De Nederlandse Cora en Iraanse Neda zijn taalmaatjes: 'Dankzij Cora heb ik meer rust in mijn hoofd'
Altijd creatief gebleven
‘Moet je kijken!’ Cora Peters (65) wijst naar de muur in het huis van de Iraanse Neda Ebrahim (40). Daar hangt een groot wit kunstwerk van papier-maché. ‘Dat heeft Neda zelf gemaakt. Mooi hè?’ Cora, die via VluchtelingenWerk taalmaatje van Neda werd in het Noord-Brabantse Sint Willebrord, is plaatsvervangend trots. ‘Ik vind het knap dat je altijd creatief bent gebleven’, zegt Cora. ‘Je hebt het niet altijd makkelijk gehad, maar je bent mooie dingen blijven maken.’ Neda knikt. ‘Dat is waar! Ik word blij als ik iets kan maken.’
Om een taal te leren, heb je mensen nodig
Wegwijs maken
Neda vluchtte zes jaar geleden met haar man Hossein naar Nederland. Een jaar later werd hun dochtertje Luna geboren. Neda rondde haar inburgeringscursus vlot af, maar vond haar Nederlands nog niet goed genoeg. ‘De coronapandemie maakte alles veel moeilijker’, vertelt ze. ‘Om een taal te leren, heb je mensen nodig. Maar alles was gesloten en ik had met Nederlanders nog weinig contact. Ik kwam niet verder. Daarom heb ik via VluchtelingenWerk een taalmaatje gezocht.’
Cora werkte veertig jaar lang in het basisonderwijs en wilde na haar pensionering graag actief blijven. ‘Als taalmaatje ben je geen docent. Ik kom hier niet om samen lesjes te leren, maar om Neda een beetje wegwijs te maken. Ik probeer vooral heel goed te luisteren en te begrijpen wat Neda nodig heeft.’ Ze kijkt naar Neda en zegt: ‘Toen ik hier voor het eerst kwam, ging het eigenlijk niet zo goed met jou, hè?’
Doorzetten
Neda schudt haar hoofd. ‘Ik was heel verdrietig en ik moest veel huilen. Ik miste mijn familie in Iran zo erg. Ik ben grafisch vormgever, maar de enige baan die ik kon krijgen, was schoonmaakwerk in de supermarkt. Dat heb ik meer dan een jaar gedaan. Het was zwaar, maar ik vond dat ik moest doorzetten.
Steeds vaker vroeg ik me af of het wel een goede beslissing was om naar Nederland te komen. In Teheran had ik weinig vrijheid, maar ik had daar wel mijn vrienden. Ik ging daar sporten. Hier was ik alles kwijt. Ik moest zelfs mijn rijbewijs opnieuw halen. Ik heb geluk gehad dat ik Cora twee jaar geleden heb ontmoet. Sinds ik haar ken, heb ik meer rust in mijn hoofd.’
De sleutel tot geschikt werk
Samen gaan Cora en Neda op pad. Naar de bibliotheek of een museum, wandelen op de hei of naar pilates. ‘En als er iets met Luna is, bel ik haar ook altijd.’ Cora kent het schoolsysteem en gaat ook weleens mee naar gesprekken op school. ‘Ik kan heel goed kletsen’, zegt Neda, ‘maar laatst was ik met mijn dochter bij de kinderarts, en toen lukte het me niet om uit te leggen wat voor klachten mijn dochter had. En wat hij antwoordde begreep ik ook niet. Mijn woordenschat is niet op elk onderwerp goed genoeg.’
Neda ziet de taal als de sleutel om geschikt werk te vinden. ‘Ik denk dat mensen mij ook eerder vertrouwen als mijn Nederlands beter is.’ Cora denkt mee en stuurt haar af en toe vacatures op. ‘Neda denkt er soms over om bijvoorbeeld gelnagels te gaan zetten of kapper te worden. Dat kan natuurlijk, maar ik hoop dat ze haar droom om haar oude beroep weer op te pakken niet zomaar opgeeft.’
Ik ben de wegwijzer en Neda kiest zelf welke route ze neemt
Recepten uitwisselen
Na twee jaar hebben Neda en Cora een hechte band opgebouwd. Het officiële taalmaatjestraject is voorbij, maar het contact blijft. ‘We hebben zo’n leuke klik’, zegt Cora. ‘Neda is overal in geïnteresseerd en ze wil graag vooruitkomen. We praten en lachen veel. Ik leer ook allerlei dingen van haar. We wisselen bijvoorbeeld recepten uit en ze vertelt me over haar land en cultuur. Ze is nu eigenlijk meer een vriendin geworden.’ Neda zegt lachend: ‘Cora is mijn Nederlandse moeder!’
Eigen route kiezen
Cora reageert: ‘Ik zie het eigenlijk zo: ik ben de wegwijzer en Neda kiest zelf welke route ze neemt.’ Ze wendt zich tot Neda en zegt: ‘Ik hoop dat je uiteindelijk mooi werk vindt, waar je blij van wordt en waar je misschien een opleiding kunt volgen.’ Neda knikt. ‘Dat hoop ik ook. En dan hoop ik dat het in de toekomst andersom mag zijn. Dat ik iets terug kan doen voor Cora.’
En dan zegt ze tegen Cora: ‘Luna corrigeert mij nu al. Ze praat superveel, net als ik.’ Cora lacht. ‘Weet je wat we dan zeggen? De appel valt niet ver van de boom.’
Neda (40) komt uit Iran en is nu zes jaar in Nederland met haar man. Ze is altijd creatief bezig. In Iran werkte ze als grafisch vormgever.
Cora (65) werkte veertig jaar in het basisonderwijs. Ze geeft yogales aan kinderen en is taalmaatje bij VluchtelingenWerk.
Steun vluchtelingen als Neda
Mensen als Neda laten álles achter op zoek naar veiligheid. Met jouw steun begeleiden wij vluchtelingen bij het opbouwen van hun toekomst in Nederland. Help ook mee en geef vandaag nog.