Hard onderweg, op de Taalsnelweg naar Werk

De 21 cursisten zijn vlot geaccelereerd en hebben de vaart er inmiddels behoorlijk in zitten. Ze zijn nu ruim een maand onderweg, op de Taalsnelweg naar Werk.

Taalsnelweg naar Werk is een pilot die VluchtelingenWerk samen met de gemeenten Gorinchem, Vijfheerenlanden en Molenlanden en sociale dienst Avres uitvoert. Dat gebeurt onder supervisie - en met geld - van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Centraal in de nieuwe inburgeringswet van minister Koolmees - de Veranderopgave Inburgering - staat de gedachte dat nieuwkomers beter in de praktijk inburgeren. Je pikt de taal sneller op in een integraal aanbod. Als je naast de theorie ook van alles leert op de werkvloer, als vrijwilliger of op een werkervaringsplek. Dat idee is ook de basis van Taalsnelweg naar Werk. De deelnemers werken in een zeer intensief traject van vier maanden op de leslocatie van VluchtelingenWerk Gorinchem naar een goed taalniveau. Vervolgens zorgt Avres ervoor dat ze, begeleid door een vrijwillig arbeidscoach van VluchtelingenWerk, op een stageplek aan de slag kunnen. Om de taal verder in de praktijk te leren, maar ook als opstapje naar een nieuwe carrière.

Hobbels

De selectie van de 21 zeer gemotiveerde cursisten kwam tot stand  in overleg met de gemeenten, Avres en andere taalaanbieders. Er waren nog wel wat hobbels. Zo bestrijken de drie deelnemende gemeenten een groot gebied, waardoor cursisten soms met flink wat reistijd en daarmee ook hoge kosten, worden geconfronteerd. Andere kandidaten zaten met de opvang van hun kinderen. Suur: ‘We hebben met alle geweldige samenwerkingspartners creatieve oplossingen bedacht. Maar reistijd… Dat lag buiten onze mogelijkheden. We hebben cursisten die dagelijks twee uur onderweg zijn. Maar als je gemotiveerd genoeg bent, is dat geen belemmering.’
Het Ministerie ‘eiste’ een zeer diverse groep. Die is er. De cursisten komen uit acht verschillende landen, ze variëren in leeftijd van 22 tot 55 jaar en de verhouding man - vrouw is bijna 50 procent. In de groep zit een Syrische profvoetballer, een Eritrese huisvrouw. Een docent Engels, een stucadoor en een boekhouder.  ‘De enige overeenkomst is dat ze - zo bleek uit testen en persoonlijke gesprekken - heel leerbaar en ambitieus zijn. En dat ze inzien dat we hen hier een prachtkans bieden.’

Financieel zelfredzaam

De 21 krijgen vier dagen per week taalles. Op de vijfde dag (de woensdag) volgen ze de Euro-Wijzer groepscursus ‘Omgaan met geld in Nederland’ om hen zo snel mogelijk financieel zelfredzaam te maken en om schulden te voorkomen. Een gezonde situatie heeft, zo is onze ervaring, een positief effect op de snelheid en kwaliteit van de participatie.
Op negen woensdagochtenden krijgen de cursisten de VIP-training. In VIP (Vluchtelingen Investeren in Participeren) helpen we bij het maken van een goede cv, krijgen deelnemers sollicitatietraining en goed inzicht in hun competenties en op de kansen op werk in de regio.
De woensdagmiddag wordt vrijgehouden voor sport, verzorgd door Bewegen Werkt. ‘Je wilt niet weten hoeveel statushouders na een paar maanden werk afhaken met rugklachten. En dat is niet raar als je na een jaar niksen in een azc en thuis zappend op de bank hangen ineens weer fysiek hard aan de slag moet’, aldus Suur.
Dat is het intensieve programma tot half februari. Dan moeten taalvaardigheid, lichaam en geest klaar zijn voor een stage of werkervaringsplek. Suur: ‘De situatie op de arbeidsmarkt is natuurlijk super gunstig. Deze mensen beseffen dat als ze nu vier maanden lang keihard in zichzelf investeren, hun kansen op een nieuwe, mooie loopbaan hier, zoveel groter zijn.’

donderdag 7 november 2019