maandag 16 september 2019

De laatste keer | Column wijkvrijwilliger Trudeke Sillevis Smitt

Trudeke Sillevis Smitt vertelt in een serie columns over haar ervaringen als wijkvrijwilliger bij VluchtelingenWerk Amsterdam. Wat houdt het werk precies in? Wat zijn de leuke kanten? En wat leert ze zelf van haar bezoeken aan de Iraanse Giti?

Een prettige bijkomstigheid

In september 2017 verscheen mijn eerste stukje over Giti. Nu, twee jaar later, schrijf ik het laatste.Twee jaar! Idioot lang om wijkvrijwilliger te zijn van één persoon. Er staat geloof ik een half jaar voor. Maar er is niemand die je vermanend toespreekt als je doorgaat. Het is een heerlijk vrij vrijwilligersbaantje. Ik hoorde van andere wijkvrijwilligers heftige verhalen over apathische vrouwen, suïcidale mannen, verwaarloosde kinderen. Bij Giti speelt dat allemaal niet. Giti en Omar hebben het zwaar gehad, zeker. Maar ze hadden het geluk dat hun volwassen kinderen hun plek in Nederland al gevonden hadden toen zij kwamen. Daar ontlenen ze veel steun aan. Ik ben maar een prettige bijkomstigheid.

Rijk rijtje

En wat heeft het contact met Giti voor mij betekend? Het is geen eindstand, want ik blijf haar vrijwilliger tot het inburgeringsexamen, en ik hoop daarna contact te houden. Maar tot nu toe heeft het me in elk geval opgeleverd:

  • elke vrijdag een precies-goed fietstochtje – half uur heen, half uur terug
  • elke vrijdag een warm welkom
  • even loskomen van eigen zorgen, door je te verdiepen in een ander
  • intrigerende verhalen uit een exotisch land, waar god en de duivel, hemel en hel vlak naast elkaar bestaan
  • kennis van het mirakel Google Translate
  • regelmatig tahdig eten, de lekker luchtige saffraanrijst met een zalige knapperige bodemkorst, die – als het perfect lukt – bovenop de schaal rijst wordt geserveerd
  • heel veel nieuwe gedachten over cultuur, identiteit, nationaliteit
  • een herontdekking van mijn liefde voor mijn land, mijn Nederland. Ondanks de beschamende benepenheid, vreemdelingenangst en domme arrogantie die mij zo kunnen storen, heeft dit land mij toch maar mooi een vrij leven geschonken, en Giti en haar familie geborgenheid

Een kostbaar goed

Dat heb ik allemaal gekregen, en het enige wat ik heb geïnvesteerd is tijd. Ze zeggen wel eens dat tijd geld is, maar dat is natuurlijk flauwekul. Je kunt tijd inderdaad gebruiken om geld te verdienen, maar ook om het uit te geven of om geheel budgetneutraal een vluchteling bezoeken. Nee, tijd is geen geld, maar het is wel kostbaar. Het is, om met de Iraanse dichteres Nafiss Nia te spreken, het belangrijkste wat je een vluchteling kunt geven. Gewoon, iemand zijn om mee om te gaan, voor iemand die in zijn eentje aan de kant staat. Zodat die ander mee kan gaan doen. Was het maar altijd zo gemakkelijk om elkaar een beetje gelukkiger te maken.

Ook vrijwilliger worden?