maandag 8 juli 2019

Onbevangen | Column wijkvrijwilliger Trudeke Sillevis Smitt

Trudeke Sillevis Smitt vertelt in een serie columns over haar ervaringen als wijkvrijwilliger bij VluchtelingenWerk Amsterdam. Wat houdt het werk precies in? Wat zijn de leuke kanten? En wat leert ze zelf van haar bezoeken aan de Iraanse Giti?

Oud zeer

Als je in Giti's wijk de markt op wilt, moet je eerst slalommen langs twee hekken, zodat fietsers moeten gaan lopen. Giti en ik begonnen net aan het eerste bochtje toen twee agenten achter ons van hun stoere fietsen stapten. In een rijtje van vier liepen we tussen de hekken door richting het plein. 'Het lijkt de Efteling wel,' grapte een van de agenten. 'Gelukkig is de rij niet zo lang,' antwoordde ik.

Maar Giti kon er niet om lachen. Toen de agenten uit zicht waren zei ze: 'Ik was bang. Iedereen uit Iran is bang als hij een politieman ziet. Je schrikt: doe ik alles wel goed? Bij een meisje dat ik ken kwam een plukje haar onder haar hoofddoek vandaan. Ze kreeg een pak slaag, terwijl iedereen toekeek. En de mensen bleven erover praten, ze was voor altijd dat meisje dat was geslagen. Het was….' Ze kromp een beetje ineen, haar hand maakte een neerdrukkend gebaar. 'Vernederend?' vroeg ik. Giti knikte.

Argwanend

Ik moest denken aan die keer dat ze vertelde over de Iraanse kerk die ze regelmatig bezoekt. 'Fijn zeker, om landgenoten te ontmoeten,' veronderstelde ik. Maar dat lag genuanceerder. Tuurlijk, prettig om je eigen taal te horen en te spreken, maar wie kun je vertrouwen? Giti vertelde: 'De regering stuurt ook mensen naar de kerk om alles in de gaten te houden. Ik vertel daar niet dat ik vluchteling ben. Pas als ik iemand goed ken durf ik dat te zeggen.'

En nu wekt een nieuwe deelnemer op de inburgeringscursus ook al Giti's argwaan. 'Er was een vrouw vandaag, een moslima. Haar kleding bedekte alles behalve haar ogen, neus en mond,' vertelt ze. ‘En zij was Iraanse! Waarom kleedt zij zich zo als ze in Nederland is? Dat hoeft hier toch niet?’ Even later krijgt ze een appje van een bevriende mede-cursiste. 'Wie was die vrouw? Zij ziet eruit als iemand van de regering!'

Nooit meer onbevangen

Voor mij zijn pleinen, kerken en buurthuizen onschuldige plekken. Een politie-agent die een grapje maakt, iemand naast je in de kerkbank, een cursist die zich wat streng islamitisch kleedt: het zijn ongevaarlijke figuranten in een zorgeloos bestaan. Maar niets is voor iedereen hetzelfde. Ik zie niet wat Giti ziet, want ik heb niet meegemaakt wat zij heeft meegemaakt. En ik ben geen doelwit van de gevaren die haar kunnen bedreigen. Ik hoop maar dat ze meer vreest dan nodig, dat er nooit iets zal gebeuren. Maar hoe dan ook hebben ze Giti al veel afgepakt, 'de mensen van de regering'. Waardevolle dingen. Weerloze dingen. Zoals vrolijke onbevangenheid, het simpele vertrouwen dat de wereld het nog niet zo kwaad met je meent.