Actueel - Mindfit

Veel vluchtelingen hebben als gevolg van hun vluchtverleden een zeker mate van kwetsbaarheid als het gaat om het ontwikkelen van psychosociale problemen. Door gedwongen migratie verliezen zij immers (een deel van) de familie, vrienden, huis en eigendom. Sommige groepen vluchtelingen zijn meer kwetsbaar dan andere, bijvoorbeeld ouderen, minderjarigen, zwangere vrouwen, alleenstaande vrouwen (met of zonder kinderen) en slachtoffers van martelingen, seksueel misbruik of ander geweld. Om psychosociale problemen bij vluchtelingen te verminderen werd de module Mindfit ontwikkeld.

Het Mindfit programma is ontwikkeld door Vluchtelingenwerk Noord Holland en wordt vooral gekenmerkt met peer-educatie en empowerment. Het programma biedt psychosociale ondersteuning en omvat o.a. de volgende onderwerpen – opvoeding, acculturatie, participatie en zelfredzaamheid in de Nederlandse samenleving. Het programma wordt is ook door SNV Brabant Centraal aangeboden.

Het project is opgestart juli 2014 tot juli 2015 en werd tijdens deze periode mede mogelijk gemaaktt door een financiële bijdrage van PIN (Projecten in Nederland) en door het Bergmandfonds.  Het project werd gecontinueerd, en van juli 2015 tot juli 2016 is het mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van het Bergmandfonds en de gemeente Eindhoven.

  • Resultaat

    Uitvoering van het Mindfit programma door VluchtelingenWerk Zuid-Nederland

    VluchtelingenWerk Zuid-Nederland heeft het landelijke programma Mindfit aangepast. Dit doordat er zich praktijksituaties voordeden waardoor de instandhouding van het oorspronkelijke Mindfit programma niet houdbaar was.

    Door de hoge instroom van vluchtelingen uit Syrië waren de meeste deelnemers van de Mindfit groepsmodules hieruit afkomstig. Dit heeft tot praktische en organisatorische problemen geleid. De Syrische vrijwilliger was niet in staat om alle groepen te begeleiden. Hierdoor was VluchtelingenWerk Zuid-Nederland genoodzaakt om andere groepen door stagiaires en andere (niet-Syrische) vrijwilligers te laten begeleiden. Het element van 'peer-educatie' kwam hierdoor in de knel. Dit is opgelost door cliënten die net iets langer in Nederland zijn als tolk in te zetten. Dit lijkt een soortgelijk effect te sorteren. De deelnemers ervaren herkenning van hun 'struggles' in de ervaringen van de tolk. De cliënt die tolkte functioneerde niet enkel als tolk, maar was ook een soort peer-educator.

    Uit deze ervaring zijn een aantal werkzame elementen voor een peer-educator te noemen:

    • degene moet zelf goed in z'n vel zitten en z'n leven enigszins op de rit hebben, omdat hij een voorbeeldfunctie bekleedt.
    • de deelnemers moeten zien dat iemand die hetzelfde heeft doorstaan als zij, het heeft kunnen oplossen.
    • de peer-educator moet zijn ervaring delen, maar wel afstand bewaren zodat er ruimte blijft voor de deelnemers hun eigen weg te vinden.

    Ook gaven verschillende groepen aan meer behoefte te hebben aan praktische en informatieve voorlichting. Psychosociale onderwerpen voerden daarom niet altijd de bovenhand tijdens de bijeenkomsten. De bijeenkomsten kregen daardoor meer de vorm van voorlichting, waarbinnen wel nog veel psychosociale onderwerpen aan bod kwamen. Wanneer dit gebeurde werd hierop ingegaan. Bijvoorbeeld tijdens een sessie over het onderwijssysteem komt de ouder-kind relatie ter sprake en komen onderwerpen als 'mondigheid', opvoeding, ouderbetrokkenheid, jeugdzorg en kindermishandeling aan bod.

    Ook tijdens de sessies 'werken in Nederland' kwamen heel veel frustraties naar boven, maar ook onderwerpen als verveling, zelfwaardering kwamen ter sprake. Het lukt de deelnemers in deze vorm van voorlichting om de informatie te laten landen, in plaats van vast te komen zitten in frustratie over hoe ingewikkeld Nederlandse systemen zijn. Wanneer zij anderen begrijpend zien knikken neemt ook bij hen verstand de bovenhand aan emotie.

Deel dit met anderen