantal landelijke examens en is zij verantwoordelijk voor de leerbaarheidstoets.
De regie op de uitvoering van deze wet ligt echter bij gemeenten. Daarbij zijn er voor gemeenten veel vragen om te beantwoorden en keuzes om te maken. Hebben gemeenten werkzaamheden bijvoorbeeld uitbesteed, werken ze bij de inburgering zelfstandig of samen met andere gemeenten? Hoe geven gemeenten de nieuwe taken vorm en zorgen ze voor maatwerk? Hoe voorkomen ze sancties en werken ze samen met betrouwbare partners? Kortom, er valt voor gemeenten en andere betrokkenen nog genoeg te verkennen en te leren!
Naast informatie over de Wet inburgering 2021 bevat deze pagina ook veel tips voor gemeenten. VluchtelingenWerk heeft een compleet aanbod om deze uitvoering te ondersteunen. Zie hier voor meer informatie over ons aanbod en hoe we inburgeraars kunnen ondersteunen bij hun inburgering.
Veranderingen voor gemeenten
De Wet inburgering 2021 zorgt voor grote veranderingen, ook bij gemeenten. De regierol bij de uitvoering van deze wet brengt veel nieuwe taken met zich mee.
Gemeenten kunnen hierin belangrijke keuzes maken, samenwerken met andere gemeenten en met (soms nieuwe) uitvoeringspartners. Zeker bij geringe aantallen nieuwkomers is het voor veel kleinere gemeenten onbetaalbaar om het aanbod voor inburgering zelfstandig in te kopen en voldoende maatwerk te bieden. Regionaal samenwerken biedt dan uitkomst. Buurgemeenten of de arbeidsmarktregio kunnen gezamenlijk wél een gedifferentieerd en volledig aanbod organiseren met voldoende instroommomenten verspreid over het jaar.
- Tip: Zorg voor goede monitoring van het lokale inburgeringsbeleid en betrek de doelgroep bij (de uitvoering van) het gemeentelijke inburgeringsbeleid. Stel hiervoor bijvoorbeeld een klankbordgroep samen van ervaringsdeskundigen (ex-/inburgeringsplichtigen).
- Tip: Zorg voor goede communicatie over de inburgering en geef inburgeringsplichtigen duidelijke voorlichting over hun rechten en plichten.
Verantwoordelijkheid gemeenten start al in het azc
Onder de huidige wet zijn gemeenten verantwoordelijk voor het regelen van de inburgering van vluchtelingen en het bevorderen van hun participatie en integratie in de Nederlandse samenleving. Dat begint al in het asielzoekerscentrum (azc), op het moment dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) beslist in welke gemeente een vluchteling wordt gehuisvest. De gemeente kan vanaf dat moment starten met (het verzamelen van relevante informatie voor) de inburgering van hun aanstaande inwoner.
- Tip: Zorg voor een warme overdracht met het COA en voorkom dat inburgeraars telkens om dezelfde informatie worden gevraagd.
- Tip: Zorg dat inburgeraars zo snel mogelijk kunnen starten met hun inburgering. Uit onderzoek blijkt dat een snelle start de kans op een succesvolle integratie bevordert.
- Tip: Bekijk voor meer informatie de ‘Handreiking scenario’s warme overdracht van COA naar gemeenten’ van Divosa.
Wet inburgering 2021: nieuwe taken voor gemeenten
Er zijn verschillende nieuwe taken bijgekomen voor gemeenten, zoals:
Brede intake
De Wet inburgering 2021 verplicht gemeenten om een ‘brede intake’ af te nemen met alle inburgeringsplichtige nieuwkomers die in hun gemeente komen wonen. Voor vluchtelingen start de intake bij voorkeur al in het asielzoekerscentrum (azc), maar in elk geval nadat degene in de gemeente is komen wonen. Het is aan gemeenten om de Brede intake vorm te geven.
Wat houdt de brede intake in?
Met de brede intake kan de gemeente een zo compleet mogelijk beeld krijgen van de capaciteiten, wensen en mogelijkheden van de vluchteling om daar het inburgeringstraject zo goed mogelijk op te kunnen afstemmen. Zo ontstaat een zo compleet mogelijk beeld van de situatie van de vluchteling. Denk aan onderwijs- en arbeidskansen, motivatie, interesses, digitale vaardigheden, praktische competenties, de gezinssituatie, gezondheid en het netwerk.
Een uitgebreide kennismaking kan een snelle integratie bespoedigen, omdat er meer zicht is op de kansen en belemmeringen van de vluchteling. De intake vormt de start van het integratieproces in een gemeente, zorgvuldigheid is dan ook geboden.
Maar hoe voer je een goed gesprek met een tolk erbij? Wat zijn de valkuilen bij interculturele communicatie? Hoe creëer je een vertrouwde omgeving waarin de vluchteling zijn ambities en zorgen durft uit te spreken? En welke cultuurverschillen spelen een rol?
- Tip: Zorg dat de gesprekken zoveel mogelijk in de moedertaal kunnen plaatsvinden en maak gebruik van een professionele tolk.
- Tip: Wees terughoudend in het verzamelen van informatie over de thuissituatie of gezondheid van de nieuwkomer (en gezinsleden), maar besef dat dit van invloed kan zijn op de inburgering. Beperk het onnodig vragen naar (gevoelige) informatie en voorkom het schenden van iemands privacy en gevoel van eigenwaarde.
- Tip: Neem de tijd voor de intake, want vaak zal één gesprek niet volstaan. Denk hierbij ook aan het gebruik van andere instrumenten (bv. assessment) en samenwerking met de maatschappelijke begeleiding.
- Tip: Bekijk voor meer informatie de ‘Handreiking Brede intake en PIP’ van Divosa.
Plan Inburgering en Participatie (PIP)
Na invoering van de Wet inburgering 2021 moeten gemeenten met elke inburgeraar een Plan Inburgering en Participatie (PIP) opstellen. In overleg met de nieuwkomer en op basis van de informatie uit de Brede intake en de uitkomst van de leerbaarheidstoets moet de gemeente een persoonlijk plan opstellen voor een passend inburgeringstraject in combinatie met het opdoen van praktijkervaring. Het PIP bevat concrete afspraken over allerlei zaken die bij inburgering en participatie komen kijken.
De uitvoering van de inburgeringswet en de Participatiewet moeten goed op elkaar aansluiten. Zo gaat inburgeren sneller als vluchtelingen in contact komen met Nederlands sprekende collega’s en als werk, studie, opvoeding en huiswerk goed te combineren zijn.
- Tip: Houd rekening met persoonlijke omstandigheden, individuele belastbaarheid, ambities en interesses.
- Tip: Besteed aandacht aan de noodzakelijke randvoorwaarden, zoals beschikking over een laptop, vergoeding van de eigen bijdrage voor de kinderopvang en reiskosten.
- Tip: Bekijk voor meer informatie de ‘Handreiking Brede intake en PIP’ van Divosa.
Drie leerroutes
Onder de Wet inburgering 2021 moeten vluchtelingen de Nederlandse taal op een zo hoog mogelijk niveau leren. Er bestaan hiervoor drie verschillende leerroutes: de B1-route, de onderwijsroute en de zelfredzaamheids- of Z-route. De meest passende leerroute wordt opgenomen in het Plan Inburgering en Participatie (PIP). De leerroutes van vluchtelingen worden door gemeenten ingekocht. Andere nieuwkomers moeten zelf voor de inkoop zorgen, eventueel met gebruik van een lening van DUO.
- De B1-Route: deze leerroute zal door veruit de meeste inburgeraars worden gevolgd. Onder de Wet inburgering 2021 is de het vereiste taalniveau verhoogd van niveau A2 naar B1. Ook wordt het leren van de Nederlandse taal voortaan gecombineerd met participatie, zoals (vrijwilligers-)werk. Onder voorwaarden kan (een deel van) het examen op niveau A2 worden afgelegd. Het B1-niveau zal namelijk niet voor iedere vluchteling haalbaar zijn.
Tip: Zorg voor de mogelijkheid om zo nodig het vereiste taalniveau B1 (in de PIP) te verlagen naar A2 of juist te verhogen naar B2 wanneer dit haalbaar is.
Tip: Zorg voor een duale B1-route met praktijkervaring waarbij het leren van de Nederlandse taal zoveel mogelijk wordt ondersteund. Zorg voor voldoende ‘taalrijke’ praktijkplekken door deze actief te werven/creëren of hierover afspraken te maken met werkgevers.
Tip: Maak gebruik van taalcoaches voor het oefenen van de taal in de dagelijkse praktijk.
- De Onderwijsroute: deze leerroute is met name bedoeld voor jongeren die daarna een reguliere (beroeps-)opleiding of studie willen volgen. Het is een voltijds-traject van ongeveer twee jaar. Inburgeraars moeten de onderwijsroute afsluiten op minimaal taalniveau B1 en volgen daarnaast een aantal noodzakelijke vakken.
Tip: Zorg dat zoveel mogelijk inburgeraars waarvoor dit haalbaar is, kunnen deelnemen aan de onderwijsroute, want uit onderzoek blijkt dat een Nederlands diploma de beste manier is om aan het werk te komen.
- De Z-route (zelfredzaamheidsroute): deze leerroute is voor inburgeraars met een lage leerbaarheid. Het is een intensief traject van zo’n twee jaar, gericht op het zelfstandig kunnen meedraaien in de maatschappij. Deze route wordt niet afgesloten met een examen, maar is volbracht na een eindgesprek met de gemeente en het behalen van een minimale urennorm van 1.600 uur.
Tip: Zorg voor een Z-route die zoveel mogelijk aansluit bij het dagelijks leven en de interesses van de cursisten, met minder theorie en meer praktijkgericht.
Tips voor de leerroutes in het algemeen
- Tip: Zorg voor een zorgvuldig inkoopproces met realistische voorwaarden bij het kiezen van het aanbod en de aanbieder(s). Inburgeringscursussen van slechte kwaliteit hebben immers vervelende gevolgen voor de vluchtelingen, de gemeente én de maatschappij.
- Tip: Zorg voor goede afstemming tussen de uitvoering van de inburgerings- en Participatiewet door de activiteiten op elkaar te laten aansluiten, zowel qua tijden als ook inhoudelijk.
- Tip: Zorg voor taallessen die zoveel mogelijk in homogene niveaugroepen worden aangeboden, met ook binnen de groepen mogelijkheden voor differentiatie naar aanbod, niveau en leertempo.
- Tip: Bekijk ook de ‘Handreiking leerroutes’ van Divosa.
Financieel ontzorgen
Gemeenten hebben onder de Wet inburgering 2021 de opdracht om uitkeringsgerechtigde vluchtelingen die in hun gemeente komen wonen gedurende de eerste zes maanden financieel te ontzorgen, om zo te voorkomen dat zij in financiële problemen raken. Gedurende de eerste zes maanden betalen gemeenten uit de uitkering en namens de vluchteling, een aantal vaste lasten. Dit om financiële problemen zoveel mogelijk te voorkomen.
Hoe ziet financieel ontzorgen eruit?
In de eerste zes maanden na huisvesting betalen gemeenten vanuit de uitkering van de vluchteling huur, premie voor de zorgverzekering en energielasten. Na de eerste zes maanden kan op basis van een individuele afweging indien nodig het ontzorgen worden voortgezet. Sommige gemeenten nemen in het ontzorgen ook andere vaste kosten mee, zoals internet en andere verzekeringen. Dit kan alleen op vrijwillige basis.
Vooral bij jongvolwassenen is de uitkering te laag om al deze kosten van te betalen. Sommige gemeenten kiezen in dat geval voor budgetbeheer of zelfs bewindvoering, zodat ook de huur- en zorgtoeslag gestort worden op een budgetrekening en niet op de rekening van de vluchteling zelf. Ook dit kan alleen op vrijwillige basis, of als er gegronde redenen voor zijn (zoals een problematische schuldsituatie of als de belanghebbende beschermd moet worden tegen het afglijden in de maatschappij).
Waarom financieel ontzorgen?
Vluchtelingen lopen met name in de eerste maanden na huisvesting een vergroot risico om in armoede of schulden terecht te komen. Dit kan komen door bijvoorbeeld taalproblemen en onbekendheid met financiële zaken in Nederland. De oorspronkelijke gedachte van het ontzorgen was om in die eerste periode de financiële stress bij vluchtelingen te beperken, zodat ze zich kunnen focussen op het leren van de taal en het participeren in de samenleving.
VluchtelingenWerk is geen voorstander van het generiek ‘ontzorgen’ van asielstatushouders gedurende een vaste periode. Vluchtelingen hebben –net als andere bijstandsgerechtigden- heel verschillende competenties en een generieke maatregel doet hieraan geen recht. Veel statushouders zijn prima in staat hun financiën zelfstandig te regelen en het ontzorgen zet hen juist op achterstand. Het (onnodig) ontzorgen betekent voor hen tweemaal wennen aan een ander regime. Ontzorgen zonder een gelijktijdig aanbod gericht op het bereiken van financiële zelfredzaamheid, heeft geen enkele zin en verschuift het probleem.
Voordelen voor de vluchtelingen én de maatschappij
Vluchtelingen én de maatschappij kunnen voordeel hebben bij op maat aangeboden ontzorging, om de zorgen over ingewikkelde geldzaken in de eerste periode uit handen te nemen en zo schulden te voorkomen. Het ontzorgen zou bij voorkeur maatwerk moeten zijn: tijdig afbouwen en waar mogelijk eerder stoppen, afhankelijk van de financiële competenties. En daarbij de juiste financiële begeleiding bieden, zodat men werkelijk zelfredzaam wordt.
Belang van een gezonde financiële situatie
VluchtelingenWerk weet uit ervaring dat nieuwkomers in een gezonde financiële situatie sneller en beter inburgeren, integreren en participeren. Veel deskundigen, de inspectie SZW, onafhankelijke onderzoekers en ook het ministerie SZW, hebben het belang benadrukt van goede financiële begeleiding tijdens de ontzorgperiode, zodat men daarna zelf de financiën kan beheren. Dat vraagt om kennis van het Nederlandse financiële systeem, maar ook om vaardigheden zoals een thuisadministratie bijhouden, budgetteren, internetbankieren en besparen.
Ook voor nieuwkomers die niet ontzorgd worden, zoals veel nareizigers, is dergelijke begeleiding van belang om financieel zelfredzaam te worden. Vrijwilligers van VluchtelingenWerk krijgen dagelijks vragen van vluchtelingen over financiële zaken in Nederland, van (gemeentelijke) belastingen tot betalingsregelingen of het eigen risico. Daarom ontwikkelden wij de methode Euro-Wijzer, voor het vergroten van financiële competenties van vluchtelingen. Meer over deze methode leest u hier.
Pilot ontzorgen
Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) ondersteunt gemeenten bij de voorbereiding op de nieuwe Wet, onder meer door het uitvoeren van een pilotprogramma. Het doel is om de lessen en ervaringen uit de pilots mee te nemen in de ontwikkeling van het nieuwe inburgeringsstelsel.
Een van de thema’s van het pilotprogramma is het ontzorgen van statushouders. Daarbij gaat het om het inhouden van de vaste lasten (huur, energie, water en zorgverzekering) op de uitkering. Gemeenten combineren dit met het begeleiden van statushouders naar financiële zelfredzaamheid in groeps- en individueel verband. VluchtelingenWerk verzorgt de financiële begeleiding in de gemeenten Edam-Volendam, Waterland en Landsmeer. Benieuwd naar deze pilot? Lees een interview met senior teamleider Wilmie Doornbos.
- Tip: Zorg gedurende het ontzorgen voor een aanbod dat de financiële zelfredzaamheid bevordert, want ontzorgen is uiteraard niet zinvol als men in deze gedurende periode niet leert om de eigen financiën te beheren. Besteed hierbij tevens aandacht aan digitale vaardigheden.
- Tip: Zorg voor een goede afstemming tussen alle betrokken organisaties, zodat ook in het begin (zonder toeslagen) de vaste lasten kunnen worden betaald.
- Tip: Bekijk de ‘Handreiking financieel ontzorgen en financiële zelfredzaamheid’ en de update ervan met een stappenplan.
Voortgangsgesprekken
Gemeenten zijn verplicht om gedurende de inburgering een vinger aan de pols te houden. Daarom moeten zij zorgen voor een aantal voortgangsgesprekken met vluchtelingen, het monitoren van hun aanwezigheid bij de inburgeringslessen en het bewaken van hun voortgang bij inburgering.
Tip: Zorg voor meerdere gesprekken per jaar, neem hiervoor voldoende tijd en zorg zo nodig voor de inzet van een tolk, zodat voldoende zicht is op de individuele voortgang.
Overige inburgeringsvoorzieningen
Gemeenten worden voor alle nieuwkomers verantwoordelijk voor een aanbod van de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en het Participatieverklaringstraject (PVT). Afspraken hierover worden eveneens opgenomen in het PIP.
- Tip: Zorg dat de MAP zo veel mogelijk aansluit bij de voorkennis, praktijkervaring en ontwikkelbehoefte van de inburgeringsplichtige.
- Tip: Zorg bij de PVT voor het inzetten van tolken of eigen taalondersteuners en dat de interactie in een veilige setting kan plaatsvinden.
Maatschappelijke begeleiding
Gemeenten moeten zorgen voor een aanbod maatschappelijke begeleiding (MB) voor vluchtelingen. De Wet inburgering 2021 noemt enkele taken die gemeenten bij de maatschappelijke begeleiding minimaal moeten aanbieden. Dit zijn praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen en voorlichting over basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving op thema’s als wonen, inkomen, werk, zorg, onderwijs en opvoeding en de kennismaking met maatschappelijke organisaties.
Belang van onafhankelijke maatschappelijke begeleiding
Sinds de invoering van de Wet inburgering 2021 voert een klantmanager van de gemeente voortgangsgesprekken met vluchtelingen over hun inburgering, maar dat is niet voldoende. Door de aard van deze ondersteuning is de relatie met een vluchteling veel formeler dan bij de maatschappelijke begeleiding. Daarnaast hebben veel vluchtelingen weinig vertrouwen in overheden, omdat zij daarmee in hun land van herkomst vaak zeer slechte of zelfs traumatiserende ervaringen hebben. De voortgangsgesprekken zijn daarom niet hetzelfde als de maatschappelijke begeleiding en kunnen deze niet vervangen.
Want wie kan vluchtelingen ondersteunen bij praktische zaken, bij de kennismaking met de lokale woonomgeving en het wegwijs worden in de samenleving? Of wie kan e.e.a. nog eens rustig uitleggen als men nog vragen heeft over de inburgering en wat bijvoorbeeld het Plan Inburgering en Participatie (PIP) betekent? De inburgeraar kan in de klas in theorie leren hoe hij kinderbijslag kan aanvragen, maar wat als deze in praktijk ten onrechte niet wordt toegekend? In dergelijke gevallen kan hij terecht bij de maatschappelijke begeleiding.
Maatschappelijke begeleiders zijn veelal vrijwilligers die intensief en laagdrempelig contact onderhouden met één of meerdere vluchtelingen. Doordat zij onafhankelijk zijn en affiniteit hebben met vluchtelingen ontstaat vaak een vertrouwensband. Hierdoor wordt het makkelijker om een eerlijk gesprek te voeren. Ze bieden een luisterend oor en houden daarnaast ook het welzijn van eventueel andere gezinsleden in de gaten. De inzet van vrijwilligers maakt de soms noodzakelijke intensieve begeleiding mogelijk, die anders onbetaalbaar zou zijn.
- Tip: Zorg voor goede afspraken met de aanbieder van de MB, respecteer de vertrouwelijke aard van de MB en zorg voor individueel maatwerk.
- Tip: Zorg voor intensieve en/of verlengde maatschappelijke begeleiding voor hen die dit nodig hebben.
- Tip: Lees ook het onderzoek van Significant over het 'HOE, WAT EN WAAROM VAN DE MAATSCHAPPELIJKE BEGELEIDING VAN VLUCHTELINGEN'.
- En als laatste tip: Denk in mensen, niet in groepen en bied maatwerktrajecten.