Nieuw inburgeringsbeleid maakt maatwerk mogelijk voor LHBT-statushouders

In samenwerking met Movisie schreef Ellen Hobelman van VluchtelingenWerk Zaandam een artikel over de integratie van LHBT-statushouders in het kader van de nieuwe inburgeringswet.

Waar lopen LHBT-statushouders tegenaan? Wat zijn hun wensen en behoeften? Om een beeld te krijgen van het nieuwe inburgeringsstelsel en de kansen voor meer maatwerk voor LHBT-statushouders, bevroeg Ellen Hobelman voor haar masterscriptie tien LHBT-statushouders. VluchtelingenWerk Zaandam richtte zelfs een LHBT-kopgroep op, om het LHBT-beleid in Zaandam te optimaliseren en er voor te zorgen dat informatie tastbaar en zichtbaar is. Belangrijk werk!

Lees hieronder het artikel dat eerder verscheen op movisie.nl:

In januari 2022 treedt de nieuwe wet inburgering in werking. Deze wet gaat uit van een meer gepersonaliseerd integratietraject ten opzichte van de vorige wet. Ook krijgt de gemeente meer de regie. Deze combinatie biedt kansen voor gemeenten om te komen tot beleid waarin aandacht en sensitiviteit is voor de moeilijkheden die LHBT-statushouders tegenkomen bij het inburgeren in Nederland. Dit artikel biedt inzicht in de wensen en behoeften van deze inburgeraars en tips voor gemeenten hoe je tot LHBT-sensitief integratiebeleid komt.

Nederland was één van de eerste landen die seksuele- en genderdiversiteit erkende als grond voor asiel. Er zijn helaas geen exacte cijfers beschikbaar over aantallen aanvragen, toekenningen en afwijzingen van LHBT-personen in Nederland. Uit een onderzoek uit 2018 blijkt dat jaarlijks LHBT-vluchtelingen in Nederland aankomen, die allemaal hun weg in onze maatschappij moeten vinden.

De huidige wet inburgering biedt onvoldoende ruimte voor maatwerk dat aansluit bij de behoefte van specifieke doelgroepen, zoals LHBT-personen. Terwijl LHBT-personen vaak veelvoorkomende traumatische ervaringen in het land van herkomst hebben opgedaan vanwege hun LHBT-zijn. Daar bovenop komen nog de vaak traumatische ervaringen tijdens de vlucht naar Nederland, die op zichzelf al heftig en vol gevaren is. Deze combinatie van ervaringen kan in enkele gevallen leiden tot ernstige psychische problemen. Om deze personen de goed te kunnen helpen is maatwerk dus nodig.

Het nieuwe inburgeringsstelsel

De laatste jaren zijn er verschillende ontwikkelingen geweest in Nederland ten aanzien van de asielprocedures en het inburgeringsstelsel. Zo houdt de IND zich, na kritiek op de procedure en herijking van de eigen protocollen, minder star vast aan de Westerse concepten van seksuele oriëntatie en genderidentiteit in de beoordeling van een asielaanvraag dan voorheen. Niet alleen deze procedure is herzien; de hele inburgeringswet wordt vanaf 2022 aangepast. In de nieuwe wet krijgen gemeenten de taak om de regiefunctie te vervullen, zoals het opstellen van een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP), het aanbieden van leerroutes en het monitoren van het inburgeringstraject. Bestaande taken, zoals maatschappelijke begeleiding, krijgen een andere invulling.

Participatie en zelfredzaamheid

De brede intake, die tijdens het verblijf in het AZC wordt gehouden, is een nieuw onderdeel van de inburgering. Tijdens deze intake brengt de gemeente de capaciteiten, persoonlijke situatie (waaronder fysieke en mentale gezondheid) en leerniveau van de inburgeringsplichtige in kaart. Dit kan aanknopingspunten bieden om de statushouder een inburgeringstraject op maat aan te bieden, aangezien drie punten minimaal onderdeel moeten zijn van een PIP: het taalniveau, de mogelijkheden tot (arbeids)participatie en de mate van zelfredzaamheid. Met name de mogelijkheid tot participatie en de mate van zelfredzaamheid zijn belangrijk in het geval van LHBT-statushouders.

Participatie betekent het mee kunnen doen in de samenleving. Voor LHBT-statushouders die te maken hebben met uitsluiting en discriminatie kan de participatie belemmerd worden. In dit geval kan het nadelig zijn als er uitsluitend naar arbeidsparticipatie wordt gekeken. Kijkt een gemeente naar inburgering met aandacht wat specifieke situaties van LHBT-personen, dan biedt dat kansen. Gemeenten kunnen hier keuzes in maken; Als gemeente stel je namelijk een visie op over wat inburgering in de gemeente inhoudt en hoe de gemeente ondersteuning aanbiedt. Hierin kun je als gemeente gemeente rekening houden met authentieke behoeften en wensen van de statushouder, om zo een duurzame uitstroom naar participatie te waarborgen.

Waar is behoefte aan?

Om een beeld te krijgen van het nieuwe inburgeringsstelsel en de kansen voor meer maatwerk voor LHBT-statushouders, bevroeg Ellen Hobelman voor haar masterscriptie tien LHBT-statushouders naar hun ervaringen met en wensen voor inburgeren in Nederland. Deze respondenten zijn woonachtig door heel Nederland, variëren in seksuele oriëntatie en gender identiteit evenals hun leeftijd en land van herkomst. Naast gesprekken met deze groep zijn er gesprekken geweest met 12 gemeentelijke beleidsmedewerkers, maatschappelijk werkers en vrijwilligers. Zij waren betrokken bij LHBT-statushouders vanuit Vluchtelingenwerk, lokale COC’s, gemeenten en andere belangenorganisaties.

De LHBT-statushouders vertelden over de twee verweven identiteiten: die van ‘vluchteling’ en ‘LHBT-persoon’,

De vluchteling en de LHBT-persoon

De LHBT-statushouders die Hobelman voor haar onderzoek interviewde bleken vaak niet goed ondersteund en voorbereid op de manier waarop hun leven in Nederland vorm kreeg. Meermaals kregen zij te maken met een onverwachte wending tijdens het integreren doordat zij niet voldoen aan de heersende norm van witte, hetero cisgender mensen. Ondanks dat Nederland bekend staat als één van de tolerantere landen om als LHBT-persoon te leven.

De LHBT-statushouders vertelden dat ze in de Nederlandse maatschappij te maken hebben met twee verweven identiteiten: die van ‘vluchteling’ en ‘LHBT-persoon’, wat het integratieproces extra lijkt te hinderen. Zo passen ze vaak niet bij “de” witte Nederlandse LHBT-groep omdat ze statushouders zijn, noch bij “de” statushouders-groep omdat ze LHBT zijn. Ze vallen tussen wal en schip. De huidige structuren binnen het integratietraject lijken voornamelijk bedoeld voor een homogene groep statushouders, waardoor het voor mensen die afwijken van de norm lastiger kan zijn om te integreren.

Kennis en sensitiviteit nodig van betrokken professionals en vrijwilligers

De medewerkers en vrijwilligers die werken met LHBT-statushouders beschikken vaak niet over voldoende kennis, informatie en netwerken om deze mensen effectief te ondersteunen of hen passend door te verwijzen. Informatievoorziening aan deze professionals enerzijds en voor LHBT-statushouders anderzijds is dus aan te raden. Met name rondom transgenderzorg leven nog veel vragen, blijkt uit de ervaringen van de door Hobelman geïnterviewde personen.

Terwijl voor de statushouders zelf informatie ook belangrijk is: wat kunnen zij als LHBT-persoon verwachten in de Nederlandse samenleving? Welke rechten hebben zij en waar kunnen zij terecht voor hulp en ondersteuning? Welke organisaties zijn er waar zij sociale aansluiting zouden kunnen vinden?

Kennis vooral in de Randstad

Het is niet zo dat deze kennis helemaal niet voorhanden is, integendeel: er is een klein aantal organisaties actief voor LHBT-statushouders. Deze organisaties zijn echter niet voor iedereen toegankelijk, omdat deze veelal vanuit de Randstad werken. Statushouders die buiten de Randstad wonen en niet in staat zijn om te reizen, blijven verstoken van specifieke zorg en/of ontmoetingsmogelijkheden. Hierdoor is het voor hen onder andere erg moeilijk een sociaal netwerk op te bouwen, een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle inburgering. De LHBT-statushouders in het onderzoek die in Amsterdam woonden, ervoeren dan ook een groter gevoel van saamhorigheid met lotgenoten en een steviger sociaal netwerk dan mensen die buiten Amsterdam woonden.

Een LHBT-sensitief gemeentelijk inburgeringsbeleid

De nieuwe inburgeringswet kan kansen bieden voor een persoonlijkere aanpak, doordat de regierol bij gemeenten komt te liggen en er een persoonlijk plan (PIP) wordt opgesteld. Inburgeraars worden in samenwerking met de gemeente persoonlijk begeleid, in plaats van de huidige “one size fits all” methode. Je kunt als gemeente beleidsmedewerkers bijscholen op het gebied van seksuele- en genderdiversiteit en informatievoorziening waarborgen LHBT-inburgeraars die van de juiste informatie, kennis en contacten met specifieke organisaties en supportgroepen worden voorzien, hebben een betere kans op een geïntegreerd leven in een Nederlandse gemeente. Dit, zo bleek uit dit onderzoek, zal een grote en belangrijke stap zijn in het verbeteren van het inburgeringstraject. Regenboogsteden kunnen hierin voorop lopen en tonen dat zij alle LHBT-personen in hun gemeente ondersteunen.

