Sahar (Afghanistan) en Hazem (Syrië): Briefwisseling tussen 2 generaties vluchtelingen

Vijf jaar geleden zochten anderhalf miljoen vluchtelingen hun heil in Europa. De Syrische journalist Hazem Darwiesh (37) was een van hen. In een briefwisseling met de Afghaanse Sahar Jahish (36), die op haar negende naar Nederland vluchtte, blikken zowel Hazem als Sahar terug op hun integratie in Nederland.

Hazem Syrië gevlucht integratie Beste Sahar,

Toen de oorlog in 2012 Aleppo bereikte, veranderde ons leven in een hel. Het enige waar we vanaf dat moment mee bezig waren was overleven. Toch dachten we dat de oorlog snel zou eindigen. Helaas gebeurde dat niet en als gevolg daarvan schrijf ik deze brief aan jou nu in het Nederlands.

Ik wilde niet weg, maar langzaam maar zeker realiseerde ik me dat ik niet langer veilig was. Ik val op mannen. Het regime gebruikte alle mannen voor haar strijd en tolereert geen homoseksuelen. In een ander deel van mijn stad vermoordde de islamitische oppositie homoseksuelen. Door alle spanningen kreeg mijn familie een vermoeden van mijn identiteit en zou het niet accepteren. Daarom pakte ik in 2013 een kleine tas in, liet mijn huilende moeder achter en reisde naar Turkije.

Twee jaar woonde ik in Istanbul, maar ook deze stad bood mij niet de veiligheid die ik zocht. Daarom wist ik in de zomer van 2015 dat ik verder moest. Ik hield van Aleppo en Istanbul, maar zij hielden niet van mij. In Nederland dacht ik dat ik mijzelf kon zijn, volledig vrij en veilig. Toch bleek dat na een tijd een illusie. Anderhalf jaar verbleef ik in azc’s, waar ik mijn identiteit angstig verborgen hield. Maar toen verhuisde ik naar mijn huis in Zwolle, waar ik voor het eerst in mijn leven in veiligheid en vrijheid mocht leven. Niet alleen thuis, maar ook in de stad om mij heen. Ik leerde de taal en bouwde er een leven op. Gelukkig vond ik er ook liefde en trouwde met de man van wie ik hield. Ik schreef wat ik denk en publiceerde mijn artikelen in Nederlandse kranten. Dat was bijzonder voor mij en is het nog elke dag.

Toch zou de test nog komen. Al mijn kennissen hier werden geen vrienden. Ik mis het warme leven in Syrië, de nabijheid en het samenzijn. Nederland blijkt een erg individueel land te zijn. Bovendien moet ik vechten om hier een kans te krijgen. ‘Een uitstekende beheersing van de Nederlandse taal’ staat onder elke vacature waar ik op wil solliciteren.

Ik ben aan het ontdekken wie mijn nieuwe ‘ik’ is geworden in dit land. Aan de ene kant ben ik de Syriër die opgroeide in Aleppo met warmte en passie voor het leven. Tegelijkertijd ben ik ook een vrije, veilige Nederlander die kan zijn wie hij is. Ik wil de toekomst in, maar laat mijn verleden niet los. Vooralsnog woon ik in een land waar ik nog steeds niet helemaal bij hoor.

Hazem

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Sahar Afghanistan integratie oorlog vluchtelingBeste Hazem,

Na het lezen van je brief, word ik overmeesterd door verschillende gevoelens; herkenning, verdriet maar ook hoop. Als kind sloop het vluchtelingenbestaan in ons leven. Hoewel we ons land niet ontvlucht waren en ik de oorlog niet echt heb meegemaakt, heb ik het vluchteling-zijn in al zijn facetten wel doorstaan. Wij woonden in Noord-Korea toen de burgeroorlog in Afghanistan uitbrak. Mijn vader was ambassadeur van Afghanistan en kon niet meer terugkeren naar zijn vaderland. Hij liep gevaar omdat zijn regime op een brute wijze omver was geworpen. Met hem liepen wij ook gevaar.

We ondernamen verschillende pogingen om in de buurt van Afghanistan te blijven, want net zoals jij dacht mijn vader dat de oorlog van tijdelijke aard was. We lieten Noord-Korea voor wat het was en verhuisden naar Kazakhstan waar we familie hadden wonen. Pas toen mijn broers ontvoerd en gemarteld werden door de politieke tegenstanders van mijn vader, besloten we te vluchten.

Mijn tijd in het azc heb ik als plezierig ervaren, toch waren er incidenten waar ik me onveilig voelde, net als jij. Bij ons braken vaak gevechten uit tussen verschillende bevolkingsgroepen. ‘Als de Afghanen zich maar koest houden’, dacht ik altijd, want als zij ruzie kregen met een groep uit een ander land, dan was geen één Afghaan veilig. Het azc deed me denken aan een jungle waar de wet van de sterkste gold.

Eénmaal uit het azc nam ik snel deel aan de Nederlandse maatschappij: ik ging naar school en kreeg vriendjes en vriendinnetjes. De genadeklap van de acceptatie door de samenleving begon ik pas te voelen toen ik volwassen werd en me realiseerde dat ik harder moest knokken dan mijn Nederlandse leeftijdsgenoten. Overal waar ik kwam, hadden mensen hun oordeel over mij klaar. Ik moest die vooroordelen ontkrachten. Het was en is moeilijk om met die gedachte mijn leven te leiden. Maar ik ben van koers veranderd.

Ik besloot erin te berusten dat er altijd mensen zullen zijn die mij niet accepteren. En dat is hun goed recht. Zolang ik mijzelf accepteer en weet wie ik ben, heb ik de acceptatie van anderen niet nodig. Dat is het advies dat ik ook aan jou wil geven.

Sahar

Help mee en doe nu een gift

Iedere vluchteling heeft een eigen verhaal. Met jouw steun geven we vluchtelingen de begeleiding die ze nodig hebben om hun toekomst in Nederland op te bouwen. Help daarom nu mee met een gift.

Ja, ik help mee!

Meer persoonlijke verhalen

Ben je vrijwilliger, vluchteling of sympathisant en heb je ook een interessant verhaal? Laat het ons weten!

Wil je onze nieuwsbrief ontvangen?

Volg ons via: