Juan Heinsohn Huala uit Chili (61): ‘Wat vrijwilligers doen is ongelofelijk’

Deze maand bestaat VluchtelingenWerk veertig jaar. Tijd om terug te blikken en vooruit te kijken. We gingen in gesprek met oud-vluchteling Juan Heinsohn Huala uit Chili.

Wanneer kwam u aan in Nederland?

‘Samen met mijn familie vluchtte ik eerst van Chili naar Argentinië. Daarna kwamen we op uitnodiging van de overheid naar Nederland. Op Schiphol werden we ontvangen als Olympische sporters door Nederlanders, eerder gevluchte Chilenen en vrijwilligers van VluchtelingenWerk. Als uitgenodigde vluchtelingen kregen we direct een appartement aangewezen, in de Amsterdamse Bijlmer.’

Hoe was de eerste periode in Nederland?

‘Er was geen tijd om te zitten huilen. We moesten meteen naar verplichte taalles en de Chilenen die al in Nederland waren, hadden zich snel georganiseerd. Alle politieke partijen die in Chili waren verbannen, waren hier gerepresenteerd. Samen met Nederlanders gingen ze de straat op om te protesteren tegen het regime van de Chileense dictator Pinochet. Dat was heel inspirerend, ik deed meteen overal aan mee.’

Hoe is de situatie voor vluchtelingen nu?

‘Wij kwamen binnen in een maatschappij die solidair was met vluchtelingen en konden meteen meedoen. Nu worden vluchtelingen jarenlang geparkeerd in asielzoekerscentra. Helpen is niet vanzelfsprekend meer. Overheden discussiëren over bootvluchtelingen: gaan we hen redden of niet? Dat het überhaupt een keuze is! Gelukkig kunnen vluchtelingen nog steeds rekenen op vrijwilligers van VluchtelingenWerk. Wat de vrijwilligers doen is ongelofelijk, zij zorgen voor menselijkheid en houden de organisatie levend.’

Tien jaar geleden werd u zelf vrijwilliger, waarom?

‘Als je het nieuws leest, lijkt het of de solidariteit verdwijnt. Ik voelde daarom steeds meer de noodzaak om ook te helpen. Ik weet hoe belangrijk hulp is, want mijn familie heeft vroeger veel aan de steun van vrijwilligers gehad. Ze hielpen met de taal oefenen, bankzaken en brieven.’

Wat zou je in de toekomst graag anders zien?

‘Soms wordt gedacht dat vluchtelingen “leeg” binnenkomen. Dat ze nog van alles moeten leren en ervaring moeten opdoen. Maar als je gevlucht bent, ben je al ontzettend sterk. In hun bagage zit niet alleen pijn en gemis, maar ook hun taal, cultuur en muziek. Het is belangrijk dat vluchtelingen geloven in zichzelf en in wat ze hebben meegenomen. Als kunstenaar begeleid ik hen daarbij met creatieve activiteiten. Het zou mooi zijn als het belang van kunst en cultuur meer aandacht krijgt.’

donderdag 26 september 2019