, 4 november 2020

Leren wat je in het dagelijks leven nodig hebt

In Rijk van Nijmegen (in de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Heumen, Mook en Middelaar) startten zestien statushouders begin dit jaar aan een pilot die volgens ons opvolging verdient. De deelnemers, die na hun inburgeringstraject nog steeds ‘onvoldoende taalvaardig’ waren, maakten in de pilot in korte tijd aantoonbaar flinke vorderingen.
placeholder

Ter voorbereiding op de nieuwe Wet Inburgering ondersteunt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gemeenten met het organiseren van een pilotprogramma. Er worden pilots uitgevoerd op zes thema’s. Een van die thema’s is de Zelfredzaamheidsroute (Z-route). Die is voor inburgeringsplichtigen bij wie tijdens de brede intake wordt vastgesteld dat zij zeer veel moeite zullen hebben met het leren van de Nederlandse taal en A2-niveau waarschijnlijk niet zullen halen.

De Z-route is een combinatie van praktijkgericht onderwijs en leren in de praktijk. Hetgeen de cursist leert, is nauw verbonden aan wat zij/hij in het dagelijks leven nodig heeft. Daarnaast gaan ze op ‘taalstage’, om al werkend hun woordenschat verder uit te breiden en kennis te maken met de Nederlandse ‘werkcultuur’.

In de pilot in Rijk van Nijmegen voerde VluchtelingenWerk het taalonderwijs en een deel van de participatie-activiteiten uit. Corona gooide wel wat roet in het gedroomde traject, de pilot loopt daarom een half jaar langer door. Toch zien we nu al dat de nieuwe methode succesvol is voor deze doelgroep, die ook veel analfabeten telt.

‘Bij de inburgeringscursus waren we veel bezig met schrijven, grammatica en lezen. Na de cursus kon ik nog steeds niet zo goed Nederlands praten. Deze lessen zijn heel anders, hier leer ik echt goed praten en luisteren, daar nemen we veel tijd voor. Ik leer ook graag in de praktijk. Voor corona reed ik vier keer per week oude mensen naar hun dagopvang, als vrijwilligerswerk. Dat was heel fijn. Nu is dat gestopt, maar de gemeente is op zoek naar nieuw vrijwilligerswerk. Ik hoop dat dat snel lukt.’ – Cursist Hassan

Uit de begin- en tussentoetsen blijkt dat de meeste deelnemers forse vooruitgang laten zien op lezen en schrijven. Voor spreken en luisteren hebben cursisten hun persoonlijke doelen gesteld en daar wordt goed naar toegewerkt. Mensen durven te praten en fouten te maken, zinnen zijn uitgebreider en ze zijn mondiger geworden. Cursisten geven aan dat ze nu veel beter een gesprek met anderen kunnen voeren. Daarmee kunnen ze zich beter redden in de samenleving, precies wat de Z-route beoogt.

In de lockdown was het uiteraard lastig om grote stappen te maken qua vrijwilligerswerk en taalstages. Desondanks is een cursist al begonnen met zijn taalstage bij een garage en hebben verschillende cursisten vrijwilligerswerk. In de tweede helft van de Z-route gaan meer cursisten vrijwilligerswerk en taalstages oppakken.

‘Voor deze mensen werkt participatief onderwijs echt heel goed. Cursisten zijn enthousiast, gemotiveerd en er is een veilig leerklimaat. Ze krijgen zelfvertrouwen in het spreken en dat zorgt voor een opwaartse beweging. Lezen en schrijven komt wel aan bod in deze pilot, maar er ligt veel minder focus op dan in de reguliere route. Toch maken de meesten ook op dit vlak een enorme spong. En succes houdt ze gemotiveerd.’  – Docent Petra Jansen.

Wat maakt deze pilot succesvol?

Deelnemers aan de pilot zijn gemotiveerd, ze zien veel meer dan in de inburgeringslessen het belang van het traject en willen meedoen. Het taal- en participatieonderwijs sluit aan bij de interesse van de individuele cursist, er is aansprekend lesmateriaal. De geleerde woorden en zinnen kunnen door de cursist meteen buiten de les worden gebruikt.

De inzet van (vrijwillige) participatiecoaches, die de sociale kaart in de gemeente kennen en cursisten begeleiden naar (vrijwilligers)werk of een taalstage is cruciaal. Deze kunnen een cursist activeren en motiveren. Door de vertrouwensband met de cursist dragen zij bij aan het vinden van een participatieplaats die aansluit bij de privéomstandigheden en interesses van de cursist. Deze vrijwilligers worden door VluchtelingenWerk getraind in het coachen van de cursist.

Tot slot is een succesformule alleen succesvol als er intensief wordt samengewerkt en er een goede afstemming is. In deze pilot werken gemeenten, taalaanbieder, welzijnsorganisaties, GGD (mentale gezondheidstraining) en Werkbedrijf nauw samen.

‘Leren en integreren gaat beter als het op alle vlakken van het leven goed gaat. Daarom nemen we in onze maandelijkse monitorgesprekken de verschillende leefdomeinen mee. Met tussentijdse ZRM-metingen houden we de vinger aan de pols. Zo kunnen we daarin snel sturen. Ik zie dat cliënten meer zelf kunnen oplossen dan voor dit traject, daar ben ik heel enthousiast over.’ – Casusregisseur Els Michon.

Verbeterpuntje

Is dit traject met toch ook intensief taalonderwijs geschikt voor cursisten die niet geheel gealfabetiseerd raken en minder leerbaar zijn? Ondanks de extra ondersteuning is de winst die zij boeken marginaal. Te overwegen valt deze groep toch minder klassikaal les aan te bieden, maar sneller, met begeleiding, te laten participeren waardoor ze op de werkvloer vooral functionele taal leren.

Bied Afghanen bescherming

VluchtelingenWerk Nederland roept het Nederlandse kabinet op om Afghaanse vluchtelingen de bescherming te bieden die zij nu heel hard nodig hebben. Help ook mee en laat je stem horen!
Teken nu de petitie

Themadossier Veranderopgave Inburgering

De nieuwe inburgeringswet brengt veel veranderingen mee voor gemeenten. In het Themadossier Veranderopgave Inburgering zet VluchtelingenWerk de belangrijkste veranderingen uiteen. 

Bekijk alle thema's >>