Tips voor gemeenten voor een inclusieve inburgeringswet


 

  • Houd bij het opstellen van een PIP rekening met de persoonlijke omstandigheden van de inburgeraar: wat denkt deze persoon zelf nodig te hebben om succesvol in te kunnen burgeren? Focus daarbij niet alleen op werk. Voor dienstverleners is het belangrijk om een 'compleet overzicht' te hebben van wet en -regelgeving.
  • Zorg voor deskundigheidsbevordering bij medewerkers die verantwoordelijk zijn voor het opstellen van PIP. Vraag door naar persoonlijke omstandigheden die van invloed kunnen zijn bij het inburgeren.
  • Zorg dat er in de gemeente tenminste een aandachtsfunctionaris is die al meer kennis en ervaring heeft opgedaan als het gaat om seksuele- en genderdiversiteit en beschikt over een lijst met doorverwijsmogelijkheden. Deze aandachtsfunctionaris zou ook trainingen of vakinhoudelijke overleggen kunnen geven aan anderen professionals binnen de gemeente.
  • Stel een sociale kaart op, met adressen waar LHBT-statushouders terecht kunnen voor gespecialiseerde hulp en ondersteuning. Ook ontmoetingsmogelijkheden zijn belangrijk voor het opbouwen van een sociaal netwerk. Verspreid deze kaart onder gemeentelijke medewerkers, maar ook onder maatschappelijke organisaties in de gemeente.
  • Overweeg een eenvoudige praatplaat of infographic te maken die gesprekken van statushouders met de gemeente of Vluchtelingenwerk gemakkelijker maakt. Aan het einde van het gesprek kan dit product als informatie worden meegegeven.
  • Stimuleer (belangen-)organisaties als Vluchtelingenwerk en COC’s om door te gaan met hun belangrijke werk en maak hier middelen voor beschikbaar. Een eventuele aandachtsfunctionaris kan nauw contact houden met deze organisaties en een goede samenwerking stimuleren.
  • Ga het gesprek aan met LHBT-organisaties in de gemeente of in de regio. Enerzijds om het aanbod duidelijk te maken, anderzijds om hen uit te nodigen open te staan voor (de ervaringen van) LHBT-statushouders die hun activiteiten willen bezoeken. Overweeg in dit kader een stimuleringssubsidie te verstrekken.
  • Overweeg het ondersteunen van LHBT-statushouders in een lokaal maatjesproject, zoals bijvoorbeeld gebeurt in Limburg.
  • Maak het aanbod zichtbaar en vindbaar via communicatiekanalen van de gemeente en de eigen organisatie.

Goed voorbeeld: de gemeente Zaandam

Vluchtelingenwerk Zaandam richtte een LHBT-kopgroep op, die zich bezighoudt met het verbeteren van LHBT-beleid in Zaandam. Zij zorgen ervoor dat informatie tastbaar en zichtbaar is, ook zijn er zijn aandachtsfunctionarissen in dienst genomen. In samenwerking met de regiomanager wordt onderzocht wat de situatie op andere locaties is en om hoeveel LHBT-statushouders het in deze regio ongeveer gaat. Het doel is om uiteindelijk informerende materialen voor zowel de cliënten als medewerkers te ontwikkelen om de cliënten breder dan Zaandam beter te kunnen begeleiden en ondersteunen.

De gemeente Zaanstad stelde als Regenboogstad een stimuleringsbudget beschikbaar aan Vluchtelingenwerk Zaanstad voor deskundigheidsbevordering ten aanzien van seksuele- en genderdiversiteit. De pilot wordt in 2021 uitgevoerd.

2022: Het jaar van een LHBT-sensitieve integratie?

De nieuwe wet inburgering biedt kortom meerdere mogelijkheden die een gemeente zou kunnen inzetten voor een duurzame integratie van álle statushouders. De wet biedt mogelijkheden voor een gemeente om iedereen te zien en als individu te benaderen. Zoals bevestigd wordt in het onderzoek van Ellen Hobelman zal dit een grote positieve bijdrage leveren in het leven van nieuw aangekomen LHBT-personen in Nederland.

Met medewerking van:

Ellen Hobelman, heeft voor haar masterstudie Culturele Antropologie aan de Universiteit van Utrecht onderzoek gedaan naar de integratie van LHBT-statushouders in Nederland. Hiervoor heeft ze 10 LHBT-statushouders geïnterviewd en 12 medewerkers/vrijwilligers van verschillende organisaties en instanties. Mede aan de hand van deze interviews zijn genoemde tips voor een LHBT-sensitief gemeentelijk integratiebeleid opgesteld. De volledige scriptie is op aanvraag beschikbaar via lhbti@movisie.nl.

Sylvia de Beer, werkt met Nieuwkomers/Vergunninghouders met een uitkering bij de gemeente Den Bosch. Daarnaast zit zij in de afrondende fase van de Master Gender Studies (Universiteit Utrecht). Haar scriptie gaat over het Regenboogbeleid en hoe dit in verschillende gemeenten wordt opgepakt.

LHBT zonder I?

In het nationale beleid bestaat de doelgroep uit lesbische vrouwen, homomannen en biseksuele, transgender- en intersekse personen (LHBTI-personen). Lokaal zijn intersekse personen nog nauwelijks doelgroep van het beleid en de activiteiten. Hierdoor gaat op lokaal niveau vaker over LHBT-beleid dan over LHBTI-beleid. De verwachting is dat met de toename van de bewustwording rondom dit thema en de ontwikkeling van organisaties die opkomen voor de belangen van intersekse personen deze groep ook nadrukkelijk doelgroep wordt van het lokale beleid.

dinsdag 10 augustus 2021