Gemeenten in startblokken voor nieuw integratiebeleid

De vrijblijvendheid moet uit het Nederlandse integratiebeleid. Bij de nieuwkomer en bij de overheid. Dat is de kern van het nieuwe integratiebeleid dat minister Koolmees (Sociale Zaken) deze zomer presenteerde.

Het kabinet wil naar één integraal traject: Van azc naar werk. De regie voor dat traject komt in handen van de gemeenten. Het beleid gaat in 2020 in, maar VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland constateert dat veel gemeenten al in de startblokken staan om deze uitdaging op te pakken. Ze willen nu al in die richting voorsorteren.
VluchtelingenWerk is een voorstander van de ‘één-trajectgedachte’ van minister Koolmees. Wij vinden het belangrijk dat alle inspanningen ten aanzien van de statushouder één doel dienen: zijn (of haar) integratie. Wij juichen het ook toe dat de integratie-activiteiten reeds in het azc beginnen. Op deze manier kan de statushouder een zinvolle dagbesteding worden geboden en kan hij met zijn ontwikkeling beginnen vóórdat hij naar de gemeente verhuist. ‘Maar laten wij er wel voor waken het traject te versmallen tot werk alleen’, zo waarschuwt directeur-bestuurder Mirjam Huisman van VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland. ‘Een goede integratie hoeft niet altijd te leiden tot een baan. We moeten gewoon erkennen dat dat voor een groep statushouders echt een stap te ver is. Soms is leuk vrijwilligerswerk het hoogst haalbare.’

Vier aandachtsgebieden

Wij adviseren derhalve om bij het inrichten van dit traject vier aandachtsgebieden voor ogen te houden:

  •   taal;
  •   sociale participatie;
  •   arbeidsparticipatie;
  •   praktische hulp.

Arbeidsparticipatie zonder sociale participatie en taalontwikkeling is naar onze opvatting niet duurzaam. En zonder praktische hulp kan de statushouder in de (financiële) problemen komen. Alle vier de sporen zijn daarom volgens ons belangrijk.

VluchtelingenWerk pleit voor goede afstemming en samenwerking. Als de statushouder van het azc naar de gemeente verhuist, moet er een zorgvuldige overdracht plaatsvinden. Het is mooi wanneer dit geborgd kan worden met één cliëntvolgsysteem. Wij zijn ook voorstander van een integraal traject. Alle inspanningen in de gemeente ten behoeve van de integratie van statushouders moeten in elkaar grijpen en een opbouw kennen, zodat de statushouder niet wordt belast met dubbele intakes, onnodige overlappingen en begrijpt waarom het belangrijk is dat hij aan deze activiteiten deelneemt. Wat ons betreft wordt dat alles gemonitord door een trajectbegeleider. Deze rol kan door de gemeente zelf worden opgepakt, dan wel belegd bij één van de betrokken partijen. Belangrijk is dat de trajectbegeleider een mandaat heeft om in deze processen bij sturen.

Financieel zelfredzaam

Koolmees schaft het leenstelsel af: voortaan zoeken de gemeenten de taalcursussen uit. In het nieuwe beleid wordt de bijstand niet langer overgemaakt aan de statushouder, maar aan de gemeente. Deze betaalt dan de huur en andere vaste lasten en neemt zo veel regelwerk uit handen van de statushouder die zich volledig kan richten op het leren van het Nederlands en andere vereisten om snel te integreren.
Die rust is goed, vinden wij. Maar we wijzen er wel op dat deze ‘financiële ondertoezichtstelling’ niet voor elke statushouder nodig is. Daarnaast zullen ook statushouders die er wel baat bij hebben toch snel moeten leren financiëel zelfredzaam te worden. Wij adviseren daarom het op orde krijgen en houden van financiële zaken aan te houden als onderdeel van de maatschappelijke begeleiding.

Sancties niet sterk

De taaleis gaat omhoog: van A2 naar B1. Inburgeraars die de hoger gelegde lat niet halen –  bijvoorbeeld omdat zij analfabeet in hun eigen taal zijn, volgen verplicht een alternatief traject. De minister wil sneller financiële straffen kunnen uitdelen als de inburgering niet goed verloopt. Inburgeraars zetten dan hun kandidatuur voor een vaste verblijfsvergunning of naturalisatie tot Nederlander op het spel.
‘Wij vinden het prima dat de trajecten niet vrijblijvend zijn. Maar het dreigen met sancties vinden we niet sterk’, stelt onze directeur-bestuurder Mirjam Huisman. ‘Wij geloven veel meer in de coachende rol van de begeleiders en de kwaliteit van het aangeboden programma, bewaakt door een trajectbegeleider en de gemeente. Dát moet de statushouder stimuleren aan het traject deel te nemen. Hij moet vooral zelf ervaren dat het traject bijdraagt aan zijn ontwikkeling’, aldus Huisman.

Het nieuwe integratiebeleid laat nieuwkomers niet langer aan hun lot over. Dat is fijn. Maar het succes staat of valt nu bij de uitvoering door gemeenten. Daarom pleit VluchtelingenWerk voor goede afspraken tussen het Rijk en de gemeenten en bieden wij onze hulp aan bij het meedenken en de uitvoering.

VluchtelingenWerk: bijna 40 jaar ervaring

VluchtelingenWerk bestaat volgend jaar 40 jaar. We hebben bijna 40 jaar ervaring in de maatschappelijke begeleiding van statushouders en begeleiden als enige organisatie in Nederland statushouders van azc tot werk. Wij noemen dit: van aankomst naar toekomst. In Zuidwest-Nederland zijn we actief in 65 gemeenten.
Wij beschikken over een cliëntvolgsysteem waarin dit proces doorlopend wordt vastgelegd en gemonitord. Wij hebben kennis en expertise op het gebied van juridische begeleiding (zowel verblijfsrechtelijk als materiële rechtspositie) en huisvesting.

VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland biedt daarnaast inburgeringscurussen aan op tien lokaties: Delft, Gorinchem, Leiden, Leidschendam, Naaldwijk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen en Zoetermeer.
Na de zomer zijn er op die locaties in totaal 740 cursisten aan de slag gegaan. Al onze inburgeraars krijgen een taalcoach om thuis nog meer uur Nederlands te oefenen.

 

dinsdag 9 oktober 2018

AddToAny

Delen Tweet Delen Delen Mail